3

Ruslands aspirant-oligarchen

STOCKHOLM – Onder president Vladimir Poetin heeft vriendjespolitiek de plaats ingenomen van het ooit zo bloeiende Russische kapitalisme. Als Poetin al een motto heeft, is dat het volgende: “Voor mijn vrienden: alles. Voor mijn vijanden: de wet.”

In zijn “autobiografie” uit 2000,  First Person, onthult Poetin wat voor hem “het meest telt.” “Ik heb veel vrienden,” zegt hij tegen een interviewer, “maar slechts een paar mensen staan echt dicht bij mij.  Ze zijn nooit weggegaan. Ze hebben me nooit verraden, en ik heb hen ook nog nooit verraden.”

Poetin heeft zijn vrienden inderdaad flink geholpen. Volgens Forbes zijn velen van hen miljardairs, zelfs als je niet meerekent wat ze waarschijnlijk in het buitenland hebben weggeborgen. Uit de uitgelekte “Panama Papers” van vorig jaar blijkt bijvoorbeeld dat Poetins jeugdvriend Sergei Rodoegin – een cellist die niet eens pretendeert een zakenman te zijn – zo'n $2 mrd aan staatsfondsen heeft ontvangen.

Poetin heeft in wezen de Russische elites genationaliseerd. Zijn nauwe vrienden uit St. Petersburg en van de KGB uit de Sovjet-tijd hebben hun zonen in Rusland laten studeren, in plaats van hen naar het buitenland te zenden. En nadat de beter bekende nakomelingen van Ruslands eerdere generatie oligarchen het land geleidelijk aan hadden verlaten, hebben de kinderen van de vrienden van Poetin hun plaats ingenomen. Zoals Ruslandkenner Brian Whitmore het in 2015 heeft gezegd, zijn de “kinderen van Vladimir Poetins vrienden” nu al miljardairs, “hoewel de meesten van hen nog geen 40 zijn.”

Anders dan hun vaders hebben de meeste van deze aspirant-oligarchen niet doorgeleerd. Na de universiteit komen ze meestal rechtstreeks in carrière-baantjes terecht bij staatsbanken of bedrijven als Gazprom waar ze, na een of twee snelle promoties, doorgaans vice-president worden. Hun zusters worden intussen verondersteld met geschikte jonge mannen te trouwen.

Van Poetins gouden jongeren hebben de zonen van zijn vrienden uit St. Petersburg het vooral bijzonder goed gedaan, meestal door bij geprivatiseerde bedrijven te gaan werken. Neem het voorbeeld van de minder bekende Poetin-vriend Nikolai Sjamalov en zijn twee zonen. Sjamalov heeft tot 2008 de verkoop van medische apparatuur in Rusland beheerd voor Siemens AG. In dat jaar werd Siemens door het Amerikaanse ministerie van Justitie en de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC) een boete opgelegd van $1,34 mrd wegens het schenden van de Foreign Corrupt Practices Act. Volgens de SEC was Siemens betrokken geraakt “bij een systematische praktijk van het betalen van smeergeld aan buitenlandse regeringsfunctionarissen om zaken te kunnen doen” in zes landen, waaronder Rusland.

Sjamalov werd bij Siemens na 16 jaar trouwe dienst ontslagen. Maar hij is goed terechtgekomen, en zijn twee zonen hebben al geweldige carrières achter de rug. In 2005 werd zijn oudste zoon, Joeri, directeur van Gazfond, Gazproms grote pensioenfonds. En zijn jongste zoon Kirill werd – op zijn 25e – vice-president bij Sibur, een groot petrochemisch bedrijf dat van Gazprom is afgesplitst.

Tussen 2011 en 2013 verwierf Kirill 4,3% van Sibur via een programma van aandelenopties voor managers. In 2013 huwde hij naar verluidt vervolgens Poetins dochter, Katerina Tikhonova, op een geheime bruiloft, waarna Poetins rijkste vriend, Gennadi Timsjenko, hem 17% van Sibur verkocht tegen een gunstige prijs. Alles bij elkaar was Poetins schoonzoon naar schatting $1,3 mrd waard toen hij 34 was.

Of neem het geval van Arkadi Rotenberg, een oligarch die het voor de wind is gegaan dankzij staatscontracten voor gaspijpleidingen en wegen. Rotenbergs oudste zoon, Igor, is de meerderheidsaandeelhouder in Gazprom Drilling; zijn tweede zoon, Roman, is vice president bij Gazprombank. Op dezelfde manier is de zoon van Joeri Kovalsjoek – de spin in Poetins financiële web die leiding geeft aan Bank Rossiya, een bank die getroffen is door internationale sancties – CEO van Inter RAO, een energieholding in staatshanden.

De zonen van Poetins KGB-vrienden hebben eveneens bliksemcarrières gemaakt in het bedrijfsleven. Sergei Ivanov, de naamgenoot van Poetins vroegere stafchef, werd eerst op 25-jarige leeftijd vice-president van Gazprombank, en vervolgens op zijn 36e president van Alrosa, het Russische staatsbedrijf in de diamantindustrie. De zoon van de Russische Nationale Veiligheidsadviseur Nikolai Patroesjev, Dmitri, werd op zijn 33e CEO van Rosselkhozbank, de staatsbank in de agrarische sector. En de zoon van Rosneft-CEO Igor Setsjin, Ivan, werd op zijn 25e onderdirecteur van een Rosneft-divisie.

In deze context was de zoon van FSB-voorzitter Aleksandr Bortnikov, Denis, een wijze oude man toen hij op zijn 37e deel ging uitmaken van de bestuursraad van VTB Bank. De zoon van de Russische premier en SVR-directeur Michail Fradkov, Petr, had op zijn 29e wél de “juiste” leeftijd toen hij plaatsvervangend bestuursvoorzitter van Vnesheconombank werd – de bank die nu in verband wordt gebracht met de aanhoudende schandalen van de regering-Trump.

Poetins loyaliteit jegens zijn vrienden en hun families lijkt geen grenzen te kennen. In november 2015 introduceerde zijn regering een nieuwe wegenbelasting, genaamd “Platon,” die op grootschalige protesten is gestuit onder onafhankelijke vrachtwagenchauffeurs op de lange afstanden. De belasting lijkt louter te zijn bedoeld om een monopolie te kunnen creëren voor een werkbedrijf dat voor de helft in handen is van Igor Rotenberg.

Poetin verdedigde Platon zelfs op zijn jaarlijkse persconferentie in december 2015. Toen een vragenstelster refereerde aan “Rotenberg, Jr., die de Russische vrachtwagenchauffeurs op de lange afstanden cadeau heeft gekregen,” deed Poetin haar zorgen af als “van secundair belang.” Volgens Poetin gingen de inkomsten uit de belasting “niet naar iemands persoonlijke rekening, maar naar het Wegenfonds van de Russische Federatie, tot op de laatste cent.” En van daaruit, zo beweerde hij, werd het geld “uitgegeven aan wegenbouw in Russische regio's.” Maar ondanks Poetins geruststellende woorden hielden de massale protesten aan, en bleef het geld stromen naar de privé-rekening van Igor Rotenberg.

Hoewel het nepotisme in Rusland welig tiert, is de concentratie van zo'n kleine groep rijke individuen op topposities opvallend. Poetins intergenerationele vriendjespolitiek heeft de oligarchen en hun families steeds rijker gemaakt. Maar nu er steeds minder carrièrepaden naar topposities beschikbaar zijn, zal de wrok onder een generatie jonge, vaardige en ambitieuze Russen alleen maar verder blijven dooretteren.

Vertaling: Menno Grootveld