11

De Zesdaagse Oorlog is 50

NEW YORK – De wereld staat op het punt de vijftigste verjaardag te vieren van de oorlog in juni 1967 tussen Israël en Egypte, Jordanië en Syrië – een conflict dat uniek blijft in een regio met een moderne geschiedenis die grotendeels wordt getekend door geweld. De oorlog duurde nog geen week, maar de erfenis ervan blijft ook een halve eeuw later nog springlevend.

De oorlog zelf werd in gang gezet door een preventieve aanval van Israel op de Egyptische luchtmacht, in reactie op het besluit van Egypte om een vredesmacht van de Verenigde Naties uit Gaza en het Sinaï-schiereiland weg te sturen, en de Straten van Tiran voor Israëlische schepen te sluiten. Israel sloeg als eerste toe, maar de meeste waarnemers beschouwden dit als een rechtmatige daad van zelfverdediging tegen een acute dreiging.

Israel was niet van plan een oorlog op meerdere fronten tegelijk te voeren, maar het conflict breidde zich snel uit toen Jordanië en Syrië zich aan de zijde van Egypte schaarden. Dat was een kostbaar besluit voor de Arabische landen. Na slechts zes dagen van gevechten controleerde Israel het Sinaï-schiereiland en de Gaza-strook, de Golan-hoogte, de Westoever en heel Jeruzalem. Het nieuwe Israel was ruim drie maal groter dan het oude. Het deed op een rare manier aan Genesis denken: zes dagen van intensief werk, gevolgd door een dag van rust, in dit geval de ondertekening van een staakt-het-vuren.

De eenzijdige strijd en de uitkomst ervan maakten een einde aan de notie (en voor sommigen, de droom) dat Israel geëlimineerd kon worden. De overwinning in 1967 zorgde ervoor dat Israel een permanente status verkreeg op manieren die de oorlogen van 1948 en 1956 niet hadden kunnen bewerkstelligen. De nieuwe staat verwierf een zekere strategische diepte. De meeste Arabische leiders gingen hun strategische doelstelling verleggen van het laten verdwijnen van Israel naar het laten terugkeren van het land naar zijn grenzen van vóór 1967.

De Zesdaagse Oorlog leidde echter niet tot vrede, zelfs niet tot een gedeeltelijke. Die zou moeten wachten tot de oorlog van oktober 1973, die de weg bereidde voor wat de akkoorden van Camp David zouden worden, en het Israëlisch-Egyptische vredesverdrag. Door dit conflict wist het Arabische kamp zijn eer gedeeltelijk te herstellen; de Israëli's werden er op hun beurt door gelouterd. Er schuilt hier een waardevolle les in: beslissende militaire uitkomsten hoeven niet per se te leiden tot beslissende politieke resultaten, om maar te zwijgen van vrede.

De oorlog van 1967 heeft echter wel tot diplomatie geleid, in dit geval resolutie 242 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. De resolutie, die werd aangenomen in november 1967, riep Israel op zich terug te trekken uit gebieden die tijdens het recente conflict waren bezet – maar hield ook het bestaansrecht van Israel hoog, binnen veilige en erkende grenzen. De resolutie was een klassiek geval van creatieve dubbelzinnigheid. Verschillende mensen lezen er uiteenlopende dingen in. Dat kan het voor een resolutie makkelijker maken om aangenomen te worden, maar lastiger om ten uitvoer te leggen.

Het is dus weinig verrassend dat er nog steeds geen vrede is tussen Israëli's en Palestijnen, ondanks talloze diplomatieke initiatieven van de Verenigde Staten, de Europese Unie en haar lidstaten, de VN, en de partijen zelf. De waarheid gebiedt te zeggen dat resolutie 242 geen blaam treft voor deze stand van zaken. Er komt alleen vrede als een conflict klaar is om opgelost te worden, wat gebeurt als de leiders van de voornaamste protagonisten zowel bereid als in staat zijn om compromissen te sluiten. Bij ontstentenis daarvan volstaat geen enkele hoeveelheid diplomatieke inspanning van buitenstaanders ter compensatie.

Maar de oorlog van 1967 heeft niettemin enorme invloed gehad. Palestijnen verkregen een identiteit en een internationaal belang, waarvan geen sprake was geweest toen zij nog onder Egyptische of Jordaanse heerschappij leefden. Wat de Palestijnen niet voor elkaar konden krijgen was een onderlinge consensus over de vraag of ze Israel moesten accepteren en, als ze dat al zouden doen, wat ze zouden moeten opgeven om een eigen staat te verwezenlijken.

De Israeli's konden het over bepaalde zaken eens worden. Een meerderheid was vóór het teruggeven van de Sinaï-woestijn aan Egypte. Diverse overheden waren bereid de Golan-hoogten aan Syrië terug te geven, op voorwaarden waaraan nooit is voldaan. Israel heeft zich uiteindelijk eenzijdig teruggetrokken uit Gaza en een vredesverdrag met Jordanië getekend. Er was ook brede overeenstemming dat Jeruzalem verenigd en in Israëlische handen moest blijven.

Maar de overeenstemming hield op als het over de Westoever ging. Voor sommige Israeli's was dit gebied louter een middel om een doel te bereiken, dat kon worden ingeruild voor een veilige vrede met een verantwoordelijke Palestijnse staat. Voor anderen was het een doel op zich, een gebied dat moest worden gekoloniseerd en behouden moest blijven.

Hiermee wil ik niet suggereren dat er sprake is geweest van een volledige afwezigheid van diplomatieke vooruitgang sinds 1967. Veel Israeli's en Palestijnen zijn de realiteit van elkaars bestaan gaan inzien, evenals de noodzaak van een of andere opdeling van het land in twee staten. Maar op dit moment zijn beide kampen niet bereid een oplossing te vinden voor wat hen scheidt. Beide kampen hebben een prijs betaald voor deze impasse en doen dat nog steeds.

Naast de fysieke en de economische problemen blijven de Palestijnen een eigen staat missen, evenals de controle over hun eigen levens. Het doel van Israel om een permanent joods, democratisch, veilig en welvarend land te zijn wordt bedreigd door een bezetting met een open einde en de daaruit voortvloeiende demografische realiteiten.

Intussen zijn de regio en de wereld grotendeels verder gegaan, en maakt men zich inmiddels meer zorgen over Rusland, China of Noord-Korea. En zelfs als er vrede zou komen tussen Israeli's en Palestijnen, zou dat geen vrede brengen naar Syrië, Irak, Jemen of Libië. Vijftig jaar na zes dagen van oorlog maakt de afwezigheid van vrede tussen Israeli's en Palestijnen deel uit van een imperfecte status quo die velen zijn gaan aanvaarden en verwachten.

Vertaling: Menno Grootveld