3

Connectiviteit en de moderne vluchteling

GENÈVE – Ze waren nog maar net van boord, de groep vluchtelingen die ik vorig jaar om deze tijd ben tegengekomen. Ze waren hun huizen in Syrië ontvlucht en half Turkije doorgereisd, en hadden hun levens in handen gelegd van een bende mensensmokkelaars die had beloofd ze naar Europa te brengen. Ondanks alles wat ze hadden meegemaakt, vertelde een van hen nadat ze op het Griekse eiland Lesbos waren aangekomen dat ze maar één keer in paniek waren geraakt tijdens die gevaarlijke reis: toen het signaal van hun mobiele telefoon was uitgevallen.

Dat signaal, hoe zwak ook, was voor de vluchtelingen de enige verbinding met de buitenwereld geweest. Toen het verdween – toen ze écht geen enkele manier meer hadden om contact op te nemen met familie, vrienden of wie hen ook maar had kunnen helpen – werden ze gegrepen door een gevoel van isolement en angst dat intenser was dan ze ooit hadden ondergaan. Het is een gevoel dat niemand ooit meer zou moeten ervaren.

Voor de meeste mensen in de geïndustrialiseerde wereld – en voor iedereen op de Jaarvergadering van het World Economic Forum in Davos – is connectiviteit een levensfeit. We hebben mobiele telefoons, tablets en computers, die allemaal zijn verbonden met supersnelle – en steeds sneller wordende – breedbandnetwerken. Tel daarbij een steeds verder toenemend aantal sociale media-platforms op, en we staan altijd in contact met elkaar. Informatie stroomt in feite zo vrijelijk en meedogenloos, dat we de neiging hebben ons meer zorgen te maken over te veel dan over te weinig informatie.

Voor vluchtelingen is het leven heel anders. Wereldwijd is het (in vergelijking met de algemene bevolking) 50% minder waarschijnlijk dat vluchtelingen een telefoon met toegang tot internet hebben, terwijl 29% van de vluchtelingenhuishoudens helemaal geen telefoon heeft. Hoewel 90% van de vluchtelingen in stedelijke omgevingen leeft op plekken met 2G- of 3G-dekking, heeft ongeveer een vijfde van degenen die in landelijke gebieden wonen helemaal geen dekking.

Dit is heel belangrijk. Voor vluchtelingen is connectiviteit geen luxe, maar een levenslijn – één die des te belangrijker is geworden in een tijd dat het sentiment in de meeste gastlanden zich tegen hen keert (ook al blijven veel grassroots-bewegingen en gemeenschappen paraat staan om te helpen). In sommige gevallen kan de technologie doen wat vijandige politici en aarzelende regeringen niet vermogen: de vluchtelingen een kans geven hun levens opnieuw op te bouwen.

Connectiviteit betekent, op het meest fundamentele niveau, dat je in staat bent in contact te blijven met achtergebleven familieleden, waarvan sommigen nog steeds het risico lopen met geweld of vervolging te maken te krijgen. Connectiviteit biedt tevens toegang tot belangrijke en actuele informatie over nieuwe dreigingen, zoals de uitbraak van ziekten of de uitbreiding van conflicten, of over de beschikbaarheid van eerste levensbehoeften zoals voedsel en water, kleding, onderdak en gezondheidszorg.

Op de langere termijn kan connectiviteit voorzien in online-onderwijs en -trainingen, waardoor vluchtelingen kunnen worden voorbereid op het beroepsleven. Ze kunnen er werk door vinden, en ze kunnen erdoor in contact worden gebracht met juridische en andere cruciale dienstverlening. En ze kunnen er makkelijker door communiceren met organisaties als de United Nations Refugee Agency (UNHCR), en ons vertellen wat ze het hardst nodig hebben, wat we goed doen en waarin we veranderingen moeten doorvoeren.

In een wereld van onbeperkte data is er weinig dat ons ervan hoeft te weerhouden vluchtelingen van deze levensreddende connectiviteit te voorzien. Als we slim zijn in de manier waarop we digitale hulpsystemen vormgeven, zullen we de kans hebben onze samenwerking te verbreden naar honderden, zo niet duizenden, organisaties wereldwijd, die bereid zijn de vluchtelingen te helpen.

Voor het verwezenlijken hiervan moeten twee belangrijke problemen worden overwonnen. In de eerste plaats moeten we bedenken hoe we de connectiviteit voor vluchtelingen vandaag de dag kunnen verbeteren. In de tweede plaats moeten we ons erop beraden hoe we de beschikbare technologie morgen doelmatiger kunnen gebruiken.

Voor het overwinnen van deze problemen zal het in de allereerste plaats nodig zijn dat overheden de toegang verbeteren, ook door in de noodzakelijke digitale infrastructuur te investeren. Er zullen ook bijdragen van de private sector voor nodig zijn, vooral van telecomproviders, die hun technologische expertise, mondiale bereik en bestedingsmacht kunnen inzetten om de toegang tot betaalbare telefoons en computers, goedkope dataplannen en training in digitale geletterdheid te helpen verzekeren.

Om succes te boeken op deze gebieden zullen we microgolfverbindingen, satellietschotels, ongebruikte televisiefrequenties, drones en ballonnen moeten gebruiken om de draadloze internettoegang te verbeteren op plekken waar veel vluchtelingen verblijven. Omdat de overgrote meerderheid van de hedendaagse vluchtelingen zich in ontwikkelingslanden bevindt, zou een verbeterde connectiviteit ook verreikende voordelen met zich meebrengen voor de gastlanden.

In 2014 kwamen mijn collega's een jonge Syriër genaamd Hany tegen, die met zijn gezin de stad Homs was ontvlucht en onderdak had gevonden in een kamp in de Libanese Beka’a-vallei. Hany, dichter, rapper en fotograaf, was zo'n natuurkracht, dat mijn collega's er enige tijd over deden om te beseffen dat hij een ernstige oogaandoening had, en maar tot een paar centimeters voor zijn gezicht iets kon zien. Zijn mobiele telefoon was uitermate belangrijk voor hem. Die stelde hem in staat Engels te leren, zijn eerste foto's te nemen en om hulp te vragen als hij die nodig had. Diezelfde telefoon bracht hem op een dag het nieuws dat het stadje Regina in Canada zijn nieuwe thuis zou worden. Zoals hij zei: “Mijn telefoon is mijn kleine wereld.”

Voor vluchtelingen als Hany is het verbonden blijven niet alleen een kwestie van overleving; het biedt ook een route naar zelfstandigheid en onafhankelijkheid, waardoor hun welzijn toeneemt en ze in staat zijn een bijdrage te leveren aan de gemeenschappen waar zij te gast zijn. Vorig jaar lanceerde het World Economic Forum een programma, genaamd Internet For All. We moeten ervoor zorgen dat dit ook aan vluchtelingen ten goede komt.

Vertaling: Menno Grootveld