A worker pushes a trolley as he walks between goods stored inside an Amazon.co.uk fulfillment centre  CHRIS J RATCLIFFE/AFP/Getty Images

Het oplossen van het productiviteitsvraagstuk

SAN FRANCISCO – Jarenlang was een van de grootste vraagstukken in de economie de dalende productiviteitsgroei in de Verenigde Staten en andere geavanceerde economieën. Economen hebben een breed scala aan verklaringen geopperd, uiteenlopend van ontoereikende metingen tot “seculiere stagnatie” en het betwijfelen of recente technologische vernieuwingen wel zo productief zijn.

Maar de oplossing van het vraagstuk lijkt te liggen in een goed begrip van economische interacties, en niet zozeer in het aanwijzen van één enkele schuldige. En op die basis zouden we tot de kern kunnen doordringen van de vraag waarom de productiviteitsgroei is vertraagd.

Als we het decennium sinds de financiële crisis van 2008 bestuderen – een periode die opmerkelijk is vanwege de scherpe verslechtering van de productiviteitsgroei in veel geavanceerde economieën – kunnen we drie opvallende kenmerken identificeren: een historisch lage groei van de kapitaalintensiteit, digitalisering, en een zwak herstel van de vraag. Tezamen kunnen deze kenmerken helpen verklaren waarom de jaarlijkse productiviteitsgroei tussen 2010 en 2014 gemiddeld met 80% is gedaald naar 0,5%, tegen 2,4% een decennium eerder.

Laten we beginnen met de historisch zwakke groei van de kapitaalintensiteit, een indicatie van de toegang die arbeid heeft tot machines, instrumenten en apparatuur. De groei van deze “gemiddelde gereedschapskist voor werkers” is afgenomen – en in de VS zelfs negatief geworden.

In het tijdvak van 2000 tot 2004 is de kapitaalintensiteit in de VS met 3,6% per jaar gegroeid. In het tijdvak van 2010 tot 2014 is zij juist afgenomen met 0,4% per jaar, de zwakste prestatie in de naoorlogse periode. Uit een overzicht van de componenten van de arbeidsproductiviteit blijkt dat de afnemende groei van de kapitaalintensiteit in veel landen, waaronder de VS, ongeveer de helft of méér aan de daling van de productiviteitsgroei heeft bijgedragen.

De groei van de kapitaalintensiteit werd verzwakt door een aanzienlijke inzinking van de investeringen in apparatuur en infrastructuur. Wat de zaken er nog erger op heeft gemaakt is dat de publieke investeringen ook zijn afgenomen. De VS, Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië hebben tussen de jaren tachtig en het begin van deze eeuw bijvoorbeeld een langdurige daling van 0,5 tot 1 procentpunt van de publieke investeringen ervaren, en dat cijfer is sindsdien ruwweg gelijkgebleven of nog verder gedaald, waardoor aanzienlijke infrastructuurgaten zijn ontstaan.

What do you think?

Help us improve On Point by taking this short survey.

Take survey

De immateriële investeringen op gebieden als software en onderzoek en ontwikkeling, hebben zich veel sneller hersteld van een korte en kleinere dip na de crisis in 2009. De aanhoudende groei van dergelijke investeringen weerspiegelt de digitaliseringsgolf – het tweede opvallende kenmerk van deze periode van bloedeloze productiviteitsgroei – die nu door de bedrijfstakken spoelt.

Met digitalisering bedoelen we digitale technologie – zoals cloud computing, e-commerce, mobiel internet, artificiële intelligentie, machine learning en het Internet of Things (IoT) – die verder gaat dan proces-optimalisatie, bedrijfsmodellen transformeert, waardeketens verandert en de grenzen tussen bedrijfstakken doet vervagen. Wat deze jongste golf onderscheidt van de bloei in de jaren negentig van de informatie- en communicatietechnologie (ICT) is de breedte en diversiteit van de innovaties: nieuwe producten en features (bijvoorbeeld digitale boeken en live location tracking), nieuwe manieren om die af te leveren (bijvoorbeeld streaming video), en nieuwe bedrijfsmodellen (bijvoorbeeld Uber en TaskRabbit).

Maar er zijn ook overeenkomsten, vooral op het gebied van de gevolgen voor de productiviteitsgroei. De ICT-revolutie was overal zichtbaar, zo merkte de econoom Robert Solow op, behalve in de productiviteitsstatistieken. De Solow Paradox, zoals die is gaan heten (naar de econoom), werd uiteindelijk opgelost toen een paar sectoren – technologie, retail en de groothandel – een productiviteitsexplosie in de VS teweegbrachten. Vandaag de dag zouden we ons in de tweede ronde van de Solow Paradox kunnen bevinden: hoewel digitale technologieën overal om ons heen te zien zijn, moeten ze de productiviteitsgroei nog aanjagen.

Uit onderzoek van het McKinsey Global Institute is gebleken dat sectoren die zwaar zijn gedigitaliseerd qua bezittingen, gebruik en de autonomie van werknemers – zoals de technologiesector, de media en de financiële dienstverlening – een hoge productiviteit kennen. Maar deze sectoren zijn relatief klein in termen van bbp-aandeel en werkgelegenheid, terwijl grote sectoren als de gezondheidszorg en de retail veel minder gedigitaliseerd zijn en ook meestal een lage productiviteit te hebben.

Onderzoek van het McKinsey Global Institute duidt er ook op dat hoewel digitalisering belangrijke productiviteits-verhogende mogelijkheden biedt, de voordelen nog niet ten volle zijn verwezenlijkt. In een onlangs door het McKinsey Global Institute gehouden peiling meldden mondiaal opererende bedrijven dat nog geen derde van hun kernactiviteiten, -producten en -diensten geautomatiseerd of gedigitaliseerd was.

Dit kan een weerspiegeling zijn van adoptiebarrières en vertragingseffecten, maar ook van de transitiekosten. In hetzelfde onderzoek zeiden bedrijven waar digitale transformaties op gang waren gekomen bijvoorbeeld dat 17% van hun marktaandeel in kernproducten of -diensten door hun eigen digitale producten of diensten was gekannibaliseerd. Bovendien is nog geen 10% van de gegenereerde informatie die door bedrijven stroomt gedigitaliseerd en beschikbaar voor analyses. Naarmate deze gegevens makkelijker en sneller beschikbaar komen via blockchains, cloud computing of IoT-verbindingen, zullen nieuwe modellen en artificiële intelligentie bedrijven in staat stellen te innoveren en waarde toe te voegen via voorheen ongekende investeringsmogelijkheden.

Het laatste kenmerk dat opvalt in deze periode van historisch trage productiviteitsgroei is de zwakke vraag. We weten van beslissers uit het bedrijfsleven dat de vraag van cruciaal belang is voor investeringen. Uit een peiling van het McKinsey Global Institute die vorig jaar werd gehouden bleek bijvoorbeeld dat 47% van de bedrijven die hun investeringsbudgetten verhoogden dat deden vanwege een stijging van de vraag of de verwachte vraag.

Door alle bedrijfstakken heen was het trage herstel van de vraag na de financiële crisis een belangrijke factor die ervoor zorgde dat investeringen uitbleven. De crisis verhoogde de onzekerheid over de toekomstige richting van de consumentenvraag en de vraag naar investeringen. De beslissing om te investeren en de productiviteit aldus een impuls te geven werd terecht uitgesteld. Toen de vraag zich begon te herstellen hadden veel bedrijfstakken overcapaciteit en ruimte om uit te breiden en mensen aan te nemen, zonder dat ze in nieuwe apparatuur of infrastructuur hoefden te investeren. Dat heeft geleid tot een historisch lage groei van de kapitaalintensiteit – de grootste factor achter de bloedeloze productiviteitsgroei – in de periode 2010 – 2014.

Maar nu meer bedrijven digitale oplossingen omhelzen en ervan leren, en nu nieuwe vormen van werkgelegenheid en investeringsmogelijkheden het herstel van de vraag versterken, verwachten we dat de productiviteitsgroei zich zal herstellen. Talloze factoren dragen bij aan de productiviteitswinst, maar het is de 21e-eeuwse stoommachine – digitalisering, data en de analyse daarvan – die de economische activiteit van energie zal voorzien en zal veranderen, waarde zal toevoegen en inkomens-verhogende en welvaart-bevorderende productiviteitswinst mogelijk zal maken.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/ldKAJ8J/nl;

Handpicked to read next

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated cookie policy and privacy policy.