UK, London, Paddington, St Marys Hospital Universal Images Group via Getty Images

Kan de euro worden gered?

NEW YORK – De euro stevent wellicht af op een nieuwe crisis. Italië, de derde economie van de eurozone, heeft gekozen voor een regering die het best kan worden omschreven als “eurosceptisch.” Dat hoeft niemand te verbazen. Wat in Italië is gebeurd, is een voorspelbare (en voorspelde) episode in de lange geschiedenis van een slecht ontworpen muntsysteem, waarin de dominante macht, Duitsland, de noodzakelijke hervormingen dwarsboomt en vasthoudt aan beleid dat de inherente problemen alleen maar verscherpt, met gebruikmaking van retoriek die schijnbaar bedoeld is om de hartstochten nog verder te doen ontvlammen.

Sinds de lancering van de euro heeft Italië consequent slecht gepresteerd. Het reële (aan de inflatie aangepaste) bbp in 2016 was hetzelfde als in 2001. Maar de eurozone als geheel heeft het ook niet goed gedaan. Van 2008 tot 2016 is het reële bbp in totaal met slechts 3% toegenomen. In 2000, een jaar nadat de euro werd geïntroduceerd, was de Amerikaanse economie 13% groter dan die van de eurozone, maar in 2016 was zij 26% groter. Na een reële groei van zo'n 2,4% in 2017 – niet genoeg om de schade van een decennium van malaise op te ruimen – sputtert de economie van de eurozone nu opnieuw.

Als één land het slecht doet, kun je dat land de schuld geven; als veel landen het slecht doen, moet het wel aan het systeem liggen. Zoals ik het in mijn boek The Euro: How a Common Currency Threatens the Future of Europeheb gesteld: de euro was een systeem waarvan het bijna vaststond dat het ontworpen was om te mislukken. Het maakte een einde aan de voornaamste aanpassingsmechanismen waarover regeringen beschikten (de rente en de wisselkoersen), en het legde – in plaats van nieuwe instellingen te scheppen om landen te helpen uit de uiteenlopende problemen te komen waarin zij verzeild raakten – nieuwe limieten op aan de tekorten, schulden en het structureel beleid, dikwijls op basis van in diskrediet geraakte economische en politieke theorieën.

De euro moest gedeelde welvaart brengen, waardoor de onderlinge solidariteit zou worden bevorderd en het doel van de Europese integratie dichterbij zou komen. In feite werd precies het tegenovergestelde bewerkstelligd, zodat de groei is vertraagd en er onenigheid is gezaaid.

Het probleem is niet een tekort aan ideeën over hoe het nu verder moet. De Franse president Emmanuel Macron heeft in twee toespraken aan de Sorbonne, in september vorig jaar en bij de uitreiking van de Karel de Grote-prijs voor Europese Eenheid in mei, een duidelijke visie op de toekomst van Europa geformuleerd. Maar de Duitse bondskanselier Angela Merkel heeft zijn voorstellen feitelijk op een koude douche onthaald, door bijvoorbeeld belachelijk kleine investeringen te opperen op terreinen waar dringend veel meer geld nodig is.

In mijn boek heb ik de behoefte onderstreept aan een gemeenschappelijk plan voor depositoverzekeringen, om runs op de banken te voorkomen in zwakke landen van de eurozone. Duitsland lijkt het belang van een bankenunie voor het functioneren van een gemeenschappelijke munt te onderkennen, maar het antwoord van het land was – net als bij Sint Augustinus – zoiets als “O Heer, verlos mij, maar nog niet meteen.” Een bankenunie is blijkbaar een hervorming die pas ergens in de toekomst kan worden ondernomen, hoeveel schade er in het heden ook wordt aangericht.

Subscribe now

Exclusive explainers, thematic deep dives, interviews with world leaders, and our Year Ahead magazine. Choose an On Point experience that’s right for you.

Learn More

Het centrale probleem in een muntunie is hoe wisselkoersproblemen, zoals die waarmee Italië nu worstelt, kunnen worden gecorrigeerd. Het antwoord van Duitsland is het afwentelen van de lasten op de schouders van de zwakkere landen, die toch al te kampen hebben met hoge werkloosheid en lage groeicijfers. We weten waar dit toe leidt: nog meer pijn, nog meer lijden, nog meer werkloosheid, en nog tragere groei. Zelfs als de groei zich uiteindelijk herstelt, zal het bbp nooit het niveau bereiken waarop het zou zijn uitgekomen als een verstandiger strategie zou zijn gevolgd. Het alternatief is het leggen van een groter deel van de lasten van de aanpassingen op de schouders van de sterkere landen, waar sprake is van hogere lonen en een krachtiger vraag, gesteund door investeringsprogramma's van de overheid.

We hebben de eerste en de tweede acte van dit toneelstuk al vele malen gezien. Er wordt een nieuwe regering gekozen, die belooft beter te zullen onderhandelen met de Duitsers om een einde te maken aan de bezuinigingen en een redelijker programma van structurele hervormingen te ontwerpen. Als de Duitsers al enigszins toegeven, is dat lang niet genoeg om de economische koers te verleggen. De anti-Duitse sentimenten nemen toe en iedere regering, van centrum-linkse dan wel centrum-rechtse signatuur, die zinspeelt op noodzakelijke hervormingen wordt eruit geknikkerd. De anti-establishment-partijen winnen. De impasse zet in.

Door de hele eurozone heen bewegen politieke leiders zich in een toestand van verlamming: hun burgers willen in de EU blijven, maar willen ook een einde aan de bezuinigingen en een terugkeer van de welvaart. Er wordt hen verteld dat dit niet allebei mogelijk is. Steevast hopend op een koerswending in Noord-Europa blijven de in problemen verkerende regeringen koppig vasthouden aan hun beleid, waardoor het lijden van hun volk alleen maar erger wordt.

De door de socialisten geleide regering van de Portugese premier António Costa is de uitzondering op deze regel. Costa is erin geslaagd zijn land terug te voeren op de weg van de groei (2,7% in 2017) en een hoge mate van populariteit te bereiken (44% van de Portugezen vond in april 2018 dat de regering het beter deed dan verwacht).

Italië zou wel eens een nieuwe uitzondering kunnen zijn – maar op een heel andere manier. Daar komen de anti-euro-gevoelens zowel van links als van rechts. Nu zijn extreem-rechtse Liga aan de macht is, zou Matteo Salvini, de partijleider en een ervaren politicus, het soort dreigementen kunnen uitvoeren die neofyten elders niet durven implementeren. Italië is groot genoeg, en heeft voldoende goede en creatieve economen, om een de facto vertrek uit de eurozone te kunnen bewerkstelligen – door een flexibele tweeledige munt in te voeren die kan helpen de welvaart te herstellen. Hierdoor zouden de regels van de euro worden geschonden, maar de last van een de jure vertrek, met alle gevolgen van dien, zou naar Brussel en Frankfurt worden verschoven, terwijl Italië zou kunnen rekenen op de verlamming in de EU ter voorkoming van een uiteindelijke breuk. Wat de uitkomst ook zou zijn, de eurozone zou aan diggelen liggen.

Zo ver hoeft het niet te komen. Duitsland en andere Noord-Europese landen kunnen de euro redden door meer menselijkheid en meer flexibiliteit aan de dag te leggen. Maar omdat ik de eerste actes van dit toneelstuk al zo vaak heb gezien, verwacht ik niet dat ze het plot zullen veranderen.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/H9vw0EH/nl;

Handpicked to read next

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated cookie policy and privacy policy.