21

Een beter economisch plan voor Japan

NEW YORK – Het is een kwart eeuw geleden dat de Japanse zeepbel op de aandelen- en huizenmarkt is gebarsten. Daarop is een kwart eeuw van malaise gevolgd, waarin het ene “verloren decennium” na het andere zijn opwachting heeft gemaakt. Een deel van de kritiek op het economisch beleid van Japan is onterecht. Groei is geen doel op zichzelf; we moeten ons bezighouden met levensstandaarden. Japan ligt voorop als het gaat om het beperken van de bevolkingsgroei, en de Japanse productiviteit is gestegen. De groei van de productie per lid van de beroepsbevolking lag, vooral na 2008, hoger dan in de VS en veel hoger dan in Europa.

Toch denken de Japanners dat ze beter kunnen presteren. Daar ben ik het mee eens. Japan heeft problemen aan zowel de aanbod- als de vraagzijde van de economie, en zowel in de reële economie als in de financiële sector. Om die aan te pakken, heeft het land een economisch programma nodig waarvan het waarschijnlijker is dat het zal werken dan de maatregelen die de beleidsmakers onlangs hebben doorgevoerd, en die er niet in zijn geslaagd de inflatiedoelstelling te verwezenlijken, het vertrouwen te herstellen of de winst op te krikken naar het gewenste niveau.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Om te beginnen zou een omvangrijke koolstofbelasting, in combinatie met “groene financiën,” enorme investeringen bevorderen om de economie op een andere leest te schoeien. Een dergelijke impuls zou vrijwel zeker het krimpeffect overtreffen van het uit het systeem nemen van geld, evenals het negatieve vermogenseffect van de verminderde waarde van “koolstofbezittingen”. Het negatieve effect daarvan zou slechts klein zijn, terwijl – door de zeer slechte samenwerking van de kapitaalvoorraad met het nieuwe prijssysteem – de vrijgemaakte investeringen groot zouden zijn, tenzij er sprake is van 'bottlenecks' bij het dichten van de kloof.

In dat geval zou het geld dat door de belasting zou worden gegenereerd gebruikt kunnen worden om de staatsschuld terug te dringen; of het zou kunnen worden gebruikt om investeringen in technologie en onderwijs te financieren – inclusief aanbodzijde-maatregelen om de productiviteit van de Japanse dienstensector te verbeteren. Deze bestedingen zouden de economie tegelijkertijd kunnen stimuleren op een manier die haar eindelijk uit de toestand van deflatie zou trekken.

Veel buitenstaanders maken zich zorgen over de schuld van Japan, die met de lage rentestand van vandaag de dag makkelijk kan worden afgelost, wat echter niet zo zou zijn als de rente naar een normaal niveau zou worden opgetrokken. Ook al zie ik dat voorlopig nog niet gebeuren, Japan zou twee beleidslijnen kunnen uitrollen om zichzelf tegen een dergelijke ontwikkeling te beschermen.

In de eerste plaats zou het land een deel van zijn schuld kunnen omzetten in 'perpetuities', obligaties die nooit worden terugbetaald, maar ieder jaar een (kleine) rente uitkeren. Dit zou het risico volledig uit de boeken van de overheid halen. Sommigen zijn bang dat dit inflatie zou veroorzaken; maar in de omgekeerde economie van Japan is inflatie precies wat nodig is. Ik geloof dat de zorgen over een plotselinge rentestijging zwaar overdreven zijn; maar op grond van een buitensporige behoedzaamheid zou de regering dit ieder jaar met slechts 5% van haar schuld kunnen doen, tenzij en totdat er sprake is van excessieve inflatiedruk.

Anderzijds zou de overheid de schuld kunnen omzetten in niet-rentedragend geld – de lang-gevreesde monetisering van de staatsschuld. Ook al is het waarschijnlijker dat deze maatregel de inflatie verhoogt dan de omzetting van de schuld in rentedragende 'perpetuities', dit is niet echt een argument daartegen: het is louter een reden om wat langzamer te gaan.

De tweede manier waarop Japan zichzelf zou kunnen beschermen tegen een plotselinge rentestijging begint met de erkenning dat de overheid een groot deel van het geld dat zij schuldig is aan zichzelf moet terugbetalen. Veel mensen op Wall Street lijken niet te begrijpen dat wat er werkelijk toe doet de nettoschuld is – het bedrag dat de overheid de rest van de samenleving schuldig is. Als de overheid het geld dat zij aan zichzelf schuldig is zou terugbetalen, zou niemand het verschil merken. Maar degenen op Wall Street die alleen naar de verhouding tussen de schuld en het bbp kijken zouden plotseling veel meer vertrouwen hebben in Japan.

Als er na dit alles nog steeds bewijzen zijn voor een tekortschietende vraag, kan de overheid de consumptiebelasting omlaag brengen, de investeringsvrijstellingen verhogen, de programma's uitbreiden die de lagere en de middeninkomens helpen, of meer investeren in technologie en onderwijs, dit alles bekostigend door het bijdrukken van geld. Opnieuw zou de oude economie bezorgd zijn over de inflatie; maar Japan wil juist dat die “angst” bewaarheid wordt.

Japan heeft méér dan alleen een probleem aan de vraagzijde. De gegevens over de productie per gewerkt uur duiden ook op een probleem aan de aanbodzijde van de economie, wat zich het duidelijkst manifesteert in de dienstensector, waar de indrukwekkende vindingrijkheid die in zo veel industriële sectoren wordt aangetroffen doorgaans nergens te bekennen is. Een natuurlijke niche voor Japan zou de technologische ontwikkeling van de dienstensector zijn – zoals de ontwikkeling van diagnostische instrumenten in de gezondheidszorg.

Premier Shinzo Abe heeft echter voor een heel andere aanpak gekozen, door het Trans-Pacific Partnership (TPP)  met de VS en tien andere landen langs de Stille Oceaan te steunen. Abe gelooft dat door het TTP-handelsakkoord broodnodige hervormingen in de binnenlandse landbouw zullen worden afgedwongen (hoewel – interessant genoeg – niemand in de VS lijkt te denken dat dit verdrag de VS ertoe zal aanzetten het zeer ontwrichtende landbouwbeleid op de helling te zetten). In feite zouden zulke hervormingen slechts een minuscuul effect uitoefenen op het bbp, louter omdat de landbouw zo'n klein deel van de productie vertegenwoordigt. Niettemin blijven dergelijke hervormingen wenselijk en vormen ze nóg een arena waarin jonge Japanners hun vindingrijkheid tentoon kunnen spreiden (hoewel het TTP-verdrag niet de beste manier is om dat voor elkaar te krijgen).

Anderzijds heeft Abe gelijk als hij beleid doorvoert om vrouwen een volwaardiger en gelijkwaardiger positie in het arbeidsproces te geven. Als deze maatregelen succesvol zijn, moeten ze de productiviteit en de groei een impuls kunnen geven.

Fake news or real views Learn More

Zelfs na een kwart eeuw stagnatie blijft Japan de op twee na grootste economie ter wereld. Beleid dat helpt de levensstandaard in het land te verhogen zal de vraag en de groei elders in de wereldeconomie bevorderen. Net zo belangrijk is dat Japan uiteindelijk wellicht zijn succesvole beleid zal kunnen exporteren, op dezelfde manier als het land zijn innovatieve goederen en technologieën met de wereld heeft gedeeld, zodat dezelfde of soortgelijke maatregelen ook de levensstandaard in andere geavanceerde landen kunnen verhogen.

Vertaling: Menno Grootveld