7

Private oplossingen voor de vluchtelingencrisis

BRUSSEL – Internationale ontwikkeling gaat niet alleen over het verlichten van armoede; ze gaat tevens over het bieden van veiligheid, stabiliteit, en economische kansen voor arme en fragiele gemeenschappen, waarbij voorkomen wordt dat burgers hun thuisland moeten ontvluchten op zoek naar een beter leven. Voor een Westen dat de vluchtelingenstroom uit Afrika en het Midden-Oosten graag wil indammen is het ondersteunen van ontwikkeling een veel effectievere aanpak dan het bouwen van muren of hekken met prikkeldraad.

Maar al te vaak komt ontwikkeling bij het maken van beleid op de laatste plaats. De zogeheten war on terror die in 2001 begon is uitgelopen op verschillende gruwelijke conflicten die het gehele Midden-Oosten destabiliseren, de vrijheid van mensen eroderen, hun veiligheid ondermijnen, en de aard van hun maatschappijen totaal transformeren. Dit zorgt ervoor dat mensen huis en haard en vaak zelfs hun land moeten verlaten. Het voortdurende conflict in Syrië in het bijzonder heeft al voor 5 miljoen vluchtelingen gezorgd.

Het is natuurlijk een zinnige gedachte dat vluchtelingen in het eerste veilige land dat ze bereiken zouden moeten blijven. Maar velen doen echter hun best om aan de instabiliteit van hun gehele regio te ontsnappen. Ze dromen van een veilig en kansrijk leven in Europa en zijn bereid zeer veel moeite te doen om dit te bereiken – zelfs door middel van levensgevaarlijke boottochten over de Middellandse Zee.

Deze vluchtelingen de rug toekeren is voor Europa geen optie – wanhopige mensen zullen altijd door blijven marcheren richting veiligheid en hoop – alhoewel velen geloven dat dit wel het geval is. Toen de Duitse kanselier Angela Merkel toezegde een miljoen vluchtelingen in Duitsland op te nemen werd ze door velen geprezen, maar door vele anderen verketterd.

Maar het simpelweg absorberen van vluchtelingenstromen is ook geen reële optie, of tenminste geen complete. Wat als Egypte ontploft zoals Syrië? Ontwikkelde landen – waarvan sommigen hebben geweigerd om ook maar één vluchteling op te nemen – zouden niet simpelweg nog eens twintig miljoen vluchtelingen accepteren.

De enige echte optie voor het oplossen van de vluchtelingencrisis is om de oorzaak van de verplaatsing van mensen aan te pakken, inclusief terrorisme, honger, ziekte, onderdrukking, een inadequate infrastructuur, schaarse vitale hulpbronnen, een gebrek aan banen en economische vooruitzichten, en dalende levensstandaarden. In dit licht gezien is het steunen van internationale ontwikkeling niet één of andere vrijwillige daad van gulheid; het is een kwestie van wederzijdse overleving.

Succes hierin echter vereist aanpassing van het ontwikkelingsbeleid aan de economische realiteit. In plaats van slechts geld over te dragen van de ene staat naar de ander, zoals de wereld de afgelopen zestig jaar gedaan heeft, moeten ontwikkelingsfondsen gebruikt worden voor mobilisering van de private sector – de echte motor van economische groei en ontwikkeling. In ontwikkelingslanden is de private sector zelfs verantwoordelijk voor 90% van de banen.

Met de juiste aanpak kan de 20 miljard euro die de Europese Unie jaarlijks aan ontwikkeling besteedt ingezet worden om 300 miljard euro aan kapitaal voor de ontwikkelingswereld te mobiliseren, en zo de levens van miljoenen mensen ten goede te veranderen. Het model is simpel: ten eerste meng publieke, private, charitatieve bijdragen; ten tweede investeer deze fondsen via de strikte normen van de private sector, in plaats van ze toe te vertrouwen aan losbollige actoren uit de publieke sector die donorgeld vaak met minachting behandelen.

Zulke gemengde financieringsvehikels hebben elders in de wereld, ondanks dat ze nog in hun kinderschoenen staan, al laten zien goed te werken. Een enquête van het Wereld Economisch Forum heeft gevonden dat elke dollar publiek geld geïnvesteerd in zulke initiatieven tot wel 20 dollar aan private investeringen aantrekt. En dan zijn nog niet eens de voordelen meegenomen geïmpliceerd door betere aansprakelijkheids-, aanbestedings-, en rapportageprocedures – allen bijproducten van een grotere betrokkenheid van de private sector.

Deze aanpak is helemaal toepasselijk nu veel Europese landen worstelen met een trage groei en te maken hebben met strenge fiscale beperkingen. Slechts vier EU-leden besteden momenteel de mondiaal overeengekomen 0,7% van hun bbp aan ontwikkelingshulp.

Het goede nieuws is dat Europese regeringen steeds meer doordrongen lijken van de noodzaak het potentieel van de private sector af te tappen om ontwikkeling te ondersteunen. Afgelopen maand schaarde de Europese Commissie zich bij een plenaire zitting van het Europese Parlement in Straatsburg achter mijn plan om de private sector centraal en voorop te stellen in ontwikkelingsprojecten.

Maar investeringen uit de private sector tot sleutelelement van de Europese ontwikkelingsstrategie maken is nog maar de eerste stap. De Commissie moet zijn woorden nu in daden omzetten, wat betekent dat ze direct zaken zal moeten doen met de private sector en de zakenwereld. Door het stabiliseren van de maatschappijen in het Midden-Oosten en het bevorderen van hun economische ontwikkeling kan Europa helpen de huidige instroom van migranten en asielzoekers te stelpen, terwijl de nieuwe markten, zakenkansen, en partnerschappen van morgen worden veiliggesteld.

Vertaling Melle Trap