12

Het hervormingspad van Saoedi-Arabië

BEIROET – Bijna twee jaar nadat de olieprijs zijn steile neergang heeft ingezet, staan de leidende olieproducenten in de wereld voor de taak belangrijke aanpassingen te moeten doen die verreikende economische, sociale en politieke gevolgen zullen hebben. Hoewel zulke aanpassingen beslist een enorme uitdaging zullen zijn – vooral voor middeninkomenslanden als Saoedi-Arabië, die de enorme staatsfondsen van bijvoorbeeld de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) ontberen – bieden ze deze landen een belangrijke mogelijkheid productievere manieren te overwegen voor de organisatie van hun samenlevingen.

Het lijkt erop dat Saoedi-Arabië deze uitdaging heeft omarmd. Deze week kwam het land met zijn Vision 2030-plan voor het garanderen van duurzame groei op de lange termijn. Het plan is zowel enthousiast onthaald als bekritiseerd wegens zijn ambitie, verbeeld door de doelstelling om van het koninkrijk de komende twintig jaar 's werelds vijftiende economie te maken – een economie gekarakteriseerd door een ervaren beroepsbevolking, open markten en een goed bestuur. Eén belangrijke manier waarop Saoedi-Arabië dit hoopt te bereiken is door het diversifiëren van zijn portefeuille aan bezittingen. Het land verkoopt aandelen in staatsoliemaatschappij Aramco om een staatsfonds te kunnen creëren.

Maar Vision 2030 slaagt er niet in een cruciaal probleem op te lossen. Slechts 41% van de mensen tussen de 18 en de 65 heeft momenteel werk, tegen gemiddeld 60% in de OESO-landen. Degenen die werken zijn grotendeels in dienst bij publieke instellingen met te veel personeel. Dit is de grootste ondoelmatigheid van de Saoedische economie, en het aanpakken hiervan zal lastiger blijken dan het aanpakken van enig ander probleem.

De sleutel zal niet louter het uitbreiden van de werkgelegenheid zijn, maar ook het stimuleren van de productiviteit. Want anders dan minder dichtbevolkte leden van de Samenwerkingsraad van Golfstaten (GCC), zoals de VAE en Qatar, kan Saoedi-Arabië zich met zijn bevolking van 20 miljoen zielen (exclusief niet-staatsburgers) niet langer een lage arbeidsproductiviteit veroorloven. De olie-inkomsten bedragen nog slechts $5.500 per hoofd van de bevolking – zeker niet genoeg om voor een duurzaam alternatief door te gaan.