4

De laatste founding father van Israël

TEL AVIV – In 2006, een jaar voordat Shimon Peres werd verkozen tot president van Israël, publiceerde Michael Bar-Zohar de Hebreeuwse vertaling van zijn Peres-biografie. Deze heette toepasselijk Als een Phoenix; Peres was toen al 60 jaar actief in het Israëlische politieke en publieke leven.

De carrière van Peres kende voor- en tegenspoed. Hij steeg tot grote hoogten en leed vernederende nederlagen – en doorliep verschillende incarnaties. Van steunpilaar en leider in de Israëlische nationale veiligheid werd hij vervolgens een fervent vredesstichter, en behield altijd een haat-liefdeverhouding met het Israëlische publiek dat consequent weigerde hem tot premier te verkiezen, maar hem bewonderde wanneer hij geen echte macht had of deze probeerde na te streven.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Onafgeschrikt door tegenslagen bleef Peres vooruit kijken, gedreven door ambitie en het gevoel dat hij een missie te volbrengen had, en geholpen door zijn talenten en creativiteit. Hij was autodidact, een verwoed lezer, en een productief schrijver, een man die elke paar jaar door een nieuw idee geraakt en geïnspireerd werd: of het nou nanowetenschap, het menselijk brein, of de economische ontwikkeling van het Midden-Oosten was.

Ook was hij een visionair en geslepen politicus, die nooit geheel zijn Oost-Europese herkomst verloochende. Toen hij zijn streven naar de macht en participatie in beleid maken in 2007 beëindigde, bereikte hij het hoogtepunt van zijn carrière en diende tot 2014 als president. Hij rehabiliteerde het instituut na opvolging van een onwaardige voorganger en werd populair in het binnenland terwijl hij in het buitenland bewonderd werd als informele mondiale ouderling op het internationale toneel, als gewilde spreker op internationale fora, en als symbool van een Israël dat naar vrede zocht; dit laatste in scherp contrast tot zijn agressieve premier Benjamin Netanyahu.

De rijke en complexe politieke carrière van Peres kende vijf belangrijke fases. Hij begon in de vroege jaren veertig als activist in de (voorloper van de, red.) Arbeiderspartij en zijn jeugdbeweging. In 1946 werd hij als senior genoeg gezien om als onderdeel van de pre-statelijke delegatie naar Europa gestuurd te worden voor het eerste Zionistische Congres na de oorlog. Hij begon vervolgens op het ministerie van Defensie tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog, vooral als acquisiteur, nauw samen te werken met de belangrijkste stichter van Israël, David Ben-Gurion, waarna hij uiteindelijk directeur-generaal van het ministerie werd.

In die bevoegdheid werd Peres architect van de defensiedoctrine van de jonge staat. Door te opereren als een soort schaduwministerie van Buitenlandse Zaken was zijn belangrijkste verworvenheid het opzetten van een hechte alliantie en nauwe veiligheidssamenwerking – inclusief op gebied van atoomtechnologie – met Frankrijk.

In 1959 ging Peres fulltime de politiek in, waar hij Ben-Gurion steunde in zijn conflict met de oude garde in de Arbeiderspartij. Later werd hij in de Knesset verkozen, het Israëlische parlement, en werd viceminister van Defensie en daarmee een volwaardig lid van het kabinet.

Zijn carrière betrad in 1974 een nieuwe fase toen premier Golda Meir was gedwongen af te treden na het debacle van oktober 1973, toen de Egyptische troepen van Anwar al-Sadat met succes het Suezkanaal overstaken. Peres stelde zich kandidaat maar verloor nipt van Yitzhak Rabin. Als compensatie gaf Rabin de positie van minister van Defensie in zijn kabinet aan Peres. Desondanks markeerde hun strijd in 1974 het begin van eenentwintig jaar van grote wedijver, die werd verlicht door samenwerking.

Tweemaal volgde Peres zijn rivaal op; in 1977 toen Rabin gedwongen was af treden, en in 1995-1996 nadat Rabin was vermoord. Hij was ook premier (en een zeer goede) in een regering van nationale eenheid in 1984-1986; maar ondanks bijna dertig jaar proberen won hij nooit met behulp van de Israëlische stemmer zijn eigen mandaat voor de post die hij het meest begeerde.

In 1979 transformeerde Peres zichzelf tot leider van het Israëlische vredeskamp, en richtte in de jaren tachtig zijn energie op Jordanië. Maar alhoewel ze in 1987 verleidelijk dichtbij een vredesakkoord kwamen was de overeenkomst een doodgeboren kind. In 1992 concludeerden de gelederen van de Arbeiderspartij dat Peres niet in staat was om de verkiezingen te winnen, en dat alleen een man van het midden zoals Rabin een kans maakte.

Rabin won en keerde na vijftien jaar terug als premier. Dit maal hield hij zelf het defensie portfolio en gaf Peres Buitenlandse Zaken. Rabin was vastbesloten het vredesproces zelf te leiden en gaf Peres een marginale rol. Maar Peres werd door de vicepremier van Rabin een kans geboden een tweede ronde van gesprekken met de PLO in Oslo tot een goed eind te brengen en nam, met goedkeuring van Rabin, de leiding over de gesprekken, en bracht deze in augustus 1993 tot een succesvol einde.

Dit is het voornaamste voorbeeld van de concurrentie en samenwerking die de relatie tussen Rabin en Peres typeerde. Het vereiste de durf en creativiteit van Peres om de Oslo-akkoorden te sluiten; maar zonder de geloofwaardigheid en postuur van Rabin als militair en havik zouden het Israëlische publiek en politieke establishment ze niet geaccepteerd hebben.

De schoorvoetende samenwerking tussen Rabin en Peres zette zich tot 4 november 1995 voort, toen Rabin door een rechts-extremist vermoord werd. De moordenaar had er ook voor kunnen kiezen Peres te doden maar besloot dat Rabin te treffen een effectievere manier was om het vredesproces te laten ontsporen. Als opvolger van Rabin probeerde Peres in het kielzog van Oslo een vredesovereenkomst met Syrië te onderhandelen. Hij slaagde hier niet in, schreef nieuwe verkiezingen uit, voerde een slechte campagne, en verloor in mei 1996 nipt van Netanyahu.

De daaropvolgende tien jaar waren voor Peres geen gelukkige periode. Hij verloor het leiderschap van de Arbeiderspartij aan Ehud Barak, trad toe tot de nieuwe Kadima-partij van Ariel Sharon en zijn regering, en werd onderwerp van kritiek en aanvallen door de Israëlisch rechts, die hem de Oslo-akkoorden kwalijk namen. Peres begon de Nobelprijs voor de Vrede die hij na Oslo had gedeeld met Yasser Arafat en Rabin te bagatelliseren. De discrepantie tussen zijn statuur op het internationale toneel en zijn positie in de Israëlische politiek werd tijdens deze jaren pijnlijk duidelijk – maar verdween echter toen hij in 2007 president werd.

Fake news or real views Learn More

Peres was een ervaren en begiftigde leider, een eloquent spreker, en een bron van ideeën. Maar wat wellicht het belangrijkste is, is dat hij een Israëlisch leider met een visie en een boodschap was. Dit was het geheim van zijn internationale statuur; mensen verwachten dat de leider van Israël, de man uit Jeruzalem, precies dat soort visionaire figuur is. Wanneer het politieke leiderschap van het land niet aan deze verwachting voldoet, neemt een leider als Peres deze rol over – en strijkt met de eer.

Vertaling Melle Trap