7

We moeten het islamitische Huis van de Wijsheid weer opbouwen

GUILDFORD – Islamitische regeringen weten heel goed dat de economische groei, militaire macht en nationale veiligheid enorm veel baat hebben bij technologische vooruitgang. Veel regeringen hebben de financiering van wetenschap en onderwijs de afgelopen jaren dan ook scherp opgetrokken. En toch lijkt de islamitische wereld er in de ogen van velen – vooral in het Westen – nog steeds de voorkeur aan te geven niets te maken te hebben met de moderne wetenschap.

Deze sceptici zitten er niet helemaal naast. Landen met een islamitische meerderheid geven gemiddeld nog geen 0,5% van hun bbp uit aan onderzoek en ontwikkeling, tegen vijf maal dat bedrag in de geavanceerde economieën. Er zijn in die landen op iedere duizend inwoners ook minder dan tien wetenschappers, ingenieurs en technici, tegen een mondiaal gemiddelde van 40 – of zelfs 140 in de ontwikkelde landen. Maar ook deze cijfers vormen een vertekening van het echte probleem, dat minder gaat over het uitgeven van geld of het in dienst hebben van onderzoekers dan over de fundamentele kwaliteit van de geproduceerde wetenschap.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

Eerlijk gezegd moet je ook weer niet al te snel zijn met het uiten van kritiek op de islamitische landen; zelfs in het zogenaamd “verlichte” Westen beschouwt een alarmerend groot deel van de bevolking de wetenschap met achterdocht of angst. Maar toch stuit de wetenschap in veel delen van de islamitische wereld op een uniek probleem; zij wordt daar gezien als een seculier – zo niet atheïstisch – westers product.

Te veel moslims zijn de briljante wetenschappelijke bijdragen vergeten die islamitische geleerden duizend jaar geleden hebben geleverd, of hebben daar nog nooit van gehoord. Ze bezien de moderne wetenschap niet onverschillig of neutraal, als het om de islamitische leer gaat. Sommige vooraanstaande islamitische schrijvers hebben zelfs betoogd dat wetenschappelijke disciplines als de kosmologie het islamitische geloofsstelsel ondermijnen. Volgens de islamitische filosoof Osman Bakar wordt de wetenschap aangevallen omdat zij “probeert natuurlijke verschijnselen te verklaren, zonder haar toevlucht te nemen tot geestelijke of metafysische oorzaken, maar eerder in termen van louter natuurlijke of materiële oorzaken.”

Bakar heeft uiteraard helemaal gelijk. Het trachten te verklaren van natuurlijke verschijnselen zonder je toevlucht te nemen tot metafysica is precies waar wetenschap over gaat. Maar het is moeilijk een betere verdediging te bedenken dan de verdediging die bijna duizend jaar geleden werd voorgesteld door de elfde-eeuwse Perzische polyhistor Rayhan al-Birūni. “Het is kennis, in het algemeen, die louter door de mens wordt nagestreefd, en die wordt nagestreefd omwille van die kennis zelf, omdat het verkrijgen ervan werkelijk fantastisch is, en anders dan het plezier dat je aan andere bezigheden kunt ontlenen,” schreef al-Birūni. “Want het goede kan niet worden voortgebracht en het slechte niet worden vermeden, anders dan door kennis.”

Gelukkig is een groeiend aantal moslims het daar vandaag de dag mee eens. En gezien de spanning en polarisatie tussen de islamitische wereld en het Westen is het niet verwonderlijk dat velen verontwaardigd zijn als ze ervan worden beticht cultureel of intellectueel niet uitgerust te zijn voor concurrentie op het gebied van de wetenschap en de technologie. Dat is de reden dat regeringen in de hele islamitische wereld hun onderzoeks- en ontwikkelingsbudget scherp verhogen.

Maar geld tegen het probleem aan gooien is geen wondermiddel. Wetenschappers hebben uiteraard behoefte aan toereikende financiering, maar om mondiaal te kunnen concurreren heb je meer nodig dan alleen de laatste glanzende apparatuur. De hele infrastructuur van de onderzoeksomgeving moet worden aangesproken. Dat betekent dat je er niet alleen voor moet zorgen dat laboratoriumtechnici begrijpen hoe ze de apparatuur moeten gebruiken en onderhouden, maar ook – en veel belangrijker – dat je de intellectuele vrijheid, de scepsis en de moed moet koesteren om de heterodoxe vragen te stellen waarvan de wetenschappelijke vooruitgang afhangt.

Als de islamitische wereld weer een centrum van innovatie wil worden, is het nuttig ons het islamitische “gouden tijdperk” te herinneren, dat zich uitstrekte van de achtste eeuw tot in de vijftiende eeuw. In het jaar 2021 zal het bijvoorbeeld duizend jaar geleden zijn dat Ibn al-Haytham’s Book of Optics verscheen, een van de belangrijkste teksten in de geschiedenis van de wetenschap. Het werk van al-Haytham, dat ruim zeshonderd jaar voor de geboorte van Isaac Newton werd geschreven, wordt alom beschouwd als een van de vroegste voorbeelden van de moderne wetenschappelijke methode.

Onder de beroemdste intellectuele epicentra van dit tijdperk bevindt zich het Huis van de Wijsheid in Bagdad, destijds een van de grootste bibliotheken ter wereld. Historici kunnen redetwisten over de vraag of zo'n academie werkelijk heeft bestaan en welke functie zij had; maar zulke argumenten zijn minder relevant dan de symbolische macht die zij nog steeds heeft in de islamitische wereld.

Als de leiders van de Golf-staten het hebben over hun vele miljarden dollars omvattende visioenen van het creëren van een nieuw Huis van de Wijsheid, maken ze zich niet druk om de vraag of het origineel gewoon een bescheiden bibliotheek was die een kalief van zijn vader erfde. Zij willen de vrije onderzoeksgeest reanimeren die verloren is gegaan in de islamitische cultuur, en die dringend moet worden herontdekt.

Om dat te bereiken moeten er grote uitdagingen worden overwonnen. Veel landen besteden een ongebruikelijk groot deel van hun onderzoeksbudget aan militaire technologie, een verschijnsel dat meer door geopolitiek en de zich ontvouwende tragedies in het Midden-Oosten wordt gedreven dan door een dorst naar pure kennis. De slimste jonge wetenschappers en ingenieurs in Syrië hebben dringender zaken aan hun hoofd dan fundamenteel onderzoek en innovatie. En weinigen in de Arabische wereld zullen de vooruitgang op het gebied van de Iraanse kerntechnologie met dezelfde berusting bezien als de ontwikkelingen in de Maleisische software-industrie.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Maar het is niettemin belangrijk te onderkennen hoeveel de islamitische landen aan de mensheid zouden kunnen bijdragen door opnieuw die nieuwsgierige geest te koesteren die ten grondslag ligt aan het wetenschappelijk onderzoek – of het nu is om de goddelijke schepping te bewonderen of om te proberen te begrijpen waarom de dingen zijn zoals ze zijn.

Vertaling: Menno Grootveld