2

Het spook van de oorlog in toom houden

WASHINGTON, DC – Terwijl Thomas Jefferson in Parijs zat als de eerste ambassadeur van de Verenigde Staten in Frankrijk overdacht hij hoe de nieuwe regering van de V.S. de fouten van de Europese ‘despoten’ (die hun volk onderworpen wisten te houden door oorlog en armoede) kon vermijden. In een brief aan James Madison observeerde hij dat de grondwet van de V.S. in ieder geval een check had ingebouwd tegen ‘het spook van de oorlog’ door het overdragen van ‘de macht om hem los te laten van het uitvoerende naar het wetgevende orgaan, van hun die zouden uitgeven naar hun die zouden betalen.’

Tegelijkertijd echter wijst de grondwet de uitvoerende aan als de ‘Commander in chief’, een macht die Amerikaanse presidenten meer dan 200 keer hebben ingezet om van militaire kracht te gebruik te maken zonder toestemming van het congres. President Barack Obama vertrouwde op dit machtsmiddel toen hij zowel het congres als het Amerikaanse volk vertelde dat hij de autoriteit had om een beperkte aanval op Syrië uit te laten voeren zonder eerst naar het congres te gaan.

Door zich op het zelfde moment te beroepen op deze autoriteit en te zoeken naar de toestemming van het congres om deze te gebruiken, hoort Obama bij een select gezelschap van leiders die actief bezig zijn hun eigen macht te beperken. Hij doet dit omdat hij zijn rol in de geschiedenis ziet als die van een president die een einde maakte aan oorlogen en het moeilijker maakte om ze te beginnen en in plaats daarvan Amerika’s hulpbronnen in het eigen volk herinvesteerde. Hij was tegen de oorlog in Irak in 2003 en beloofde in 2008 dat hij een einde zou maken aan de onbeperkte ‘war on terror’ die een potentiële blanco cheque was geworden voor presidenten van de V.S. om waar ook ter wereld geweld te gebruiken.

Maar is het, naast het systeem van ‘checks and balances’ gecreëerd door Amerikaanse grondwet, voor leiders logisch om besluiten wat betreft het gebruik van geweld voor te leggen aan het volk? Het maakt hun leven in ieder geval een stuk moeilijker. De Britse premier David Cameron kwam te kort toen hij zich tot het parlement wendde om toestemming te vragen voor Britse deelname aan aanvallen van de V.S. tegen Syrië. De Franse president François Hollande werd in de Nationale Assemblée heftig bekritiseerd door de rechtse partijen om zijn bereidheid mee te doen aan de aanvallen. En de Turkse premier Recep Tayyip Erdoğan, die aanbood om mee te doen aan een militaire coalitie, kijkt aan tegen een sterke binnenlandse oppositie wat betreft zijn Syrië-beleid.