Students of the University of Lyon use laptops to take notes in a classroom JEFF PACHOUD/AFP/Getty Images

Wanneer zal de technologie het hoger onderwijs ontwrichten?

CAMBRIDGE – Begin jaren negentig, aan het begin van het internettijdperk, leek een explosie van wetenschappelijke productiviteit om de hoek te liggen, maar dit perspectief is nooit werkelijkheid geworden. In plaats daarvan zijn de lesmethoden op de universiteiten en hogescholen, die zichzelf erop beroemen creatieve ideeën uit te spuwen waardoor de rest van de samenleving ontwricht wordt, zich in een uiterst traag tempo blijven ontwikkelen.

Exclusive insights. Every week. For less than $1.

Learn More

Zeker, PowerPoint-presentaties hebben de schoolborden vervangen, het aantal mensen dat zich inschrijft voor “massale open online cursussen” is vaak groter dan 100.000 (hoewel het aantal daadwerkelijke deelnemers meestal veel lager is), en zogenoemde “flipped classrooms” hebben het maken van huiswerk vervangen door het kijken naar op video opgenomen lezingen, terwijl de tijd op school wordt besteed aan het bespreken van huiswerkopgaven. Maar moeten, gezien de centrale rol van het onderwijs bij het verhogen van de productiviteit, de pogingen om de huidige, verkalkte westerse economieën nieuw leven in te blazen zich niet richten op de vraag hoe je het hoger onderwijs opnieuw moet uitvinden?

Het is te begrijpen waarom veranderingen zo traag postvatten op het niveau van de basis- en de middelbare school, waar de sociale en politieke obstakels enorm zijn. Maar universiteiten en hogescholen hebben veel meer mogelijkheden om te experimenteren; in veel opzichten is dat hun raison d’être.

Wat voor zin heeft het bijvoorbeeld dat iedere universiteit in de Verenigde Staten zijn eigen specifieke colleges aanbiedt in belangrijke onderwerpen als wiskunde, economie en Amerikaanse geschiedenis, dikwijls met groepen van vijfhonderd studenten of meer? Soms zijn die massaal bezochte hoorcolleges geweldig, maar iedereen die naar de universiteit is gegaan kan je vertellen dat dat niet de norm is.

Waarom zou je, op z'n minst voor grootschalige introductiecolleges, de studenten overal in het land niet laten kijken naar goed geproduceerde video-opnamen van 's werelds beste hoogleraren en lectoren, zoals we dat ook vaak doen met muziek, sport en entertainment? Dit betekent geen one-size-fits-all scenario: ook op deze markt kan sprake zijn van concurrentie, zoals die er ook al is voor leerboeken, met wellicht een tiental mensen die een groot deel van de markt domineren.

En de video's zouden in modules kunnen worden afgenomen, zodat een universiteit ervoor zou kunnen kiezen om bijvoorbeeld het ene pakket te gebruiken voor het eerste deel van een cursus, en een volledig ander pakket voor het tweede deel. Hoogleraren zouden ook nog steeds live college kunnen geven over hun favoriete onderwerpen, maar dan wel als een extraatje en niet als saaie routine.

Een verschuiving in de richting naar opgenomen colleges is maar één voorbeeld. Het potentieel voor de ontwikkeling van gespecialiseerde software en apps om het hoger onderwijs vooruit te brengen is eindeloos. Er vinden al experimenten plaats met het gebruik van software om de problemen en gebreken van individuele studenten te helpen begrijpen op manieren die docenten de weg wijzen hoe ze de meest constructieve feedback kunnen geven. Maar tot nu toe zijn zulke initiatieven zeer beperkt.

Wellicht verlopen de veranderingen in het universitair onderwijs wel zo traag omdat het lesgeven een interpersoonlijke aangelegenheid is, die de rol van menselijke docenten cruciaal maakt. Maar zou het niet zinvoller zijn als het grootste deel van de leertijd op de universiteit wordt besteed aan het helpen van studenten om zich met actief leren bezig te houden, via gesprekken en oefeningen, in plaats van ze te verplichten naar ondermaatse colleges te luisteren?

Buiten de traditionele universiteiten is er al sprake van opmerkelijke vernieuwingen. De Khan Academy heeft een schat aan colleges geproduceerd over een enorme verscheidenheid aan onderwerpen, en is bijzonder goed in het lesgeven over fundamentele wiskunde. Hoewel het voornaamste doelpubliek bestaat uit leerlingen van middelbare scholen, is er veel materiaal dat universitaire studenten (of wie dan ook) nuttig zouden kunnen vinden.

Bovendien zijn er een paar geweldige websites, zoals Crash Course en Ted-Ed, die korte algemene educatieve video's omvatten over een grote verscheidenheid aan onderwerpen, van filosofie tot biologie en geschiedenis. Maar hoewel een klein aantal innovatieve hoogleraren dergelijke methodes gebruikt om hun collegecycli opnieuw uit te vinden, zorgt de enorme weerstand van andere docenten ervoor dat de omvang van deze markt beperkt blijft, waardoor het lastig is de investeringen te rechtvaardigen die nodig zijn om snellere groei te verwezenlijken.

Laten we het onder ogen zien, universitaire docenten zien hun banen net zo min graag onder druk gezet worden als welke andere groep ook. En anders dan de meeste fabrieksarbeiders oefenen zij grote invloed uit op het beleid. Iedere voorzitter van een college van bestuur die probeert het docentencorps te negeren zal doorgaans eerder zijn of haar baan verliezen dan iedere willekeurige docent.

Uiteraard zullen de veranderingen er uiteindelijk komen, en als het zover is, zal het potentiële effect op de economische groei en het sociaal welzijn enorm zijn. Het is moeilijk met een exact cijfer, uitgedrukt in geld, te komen, omdat – net als veel dingen in de moderne technologische wereld – het geld dat aan onderwijs wordt uitgegeven niet de volledige sociale impact weergeeft. Maar zelfs de meest conservatieve schattingen duiden op het enorme potentieel. In de VS neemt het universitair onderwijs ruim 2,5% van het bbp (ruwweg $500 mrd) voor zijn rekening, en toch wordt een groot deel van dit geld ondoelmatig uitgegeven. De werkelijke kosten bestaan echter niet uit het over de balk gegooide belastinggeld, maar uit het feit dat de hedendaagse jeugd zo veel méér kan leren dan zij nu doet.

Universiteiten en hogescholen zijn cruciaal voor de toekomst van onze samenlevingen. Maar gezien de indrukwekkende en voortdurende vooruitgang op het gebied van de technologie en de kunstmatige intelligentie is het moeilijk in te zien hoe zij deze rol kunnen blijven spelen zonder zichzelf de komende twee decennia opnieuw uit te vinden. Innovatie van het onderwijs zal de academische werkgelegenheid ontwrichten, maar de voordelen voor de werkgelegenheid elders kunnen enorm zijn. Als er meer ontwrichting binnen de ivoren toren komt, kunnen economieën op den duur beter bestand blijken tegen de ontwrichtingen daarbuiten.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/CAMGjO5/nl;

Handpicked to read next