16

Een Europa van solidariteit, niet alleen van discipline

BERLIJN – Oorspronkelijk was de Europese Unie wat psychologen een 'fantastisch object' noemen, een begerenswaardig doel dat tot de verbeelding spreekt. Ik zag het als de belichaming van een open samenleving – een verzameling natiestaten die vrijwillig een deel van hun soevereiniteit hadden opgegeven voor een gemeenschappelijk belang en een unie hadden gevormd die door geen land of nationaliteit werd gedomineerd.

Maar de eurocrisis heeft van de EU iets heel anders gemaakt. De lidstaten zijn nu verdeeld in twee klassen – die van crediteuren en debiteuren – waarbij de crediteuren de touwtjes in handen hebben. Als het grootste en meest kredietwaardige land neemt Duitsland een dominante positie in. De debiteurenlanden betalen aanzienlijke risicopremies ter financiering van hun schulden, wat wordt weerspiegeld in hun hoge leenkosten. Dit heeft ze in een deflatoire spiraal terecht doen komen en ze een substantieel – en mogelijk permanent – concurrentienadeel bezorgd ten opzichte van de crediteurenlanden.

Deze uitkomst is niet het uitvloeisel van een weloverwogen plan, maar eerder van een reeks beleidsfouten. Duitsland ambieerde geen dominante positie in Europa en aarzelt om de verplichtingen te aanvaarden die een dergelijke positie met zich meebrengt. Noem het de tragedie van de Europese Unie.

Recente ontwikkelingen lijken redenen voor optimisme te bieden. De autoriteiten nemen stappen om hun fouten te corrigeren, vooral door het besluit om een bankenunie te vormen en het programma dat de Europese Centrale Bank in staat stelt onbeperkt te interveniëren op de markt voor staatsobligaties. De financiële markten zijn gerustgesteld dat de euro een blijvertje is. Dat zou een keerpunt kunnen zijn, mits het in toereikende mate wordt versterkt door extra stappen in de richting van meer integratie.