2

Het in goede banen leiden van de bloei van de 'remittances'

ROME – De Aziatische economieën zijn al ruim tien jaar in beweging – en dat geldt ook voor de Aziatische volkeren. De omvang van de migratie van landelijke naar stedelijke gebieden en over internationale grenzen heen is historisch gezien zonder weerga. Het 21ste-eeuwse Azië is het middelpunt van dit alles.

In de ontwikkelingslanden van Azië is het belang van de zogenoemde 'remittances' – het geld dat arbeidsmigranten naar huis sturen, naar hun gezinnen en families (waarvan er vele in arme en afgelegen gebieden wonen) – immens. Momenteel nemen ruim 60 miljoen arbeidsmigranten uit de Aziatisch/Pacifische regio meer dan de helft van de hele golf aan remittances naar de ontwikkelingslanden voor hun rekening. In 2012 stuurden zij ongeveer $260 mrd naar huis.

China, India en de Filippijnen zijn de drie grootste recipiënten van remittances, terwijl Bangladesh, Indonesië, Pakistan en Vietnam ook in de toptien staan. Het geld is vaak een levensvoorwaarde: geschat wordt dat 10% van de Aziatische families en gezinnen van de betalingen uit het buitenland afhankelijk is voor voedsel, kleding en onderdak.

Maar hoewel de bedragen, die op deze wijze in de ontwikkelingslanden terecht komen, vijf maal hoger zijn dan de officiële ontwikkelingshulp, zijn de enorme potentiële rendementen voor de samenleving tot nu toe niet verwezenlijkt. Dat kan alleen maar lukken als de geldstroom wordt aangewend voor de effectieve ontwikkeling van de landbouw, vooral in fragiele staten en landen die net een conflict achter de rug hebben. Dit zou aanzienlijk bijdragen aan het scheppen van werk, het vergroten van de voedselzekerheid en het bevorderen van de stabiliteit in landen die uit conflicten overeind krabbelen.