11

Wat is de motor achter morele vooruitgang?

DAVOS – Wat zou er gebeuren als de oude Griekse filosoof Plato zou deelnemen aan hedendaagse dialogen over het soort vragen dat hij als eerste stelde en die ons blijven kwellen? In mijn optiek zou hij veel nieuwe vragen hebben – ook over de steeds verder toenemende psychologische benadering van filosofische discussies.

Plato zou waarschijnlijk naar een toonaangevend mondiaal technologieknooppunt togen: het Californische hoofdkwartier van Google. Daar zou hij in een discussie verzeild kunnen raken met een software-ontwerper, bijvoorbeeld over de vraag of ethische vragen via crowdsourcing kunnen worden beantwoord. Hij zou het idee van de informatiewolk waarschijnlijk prachtig vinden – zo abstract, zo platonisch – en erachter komen dat Google het ideale instrument is om op de hoogte te geraken van de enorme wetenschappelijke en technische vooruitgang van de afgelopen paar duizend jaar.

 1972 Hoover Dam

Trump and the End of the West?

As the US president-elect fills his administration, the direction of American policy is coming into focus. Project Syndicate contributors interpret what’s on the horizon.

Maar Plato zou waarschijnlijk het meest versteld staan over de ethische vooruitgang die de wereld in die tijd heeft geboekt. Hij geloofde immers dat 'filosoof zijn' betekende dat je de verantwoordelijkheden van een morele hervormer op je nam. Maar hoewel de moraliteit altijd centraal stond in zijn denken, zijn veel van de ethische waarheden die we nu als vanzelfsprekend beschouwen nooit bij hem opgekomen.

Hoewel Plato bijvoorbeeld gekant was tegen de slavernij van Grieken, zag hij – net als iedere Griek uit de klassieke oudheid – de slavernij van “barbaren” (niet-Grieken) door de vingers. Daarentegen zou vandaag de dag zelfs een nadrukkelijk niet-filosofisch iemand – bijvoorbeeld Plato's “media escort” – met gemak kunnen uitleggen waarom slavernij verkeerd is: “Een mens is een mens. Ieders leven is net zo belangrijk als dat van ieder ander.”

Hoe voor de hand liggend deze conclusie ook mag lijken, de wereld heeft er duizenden jaren over gedaan om haar te bereiken – en is er nog steeds niet in geslaagd haar volledig te onderschrijven. Niettemin kunnen we nu collectief terugkijken naar onze voorouders die slaven hielden, vrouwen sloegen, kinderen molesteerden, ketters verbrandden en kolonieën stichtten, en ons verbijsterd afvragen hoe zelfs de meest uitgesproken ethisch ingestelden onder hen het niet voor elkaar kregen om te erkennen dat zij zich zó niet hadden te gedragen. Wat was de drijvende kracht achter deze vooruitgang?

Plato was van mening dat morele vooruitgang in wezen een intellectueel proces is, dat wordt voortgedreven door rationele argumenten – een standpunt dat door veel van de meest invloedrijke morele filosofen, van Baruch Spinoza en Immanuel Kant tot John Rawls en Peter Singer, wordt gedeeld. Toch hebben veel andere filosofen de autocratie van de ratio in het morele leven van de mens verworpen. Zij zijn het eens met de bewering van David Hume dat “de ratio op zichzelf volkomen inert is.” Zij geloven dat geen enkel argument dat louter abstract is ons iets kan laten doen wat we niet willen doen.

Als een rationele overweging ons niet in beweging kan krijgen, wat dan wel? Eén simpel antwoord steekt er met kop en schouders boven uit: emoties.

Morele emoties, met name empathie, kunnen bewerkstelligen wat geen bloedeloze redenering vermag: ze laten ons de ervaringen van anderen voelen, en zorgen ervoor dat we ons daar rekenschap van willen geven. Hoe meer we voelen, des te meer we ergens om geven – en des te moreler onze beweegredenen zijn. Kortom: een sterker gevoel van empathie is bevorderlijk voor onze morele vooruitgang.

Met deze aandachtsverschuiving van ratio naar emotie maakt de morele filosofie steeds meer plaats voor de morele psychologie, die – door ideeën uit de evolutionaire biologie te incorporeren – steeds meer te zeggen heeft over de menselijke natuur en onze morele levens. Het is een kwestie van natuurlijke selectie.

Morele moties als empathie zijn net zo zeer het resultaat van de blinde werking van aanpassing als het feit dat wij rechtop staan en onze duimen tegen elkaar kunnen aandrukken – trekjes die in een diersoort zijn verankerd door de verspreiding van bepaalde genen. Wij mensen staan het meest empathisch tegenover degenen waarmee wij het grootste deel van onze genen delen: onze kinderen, onze ouders, onze broers en zussen, en in iets mindere mate onze 'uitgebreide familie' en onze 'stam'. Onze empathie jegens hen kan ons er zelfs toe aanzetten offers te brengen die onze individuele overleving in gevaar brengen, maar dat is volkomen logisch in het licht van de bescherming van onze gedeelde genen.

Empathie is uiteraard niet het enige deel van onze geërfde natuur dat ons gedrag tegenover anderen vormgeeft. Er is feitelijk ook een dwingende evolutionaire verklaring voor xenofobie.

De mens heeft zich ontwikkeld uit primaten die gemeenschappen vormden die samenwerkten om te overleven. Gezien de voor de hand liggende voordelen van het hebben van toegang tot een groter territorium waarin je kunt verzamelen en jagen, werden buitenstaanders – vooral diegenen die 'genetisch op afstand staan' – als vijanden behandeld. In deze zin is de notie van het “wij tegen hen” van fundamenteel belang geweest voor de menselijke evolutie; zij blijft ook onze omgang met elkaar vormgeven.

Net zoals zowel empathie als xenofobie kunnen worden verklaard door natuurlijke selectie, kunnen beiden worden gemoduleerd door culturele factoren. Maar kunnen zij ook beweren 'morele emoties' te zijn?

Binnen het strikte domein van de morele psychologie kan dat zeker. Immers: een psychologische vertelling van het verhaal van onze morele ontwikkeling biedt geen basis voor de neiging om de ene natuurlijke aandrift te ontmoedigen en de andere te bevorderen.

Maar de morele psychologie hoeft niet het hele verhaal te vertellen. Er is geen reden waarom we geen morele psychologie én morele filosofie kunnen hebben: morele psychologie om uit te leggen waarom morele vooruitgang mogelijk én pijnlijk traag is, en morele filosofie om duidelijk te maken wat morele vooruitgang is en om ons in de juiste richting te duwen.

We zijn rationele, nadenkende menselijke wezens, en onze genen zijn niet de meesters van ons lot. We moeten niet zó in de ban raken van de verklarende kracht van de gedragswetenschappen dat we ten prooi vallen aan het geloof dat morele vooruitgang gepredestineerd is.

Fake news or real views Learn More

De psychologie vertelt een beperkt verhaal, dat onze morele vooruitgang in het verleden buiten beschouwing laat, evenals het harde argumentatiewerk dat nodig zal zijn om deze vooruitgang in de toekomst uit te breiden. Plato zou deze zienswijze verwerpen, en dat moeten wij ook doen.

Vertaling: Menno Grootveld