8

Dankzij de bezuinigingen kunnen we leren wat groei is

MILAAN – In een recente reeks onderzoeken hebben Carmen Reinhart en Kenneth Rogoff een groot aantal historische gegevens gebruikt om aan te tonen dat grote hoeveelheden schulden (zowel bij staten als bij particulieren), in verhouding tot het bruto binnenlands product, een groot negatief effect hebben op de groei. De omvang van dit effect heeft geleid tot discussies over fouten in hun berekeningen. Weinigen twijfelen echter aan de geldigheid van het vastgestelde patroon als zodanig.

Dit hoeft niemand te verbazen. Het opbouwen van een buitensporige schuldenlast houdt doorgaans in dat een deel van de binnenlandse vraag 'vooruit wordt geschoven in de tijd,' zodat het afbouwen van die schuldenlast noodzakelijkerwijs tot meer bezuinigingen en minder vraag leidt. Die negatieve schok heeft onaangename gevolgen voor de niet op de export gerichte sector van de economie, die groot is (bij geavanceerde economieën ongeveer tweederde van het geheel), en volledig afhankelijk van de binnenlandse vraag. Als gevolg daarvan dalen de groei en de werkgelegenheid tijdens de periode van schuldsanering.

In een open economie hoeft dit proces de op de export gerichte sector van de economie niet al te zeer te belasten. Maar zelfs in zo'n economie kunnen de jaren van door het maken van schulden bevredigde binnenlandse vraag tot een verlies aan concurrentiekracht en structurele ontwrichtingen leiden. En de crises die zich dikwijls voordoen tussen de fases waarin schulden worden opgebouwd en worden afgebouwd zorgen voor extra schade aan de balansen en verlengen zo het genezingsproces.

Deels dankzij het onderzoek van Reinhart en Rogoff weten we dat een buitensporige schuldenlast onhoudbaar is, en dat tijd nodig is om het evenwicht te herstellen. Als gevolg daarvan blijven er vragen en twijfels bestaan of een terugkeer mogelijk is naar het groeipeil van vóór de crisis - voor het bruto binnenlands product, maar vooral voor de werkgelegenheid.