3

Het Midden-Oosten moet de leiding nemen bij de vluchtelingenopvang

FEZ – Sinds 2012 zijn ruim twaalf miljoen migranten en vluchtelingen in Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika terechtgekomen. Dat heeft geleid tot een steeds erger wordende politieke en humanitaire crisis, en tot een steeds verhitter debat over hoe daarmee moet worden omgegaan.

In Europa wordt dit debat gekenmerkt door onenigheid en verdeeldheid, met als voorbeeld het recente besluit van Groot-Britannië om de Europese Unie te verlaten – een besluit dat grotendeels het gevolg was van overdreven angsten over de immigratie. Nu de lidstaten van de EU er niet in slagen het eens te worden over de vraag hoe de buitengrenzen moeten worden bewaakt, en al helemaal niet over de vraag wat te doen met de vluchtelingen die al zijn aangekomen, is een effectief, eensluidend antwoord een luchtspiegeling gebleken.

In het Midden-Oosten wordt het vluchtelingendebat op minder luide toon, maar daarom nog niet minder gepassioneerd gevoerd. Jordanië, een land met 6,5 miljoen inwoners, biedt nu onderdak aan ruim 1,4 miljoen voornamelijk Syrische vluchtelingen. De 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen in Libanon vertegenwoordigen bijna een derde van de bevolking van het land, dat in totaal 4,7 miljoen inwoners telt. Turkije herbergt, met zo'n 75 miljoen inwoners, nu 2,7 miljoen Syrische vluchtelingen, waarvan ongeveer 30% in 22 door de overheid gerunde kampen langs de Syrische grens verblijft.

Omdat de meeste vluchtelingen afkomstig zijn uit het Midden-Oosten – met name uit Syrië, maar ook uit Afghanistan, Irak, Jemen en Libië – is het niet verrassend dat de regio veruit het grootste deel van de lasten draagt. Maar niet alle landen in het Midden-Oosten hebben genoeg gedaan.