19

De tijd raakt op voor Noord-Korea

NEW YORK – Er is toenemende overeenstemming dat de eerste echte crisis van het presidentschap van Donald Trump wel eens om Noord-Korea zou kunnen draaien, en specifieker, om het vermogen van dat land om een kernkop op een of meer van zijn ballistische raketten te zetten, die voldoende kracht en nauwkeurigheid hebben om de Verenigde Staten te kunnen bereiken. Een crisis kan ook uit andere factoren voortvloeien: een grote stijging van het aantal kernkoppen dat Noord-Korea produceert, bewijzen dat het land nucleair materiaal aan terreurgroeperingen verkoopt, of het inzetten van zijn conventionele strijdkrachten tegen Zuid-Korea of de daar gestationeerde Amerikaanse strijdkrachten.

Er is geen tijd te verliezen: ieder van deze ontwikkelingen kan zich binnen een paar maanden of jaren voordoen. Het oefenen van strategisch geduld, een aanpak jegens Noord-Korea die de opeenvolgende Amerikaanse regeringen sinds begin jaren negentig hebben gehanteerd, is niet langer een begaanbare weg.

Eén optie is het eenvoudigweg als onvermijdelijk aanvaarden van de aanhoudende groei van de kwantiteit en kwaliteit van Noord-Korea's voorraad aan kernwapens en raketten. De VS, Zuid-Korea en Japan zouden dan moeten terugvallen op een combinatie van afschrikking en raketverdediging.

Het probleem is dat raketverdediging geen waterdicht systeem is, en dat afschrikking onzeker is. De enige zekerheid is dat het falen van een van beide benaderingen zou resulteren in onvoorstelbare kosten. Onder deze omstandigheden zouden Japan en Zuid-Korea opnieuw kunnen gaan overwegen of zij niet óók kernwapens nodig hebben, waardoor het risico zou worden opgeroepen van een nieuwe en mogelijk destabiliserende wapenwedloop in de regio.

Een tweede reeks opties omvat het gebruik van militair geweld, tegen een daadwerkelijke Noord-Koreaanse dreiging óf tegen een dreiging die reëel en acuut wordt geacht. Eén probleem met deze aanpak is de onzekerheid of militaire aanvallen alle Noord-Koreaanse kernkoppen en raketten kunnen vernietigen. Maar zelfs als dat zou lukken, zou Noord-Korea waarschijnlijk vergeldingsacties met conventionele strijdkrachten tegen Zuid-Korea ondernemen. Gezien het feit dat de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul en de Amerikaanse troepen in Zuid-Korea zich binnen het bereik van duizenden stuks artillerie bevinden, zou de tol qua mensenlevens en fysieke schade immens zijn. De nieuwe Zuid-Koreaanse regering (die binnen twee maanden aan de macht zal komen) zal zich zeker verzetten tegen iedere actie die een dergelijk scenario teweeg kan brengen.

Sommigen kiezen daarom voor “regime change”, in de hoop dat een nieuw leiderschap in Noord-Korea redelijker zal blijken te zijn. Dat is waarschijnlijk ook zo; maar gezien de geslotenheid van Noord-Korea blijft het teweegbrengen van zo'n uitkomst meer wishful thinking dan serieus beleid.

Dit brengt ons bij de diplomatie. De VS kunnen (na raadpleging van de regeringen van Zuid-Korea en Japan, en idealiter tegen de achtergrond van extra resoluties van de Verenigde Naties en economische sancties) rechtstreekse onderhandelingen met Noord-Korea beginnen. Als de gesprekken eenmaal op gang zijn, kunnen de VS een deal voorstellen: Noord-Korea zou moeten beloven zijn capaciteit op het gebied van kernkoppen en raketten te bevriezen, wat het stopzetten van alle proefnemingen zou inhouden, naast het verstrekken van toegang aan internationale inspecteurs om medewerking aan de deal te verifiëren. Noord-Korea zou ook moeten beloven geen nucleair materiaal aan andere landen of een of andere organisatie te verkopen.

In ruil daarvoor moeten de VS en hun bondgenoten, naast rechtstreekse gesprekken, verlichting van de sancties aanbieden. De VS en anderen kunnen ook beloven – ruim zestig jaar na het einde van de Koreaanse Oorlog – een vredesovereenkomst met Noord-Korea te zullen sluiten.

Noord-Korea zou (in sommige opzichten zoals Iran) zijn nucleaire optie kunnen behouden, zonder die werkelijk ten uitvoer te brengen. De zorgen over de vele mensenrechtenschendingen van Noord-Korea zouden tijdelijk niet al te nadrukkelijk moeten worden geuit, hoewel de leiders van het land aan het verstand zou moeten worden gebracht dat er geen sprake kan zijn van normalisering van de betrekkingen (of een einde aan de sancties) zolang repressie de norm blijft. Voor volledige normalisering van de betrekkingen zou Noord-Korea zijn kernwapenprogramma moeten opgeven.

Tegelijkertijd moeten de VS de grens bepalen tot waar zij willen gaan. Er kan geen einde worden gemaakt aan de reguliere Amerikaans/Zuid-Koreaanse oefeningen, die een noodzakelijk onderdeel vormen van de afschrikking en potentiële verdediging, gezien de militaire dreiging vanuit het Noorden. Om dezelfde reden zouden grenzen aan de hoeveelheid Amerikaanse strijdkrachten in het land of de regio onaanvaardbaar zijn. Iedere onderhandeling zou binnen een van te voren afgebakende tijd moeten plaatsvinden, om te voorkomen dat Noord-Korea tijd rekt om nieuwe militaire feiten te creëren.

Kan zo'n aanpak slagen? Het korte antwoord luidt “misschien.” Waarschijnlijk is de opstelling van China cruciaal. De Chinese leiders voelen geen liefde voor het regime van Kim Jong-un of voor zijn kernwapens, maar zien nog meer op tegen het vooruitzicht van de val van Noord-Korea en de hereniging van het Koreaanse schiereiland, met Seoul als hoofdstad.

De vraag is of China (de sluis waardoor goederen Noord-Korea binnenkomen en verlaten) ertoe kan worden overgehaald zijn aanzienlijke invloed op zijn buurland te gebruiken. De VS moeten een paar garanties geven dat zij geen strategisch voordeel zullen proberen te ontlenen aan de Koreaanse hereniging, maar China ook waarschuwen over het gevaar dat het huidige Noord-Koreaanse pad inhoudt voor zijn eigen belangen. Voortdurende gesprekken met China over hoe er het best kan worden gereageerd op mogelijke scenario's op het schiereiland zijn verstandig.

Opnieuw is er geen garantie dat diplomatie zou slagen, maar het zou kunnen. En zelfs als het zou mislukken, zou het feit dat er in goed vertrouwen een poging is ondernomen het minder moeilijk maken om een alternatief beleid te overwegen en uit te voeren, en vervolgens aan een binnen- en buitenlands publiek uit te leggen waarom dit alternatieve beleid (met gebruik van militair geweld) is omarmd.

Vertaling: Menno Grootveld