5

Ruslands flirt met het fascisme

MOSKOU – Westerse beleidsmakers hebben de afgelopen jaren moeite gehad het Russische politieke systeem te categoriseren, en hebben vaak hun toevlucht genomen tot vage termen als “illiberale democratie” of “autoritarisme.”

Op z'n minst moet het Russische systeem worden gekarakteriseerd als proto-fascistisch – minder uitgesproken dan de Europese fascistische staten in de jaren twintig en dertig, maar nog steeds met kernelementen van deze regimes. Daartoe behoren onder meer de structuur van de Russische politieke economie; de idealisering van de staat als bron van morele autoriteit; en Ruslands bijzondere mix van internationale betrekkingen.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

In The Anatomy of Fascism schrijft historicus Robert O. Paxton van de Columbia Universiteit dat:

“Het fascisme kan worden gedefinieerd als een vorm van politiek gedrag, gemarkeerd door een obsessieve preoccupatie met de neergang van de gemeenschap, vernedering, of slachtofferschap, en door compenserende cultussen van eenheid, energie en zuiverheid, waarin een partij met een massabasis van toegewijde nationalistische militanten, werkend in een ongemakkelijke maar effectieve samenspraak met traditionele elites, democratische vrijheden opgeeft, en met bevrijdend geweld en zonder ethische of wettelijke beperkingen doelen van interne zuivering en externe expansie nastreeft.”

In een essay uit 1995 voor TheNew York Review of Books definieert de romanschrijver Umberto Eco, die in 1932 werd geboren tijdens de periode van de heerschappij van het Italiaanse fascisme, het fascisme expansief als een “cultus van traditie” gebaseerd op “selectief populisme.” En al in 1939 beweerde Peter Drucker in The End of Economic Man: The Origins of Totalitarianism dat “het een illusie is gebleken dat het fascisme het stadium is dat na het communisme wordt bereikt.”

Te oordelen naar deze definities is het een hele kluif vandaag de dag een trend in de Russische politieke samenleving aan te wijzen die niet fascistisch kan worden genoemd.

Denk om te beginnen eens aan de inbreuken die de staat maakt op de economie. De Russische president Vladimir Poetin heeft nationale rijkdommen ondergebracht bij staatsbanken en noemt de Russische olie- en gasconcerns nu “nationale schatten.” Zijn doel is het oprichten van nieuwe “staatsbedrijven,” ook al is het staatseigendom in de economie nu al groter dan 60%. Intussen zijn de onafhankelijke vakbonden nagenoeg verpletterd, en zeggen de oligarchen nu bereid te zijn hun eigendommen indien nodig aan de staat af te staan.

Bovendien heeft Poetin nu de bijna absolute controle over het gebruik van geweld, dankzij meerdere “diensten” die nu rechtstreeks aan hem rapporteren, waaronder het leger, het ministerie van Binnenlandse Zaken, de Federale Veiligheidsdienst, een uit 30.000 leden bestaande Federale Garde die in 2002 in het leven werd geroepen, en een uit 400.000 leden bestaande Nationale Garde die eerder dit jaar werd gecreëerd. En hiertoe behoren niet de “privé-legertjes” van de staatsbedrijven zelf, of loyale krijgsheren als Ramzan Kadirov in Tsjetsjenië. Kadirov voert het bevel over naar schatting 30.000 strijders, en zijn volgelingen zijn beticht van represailles jegens dissidenten.

De formule voltooiend doet Poetin een oproep aan het Russische gevoel van historisch verlies en vergane glorie, door openlijk het irredentisme en de militarisering te prijzen. Vieringen van de Overwinningsdag, waarin de nederlaag van Nazi-Duitsland tegen de Sovjet-Unie wordt herdacht, overtreffen nu de bombast van de Sovjet-periode; en de staatspropaganda voedt de anti-westerse sentimenten dagelijks met claims dat delen van “historisch Rusland” illegaal zijn ingepikt – vandaar de noodzaak om de Krim in maart 2014 met geweld “terug te vorderen.”

De Russische propagandamachine is in feite de meest diepgaande proto-fascistische verworvenheid van het land. Poetin kan gewone Russen er onophoudelijk op wijzen dat zij deel uitmaken van een moderne economie, die zich kan meten met de leidende wereldmachten. En ieder jaar wordt de populistische retoriek over een “nationaal ontwaken” en een “confrontatie met de vijand” sterker.

Maar Ruslands flirt met het fascisme houdt om drie redenen op de langere termijn weinig gevaar in. In de eerste plaats zijn de fascistische elementen in Rusland niet organisch ontstaan, zoals dat begin 20e eeuw in Europa het geval was. Zij worden eerder aan de Russische samenleving opgelegd door de staat, wiens leider op grond van de grondwet uit 1993 verreikende bevoegdheden geniet.  Zonder diepe nationale wortels onder het volk kunnen de fascistische structuren die worden opgebouwd met gemak weer worden ontmanteld.

In de tweede plaats is Rusland een multi-etnisch land dat zich eeuwenlang als een imperium heeft ontwikkeld, en niet als natiestaat. Daarom zijn fascistische tendenzen hier eerder imperialistisch dan nationalistisch van aard. En ondanks de agressie van Rusland in zijn directe omgeving, mist het land de economische kracht om een imperium te kunnen dragen.

In de derde en meest belangrijke plaats wordt Poetins Rusland gekenmerkt door een persoonlijkheidscultus. Afgezien van een Noord-Korea-achtige dynastieke opvolging overleven dit soort regimes hun leider nooit, of het nu om Italië, Duitsland, Spanje of Portugal gaat. Of, zoals Poetins plaatsvervangende chefstaf Vjateslav Volodin het onbedoeld heeft verwoord: “Iedere aanval op Poetin is een aanval op Rusland …. Er is geen Rusland vandaag als er geen Poetin is.”

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

De huidige geopolitieke omgeving waarin Rusland zich bevindt is veel minder tolerant jegens totalitaire ideologieën dan zij negentig jaar geleden was. De westerse machten hoeven Poetins Rusland niet te ondermijnen of te vernietigen; ze hoeven het slechts te overleven. Zelfs nu zo veel westerse landen vandaag de dag aan macht hebben ingeboet, moet dit haalbaar zijn.

Vertaling: Menno Grootveld