2

Het waarborgen van de Aziatische groei

SEOUL – Opkomende Aziatische landen moeten trots zijn op hun economische veerkracht. Ondanks een wereldeconomie die wordt geplaagd door zwakke groei, een aanhoudend hoge werkloosheid en zware schuldenlasten zijn de opkomende en zich ontwikkelende economieën van de regio tussen 2000 en 2010 jaarlijks met 6,8% gegroeid, waardoor de mondiale productie werd opgestuwd en de herstelpogingen voor de wereldeconomie werden geschraagd.

Het succes van de regio is gebaseerd op de dynamische groei van China en India, die in termen van koopkracht bijna 60% van het continentale bruto binnenlands product (bbp) voor hun rekening nemen. Bovendien hebben de veranderingen in het economisch beleid en de structurele hervormingen die na de Aziatische financiële crisis van 1997-'98 werden doorgevoerd de kwetsbaarheid van de regio voor financiële schokken de afgelopen tien jaar aanzienlijk verminderd.

Maar Azië kan niet op zijn lauweren gaan rusten: de financiële systemen blijven fragiel; de economieën blijven opgezadeld met hoge tekorten op de begrotingen en betalingsbalansen; en Azië blijft té zwaar afhankelijk van de Noord-Amerikaanse en Europese exportmarkten, waardoor de kwetsbaarheid voor externe schokken groot is.

Bovendien kan Azië ernstig worden getroffen als de omstandigheden in de eurozone blijven verslechteren. Nu al beginnen overloopeffecten van de handel en financiële transmissiekanalen hun tol te eisen: de groei van het Chinese bruto binnenlands product bedroeg in het tweede kwartaal van 2012 gemiddeld 7,6%, wat een aanzienlijke inzinking betekent, en het Indiase groeitempo zal dit jaar naar verwachting tot ruwweg 6% afnemen.