0

Rechtvaardigheid uit tomaten

NEW YORK – De laatste fastfood hamburger die je gegeten hebt zal je misschien bijna niets gekost hebben. Maar wat heeft het schijfje tomaat op die burger de arbeider gekost die het daar gekregen heeft? Ongeveer overal in de wereld (inclusief de Verenigde Staten) kunnen deze kosten schokkend hoog zijn.

Ontstellend lage lonen zijn slechts het begin. In Florida verdienen tomatenplukkers een gemiddelde van slecht 50 dollarcent voor elke emmer van 32 pound (14,5 kg). Een arbeider die de hele dag plukt (zware lichamelijke arbeid die voor zonsopkomst begint) heeft geluk als hij 10.500 dollar per jaar verdient, wat hem onder de armoedegrens plaatst.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Dan zijn er nog de alarmerende mensenrechtenschendingen. In Mexico bevrijdden de autoriteiten onlangs 300 mensen, waaronder 39 tieners, die in ‘slavernij-achtige omstandigheden in een kamp waar tomaten gesorteerd en verpakt worden voor export gehouden’ werden. De federale autoriteiten van de VS hebben de tomatenvelden van Florida de ‘ground zero van de moderne slavernij genoemd’. Het misbruik van landarbeiders door de belangen van de ‘agribusiness’ waren ernstig en systematisch.

Maar toen was er de ‘Campaign for Fair Food’, een strijd voor betere lonen en omstandigheden die de tomatenplukkers van Florida en hun bondgenoten hebben gestreden en grotendeels hebben gewonnen. Hun strijd onderstreept niet alleen de obstakels die organisaties van arbeiders tegenkomen in een tijdperk van outsourcing en mondiale aanvoerlijnen, maar zou ook als model kunnen dienen voor werknemers in andere industrieën.

De tomatenindustrie in Florida was vele jaren afhankelijk van arme blanke en afro-amerikaanse arbeiders. Vandaag de dag vertrouwt ze hoofdzakelijk op landarbeiders met lage lonen uit Haïti, Mexico, Guatemala en andere Centraal-Amerikaanse landen; een verandering die vooral voortkomt uit twee decennia van liberalisatie van de handel. Beleid zoals het ‘North American Free Trade Agreement’ stond multinationals toe om goedkoop hun producten te verkopen in Mexico en  andere landen. Zo werden de lokale boeren ondermijnd en miljoenen mensen van  hun land afgedreven. Op zoek naar werk migreerden er velen naar de VS, waar ze als machteloze arbeiders gingen werken voor dezelfde (of gelijke) multinationals.

Maar de globalisatie heeft effect op de tactieken die landarbeiders hebben gekozen. Zoals Jake Ratner, een jonge activist die voor ‘Just Harvest USA’ werkt, uitlegt, zijn mondiale bedrijven vaak immuun voor traditionele tactieken zoals boycots. Dus de landarbeiders en hun bondgenoten hebben voor een nieuwe benadering van ‘brand busting’ gekozen die het publieke imago van de bedrijven onder vuur neemt. En dat heeft de aandacht gekregen van de beslissingsmakers aan de top van de mondiale voedsel hiërarchie.

De agenda van ‘The Campaign for Fair Food’ is om elke grote koper van tomaten er van te overtuigen om mee te doen aan het Fair Food Program (FFP), wat voor een klein bedrag (1 dollarcent per pound) het leven van arbeiders en hun familie substantieel verandert. Onder het FFP ontvangen arbeiders die 50 dollarcent per emmer van 14,5 kg kregen (een bedrag dat in meer dan dertig jaar niet gestegen is) nu 82 dollarcent, een stijging van 64%. Een derde partij, de ‘Fair Foods Standards Counsil’ monitort de industrie om zich te houden aan de loon en mensenrechtenstandaard.

Voordat het FFP in november 2010 gelanceerd werd, had de machtige tomatenindustrie in Florida lang geweigerd het bedrag per emmer te verhogen of om gedragscodes te onderschrijven die arbeiders tegen misbruik moeten beschermen. Dat veranderde toen activisten de multinationals aan de top van de piramide onder vuur begonnen te nemen, eerder dan de telers (die nu slechts tussenhandelaars zijn geworden die uitgeperst worden door mondiale bedrijven). Als resultaat hiervan hebben elf van de grootste mondiale voedselbedrijven die hun tomaten van telers in Florida kopen het FFP aangenomen (waaronder McDonald’s, Taco Bell en Burger King en supermarktketens als Whole Foods en Trader Joe’s).

Het FFP heeft er niet alleen voor gezorgd dat de lonen van de arbeiders omhoog gingen. Een vertrouwelijke klaaglijn stelt arbeiders in staat om schendingen van mensenrechten te rapporteren. Er zijn meer dan 300 telefoontjes ontvangen sinds 2011 (deze werden allemaal onderzocht en de grote meerderheid werd opgelost). En bedrijven die zich inschrijven bij het FFP engageren zich ook aan een zerotolerance beleid tegen gedwongen arbeid, wat een markt stimulans voor hun telers creëert om hun eigen activiteiten actief te controleren. In het verleden creëerden de krachten van de markt juist een stimulans om hiervan weg te kijken.

Op dezelfde manier moesten arbeiders voor het FFP om drie of vier uur ’s ochtends opstaan om op bussen te stappen en in het veld te staan op het moment dat de bestellingen binnenkwamen. Maar vaak was het ze niet toegestaan om te gaan plukken tot 2 à 3 uur later, als de dauw op de planten was opgedroogd, tijd waarvoor ze niet betaald kregen. Nu, met de introductie van door het FFP goedgekeurde prikklokken, kunnen arbeiders inklokken en hun uren bijhouden en zich er zo van verzekeren dat ze tenminste het minimumloon zullen ontvangen. Als gevolg hiervan willen de telers niet langer dat ze zo vroeg beginnen, wat ze meer tijd geeft om te slapen, en om te ontbijten met hun gezin.

Zonder dit soort programma’s gaat het uitpersen door de multinationals gewoon door. Door de invloed van hun enorme macht qua aankopen, drijven grote multinationale voedselbedrijven de prijzen omlaag. Ze brengen zo niet alleen landarbeiders aan de bedelstaf, maar doen ook de winsten van de telers die ze in dienst nemen afkalven. In de tussentijd stelt de structuur en ‘disintermediation’ van mondiale bedrijven ze in staat om formele barrières te creëren die er voor zorgen dat het hoogste management nooit hun eigen arbeiders en telers ziet, laat staan dat ze er door beïnvloed worden.

Ik heb dit zelf ervaren toen ik meedeed aan een protest dat was georganiseerd door de ‘Coalition of Immokalee Workers’ tegen een vestiging van Wendy’s fastfood restaurant aan Union Square in New York (ondanks dat vier van de vijf van de grootste fastfood ketens in de VS meedoen aan het FFP, is Wendy’s de uitzondering). Terwijl ze zich beriepen op het beleid van het bedrijf, weigerden de managers van Wendy’s zelfs om maar een brief van de demonstranten in ontvangst te nemen over het meedoen aan het FFP en gaven ze het telefoonnummer van een pr-medewerker van Wendy’s. Activisten zeggen dat als je nummer belt je een formele boodschap hoort en dat niemand ooit direct met ze spreekt.

Fake news or real views Learn More

Desalniettemin krijgen de campagnevoerders van het FFP Wendy’s misschien uiteindelijk zo ver om mee te doen, wat dat schijfje tomaat iets smakelijker maakt voor klanten met een geweten. Wat misschien nog belangrijker is, is dat het bouwen van een coalitie tussen arbeiders, consumenten en activistische bondgenoten om druk uit te oefenen aan de top, een model zou kunnen zijn voor een positieve verandering in geglobaliseerde industrieën in India, Bangladesh, China en elders.

Vertaling: Melle Trap