22

Een beter economisch plan voor Japan

NEW YORK – Het is een kwart eeuw geleden dat de Japanse zeepbel op de aandelen- en huizenmarkt is gebarsten. Daarop is een kwart eeuw van malaise gevolgd, waarin het ene “verloren decennium” na het andere zijn opwachting heeft gemaakt. Een deel van de kritiek op het economisch beleid van Japan is onterecht. Groei is geen doel op zichzelf; we moeten ons bezighouden met levensstandaarden. Japan ligt voorop als het gaat om het beperken van de bevolkingsgroei, en de Japanse productiviteit is gestegen. De groei van de productie per lid van de beroepsbevolking lag, vooral na 2008, hoger dan in de VS en veel hoger dan in Europa.

Toch denken de Japanners dat ze beter kunnen presteren. Daar ben ik het mee eens. Japan heeft problemen aan zowel de aanbod- als de vraagzijde van de economie, en zowel in de reële economie als in de financiële sector. Om die aan te pakken, heeft het land een economisch programma nodig waarvan het waarschijnlijker is dat het zal werken dan de maatregelen die de beleidsmakers onlangs hebben doorgevoerd, en die er niet in zijn geslaagd de inflatiedoelstelling te verwezenlijken, het vertrouwen te herstellen of de winst op te krikken naar het gewenste niveau.

Om te beginnen zou een omvangrijke koolstofbelasting, in combinatie met “groene financiën,” enorme investeringen bevorderen om de economie op een andere leest te schoeien. Een dergelijke impuls zou vrijwel zeker het krimpeffect overtreffen van het uit het systeem nemen van geld, evenals het negatieve vermogenseffect van de verminderde waarde van “koolstofbezittingen”. Het negatieve effect daarvan zou slechts klein zijn, terwijl – door de zeer slechte samenwerking van de kapitaalvoorraad met het nieuwe prijssysteem – de vrijgemaakte investeringen groot zouden zijn, tenzij er sprake is van 'bottlenecks' bij het dichten van de kloof.

In dat geval zou het geld dat door de belasting zou worden gegenereerd gebruikt kunnen worden om de staatsschuld terug te dringen; of het zou kunnen worden gebruikt om investeringen in technologie en onderwijs te financieren – inclusief aanbodzijde-maatregelen om de productiviteit van de Japanse dienstensector te verbeteren. Deze bestedingen zouden de economie tegelijkertijd kunnen stimuleren op een manier die haar eindelijk uit de toestand van deflatie zou trekken.