18

We moeten de populistische revolte op de juiste waarde schatten

CAMBRIDGE – In veel westerse democratieën is dit het jaar van de revolte tegen de elites. Het succes van de Brexit-campagne in Groot-Brittannië, de onverwachte greep van Donald Trump op de Republikeinse Partij in de Verenigde Staten, en het succes van populistische partijen in Duitsland en elders lijken in de ogen van velen het einde van een tijdperk aan te kondigen. VolgensFinancial Times-columnist Philip Stephens staat “de huidige mondiale orde – het liberale, op regels gebaseerde systeem dat in 1945 werd gevestigd en na het einde van de Koude Oorlog werd uitgebreid – onder ongekende druk. De mondialisering is op de terugtocht.”

Maar in feite zou het wel eens voorbarig kunnen zijn om dergelijke brede conclusies te trekken.

 1972 Hoover Dam

Trump and the End of the West?

As the US president-elect fills his administration, the direction of American policy is coming into focus. Project Syndicate contributors interpret what’s on the horizon.

Sommige economen schrijven de huidige opkomst van het populisme toe aan de “hyper-mondialisering” van de jaren negentig, waarbij de liberalisering van de internationale geldstromen en de creatie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) – en met name de toetreding van China tot de  WTO in 2001 – de meeste aandacht krijgen. Volgens één onderzoek zorgden Chinese importen tussen 1999 en 2011 voor het verdwijnen van bijna één miljoen Amerikaanse banen in de industrie; als je de leveranciers en verwante bedrijfstakken meetelt, komt het verlies uit op 2,4 miljoen banen.

De winnaar van de Nobelprijs voor de economie in 2015, Angus Deaton, betoogt dat “het gek is dat sommige tegenstanders van de mondialisering vergeten dat een miljard mensen zich aan de armoede heeft kunnen ontworstelen dankzij de mondialisering.” Desalniettemin voegt hij eraan toe dat economen de morele verantwoordelijkheid hebben om op te houden met het negeren van degenen die achterop zijn geraakt. Trage groei en toegenomen ongelijkheid gooien olie op het politieke vuur.

Maar we moeten ervoor waken het populisme louter aan economische nood toe te schrijven. De Poolse kiezers kozen een populistische regering, ondanks het feit dat ze profiteerden van een van de hoogste Europese groeicijfers. Canada lijkt in 2016 immuun te zijn geweest voor het anti-establishment-sentiment in zijn grote buurland.

In een zorgvuldig onderzoek naar de stijgende steun voor populistische partijen in Europa kwamen de politieke wetenschappers Ronald Inglehart van de Universiteit van Michigan en Pippa Norris van de Harvard Universiteit tot de slotsom dat de economische onzekerheid van de beroepsbevolking als gevolg van veranderingen in de post-industriële samenlevingen een minder goede verklaring vormde dan culturele factoren. Met andere woorden: de steun voor het populisme is een reactie van ooit dominante groepen in de samenleving op veranderingen in het waardenpatroon die hun status bedreigen. “De stille revolutie van de jaren zeventig lijkt vandaag de dag een boze en wraakzuchtige contra-revolutionaire reactie te hebben voortgebracht,” schrijven Inglehart en Norris.

In de VS blijkt uit opiniepeilingen dat de aanhangers van Trump vooral oudere, minder goed opgeleide blanke mannen zijn. Jongeren, vrouwen en minderheden zijn ondervertegenwoordigd in zijn coalitie. Ruim 40% van het electoraat steunt Trump, maar nu de werkloosheid nationaal te verwaarlozen is, kan slechts een klein deel van deze steun in eerste instantie worden verklaard door zijn populariteit in economisch achtergebleven gebieden.

Integendeel, ook in Amerika is de economie niet de enige verklaring voor de wederopleving van het populisme. Uit een YouGov-opiniepeiling in opdracht van TheEconomist bleek onder de aanhangers van Trump sprake te zijn van sterke raciale vooroordelen. Zijn gebruik van de “birther”-kwestie (waarin de geldigheid van het geboortecertificaat van Barack Obama, Amerika's eerste zwarte president, in twijfel wordt getrokken) heeft hem op het pad van zijn huidige campagne gezet. En zijn verzet tegen de immigratie, inclusief het bouwen van een muur waarvoor Mexico zou moeten betalen, maakte al in een vroeg stadium deel uit van zijn politieke programma.

En toch blijkt uit een recent onderzoek van Pew een toenemend pro-immigratie-sentiment in de VS. 51% van de volwassenen zegt dat nieuwkomers het land versterken, terwijl 41% gelooft dat ze een last zijn; halverwege 2010, toen de gevolgen van de Grote Recessie nog alom werden gevoeld, was dat nog 50%. In Europa heeft de plotselinge massale instroom van politieke en economische vluchtelingen uit het Midden-Oosten en Afrika krachtiger politieke gevolgen gehad. Veel deskundigen opperen dat de Brexit meer over immigratie ging dan over de Brusselse bureaucratie.

Antipathie jegens elites kan worden veroorzaakt door zowel economische als culturele wrevel. De New York Times heeft op een belangrijke indicator gewezen als het gaat om kiesdistricten die Trump goedgezind zijn: een in meerderheid blanke arbeidersklasse, waarvan de levensstandaard in de decennia dat de Amerikaanse economie veel productiecapaciteit in de industrie is kwijtgeraakt negatief is beïnvloed. Maar zelfs als er geen economische mondialisering was geweest, zouden culturele en demografische veranderingen voor een zekere mate van populisme hebben gezorgd.

Het is echter overdreven om te zeggen dat de verkiezingen van 2016 een isolationistische trend laten zien die een einde zal maken aan het tijdperk van de mondialisering. In plaats daarvan zullen de beleidselites die vóór mondialisering en een open economie zijn de economische ongelijkheid moeten gaan aanpakken en aanpassingssteun moeten bieden aan degenen die door de veranderingen op drift zijn geraakt. Beleid dat de groei stimuleert, zoals investeringen in de infrastructuur, zal ook belangrijk zijn.

In Europa kan de situatie enigszins verschillen door een krachtiger verzet tegen de immigratie, maar het zou een vergissing zijn om te veel over langetermijntrends in de Amerikaanse publieke opinie te willen lezen in de verhitte retoriek van de verkiezingscampagnes dit jaar. Hoewel de vooruitzichten voor uitgebreide nieuwe handelsverdragen een tegenslag te verduren hebben gekregen, heeft de informatierevolutie de mondiale aanbodketens versterkt; anders dan in de jaren dertig (of zelfs de jaren tachtig) is er geen sprake van een terugkeer naar het protectionisme.

In feite is de afhankelijkheid van de Amerikaanse economie van de internationale handel alleen maar groter geworden. Volgens cijfers van de Wereldbank is de goederenhandel tussen 1995 en 2015, als percentage van het totale bbp, met 4,8 procentpunten toegenomen. Bovendien is in het internettijdperk de bijdrage van de transnationale digitale economie aan het bbp in rap tempo aan het stijgen.

In 2014 hebben de VS voor $400 mrd aan door de informatie- en communicatietechnologie mogelijk gemaakte diensten geëxporteerd – bijna de helft van de totale Amerikaanse dienstenexport. En uit een vorige maand gepubliceerde opiniepeiling van de Chicago Council on Foreign Relations blijkt dat 65% van de Amerikanen het ermee eens is dat de mondialisering grotendeels goed is voor de VS, terwijl 59% zegt dat internationale handel goed is voor het land, waarbij de steun onder jongeren overigens nóg groter is.

Fake news or real views Learn More

Dus hoewel 2016 het jaar kan zijn van het populisme in de politiek, volgt daar niet uit dat “isolationisme” een juiste omschrijving is van de huidige Amerikaanse houding jegens de wereld. In cruciale opzichten – namelijk als het gaat over de immigratie en de handel – lijkt de retoriek van Trump geen gelijke tred te houden met de gevoelens van de meeste kiezers.

Vertaling: Menno Grootveld