3

Het Midden-Oosten moet de leiding nemen bij de vluchtelingenopvang

FEZ – Sinds 2012 zijn ruim twaalf miljoen migranten en vluchtelingen in Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika terechtgekomen. Dat heeft geleid tot een steeds erger wordende politieke en humanitaire crisis, en tot een steeds verhitter debat over hoe daarmee moet worden omgegaan.

In Europa wordt dit debat gekenmerkt door onenigheid en verdeeldheid, met als voorbeeld het recente besluit van Groot-Britannië om de Europese Unie te verlaten – een besluit dat grotendeels het gevolg was van overdreven angsten over de immigratie. Nu de lidstaten van de EU er niet in slagen het eens te worden over de vraag hoe de buitengrenzen moeten worden bewaakt, en al helemaal niet over de vraag wat te doen met de vluchtelingen die al zijn aangekomen, is een effectief, eensluidend antwoord een luchtspiegeling gebleken.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

In het Midden-Oosten wordt het vluchtelingendebat op minder luide toon, maar daarom nog niet minder gepassioneerd gevoerd. Jordanië, een land met 6,5 miljoen inwoners, biedt nu onderdak aan ruim 1,4 miljoen voornamelijk Syrische vluchtelingen. De 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen in Libanon vertegenwoordigen bijna een derde van de bevolking van het land, dat in totaal 4,7 miljoen inwoners telt. Turkije herbergt, met zo'n 75 miljoen inwoners, nu 2,7 miljoen Syrische vluchtelingen, waarvan ongeveer 30% in 22 door de overheid gerunde kampen langs de Syrische grens verblijft.

Omdat de meeste vluchtelingen afkomstig zijn uit het Midden-Oosten – met name uit Syrië, maar ook uit Afghanistan, Irak, Jemen en Libië – is het niet verrassend dat de regio veruit het grootste deel van de lasten draagt. Maar niet alle landen in het Midden-Oosten hebben genoeg gedaan.

De Golf-staten hebben ondanks hun enorme olierijkdom nauwelijks vluchtelingen opgenomen; zij beweren daartoe niet verplicht te zijn, omdat ze geen partij zijn bij de Vluchtelingenconventie van de VN uit 1951. De Verenigde Arabische Emiraten hebben sinds het begin van de Syrische crisis in 2011 bijvoorbeeld maar net iets meer dan 200.000 Syrische staatsburgers verwelkomd. Egypte, Tunesië, Marokko en Algerije staan Syrische vluchtelingen toe binnen te komen, maar bieden geen steun aan degenen die dat daadwerkelijk doen; er zijn in deze landen geen vluchtelingenkampen.

Intussen gaan hun buurlanden gebukt onder het gewicht van de crisis. Het Jordaanse budget voor sociale voorzieningen heeft al een breekpunt bereikt, wat heeft geleid tot sociale spanningen. De scholen in Jordanië en Libanon waren al overvol vóórdat de vluchtelingen arriveerden; nu barsten ze uit hun voegen. Zelfs de vluchtelingen die in Jordanië en Libanon werken creëren problemen, omdat zij onbewust de lonen voor laaggekwalificeerde arbeid omlaag drukken. De Turkse regering heeft ruim $8 mrd aan hulp geleverd; de EU heeft daarentegen slechts een klein deel van de €3,2 mrd ($3,6 mrd) die in november werd toegezegd ter beschikking gesteld.

Nu de gastlanden overvraagd worden, is het geen verrassing dat de vluchtelingen in zware omstandigheden leven, of dat nu in kampen of in zeer arme buurten is, zonder faciliteiten of sanitaire voorzieningen. Honderdduizenden vluchtelingen zijn werkloos, inclusief de best geschoolden onder hen, wier kwalificaties dikwijls niet worden erkend. Als gevolg daarvan zijn dwangarbeid, slavernij, prostitutie en sociale uitsluiting in opkomst.

Het is van cruciaal belang de migranten grotendeels in het Midden-Oosten te houden – niet in de laatste plaats om te voorkomen dat ze verdrinken in de Middellandse Zee tijdens hun pogingen om Europa te bereiken. Het in maart gesloten akkoord tussen Turkije en de EU – op grond waarvan migranten die de EU binnenkomen en geen vluchtelingen zijn worden teruggestuurd naar Turkije – heeft geholpen, en bijgedragen tot een scherpe daling van het aantal migranten dat in Griekenland arriveert.

Maar er moet veel meer worden gedaan – en de landen van het Midden-Oosten moeten daarbij het voortouw nemen. Het meest urgent is dat de rijke Golf-staten meer geld ter beschikking stellen van de landen die de meeste vluchtelingen herbergen, waardoor ze kunnen beginnen de levensomstandigheden te verbeteren van degenen die veiligheid zoeken. Vervolgens is er, om tot een samenhangender oplossing te komen die landen stabiel kan houden en kan garanderen dat vluchtelingen adequate bescherming ontvangen, diepere samenwerking nodig tussen de regeringen onderling, en met de privé-sector en maatschappelijke organisaties in de hele regio.

Het probleem is dat er geen consensus is in het Midden-Oosten, noch onder de regeringen noch onder de burgers, over hoe er op deze crisis moet worden gereageerd. Om de impasse te doorbreken moeten één of twee stoutmoedige en vooruitziende leiders hun burgers herinneren aan hun wettelijke, en – wellicht belangrijker – morele verplichtingen jegens de vluchtelingen. De islamitische traditie van het beschermen van het welzijn van de armen kan de taal en de legitimiteit bieden die nodig zijn om burgers ertoe aan te zetten hun steentje bij te dragen.

In mijn boek New Horizons of Muslim Diaspora in North America and Europe stel ik mij teweer tegen de conventionele wijsheid dat migranten en vluchtelingen een bedreiging vormen voor de veiligheid en ontwikkeling van het Midden-Oosten. Net als in de ontwikkelde landen van het Westen kunnen migranten in het Midden-Osten ongekende bijdragen leveren aan hun gastsamenlevingen. We moeten hen daartoe alleen wél in staat stellen.

Bovenal moet in de fundamentele behoeften van de vluchtelingen worden voorzien. Behoorlijke levensomstandigheden – inclusief huisvesting, voeding en gezondheidszorg – moeten worden gewaarborgd, naast kansen op onderwijs en werkgelegenheid.

Maar als slechts een paar landen alle lasten moeten blijven dragen zal het vrijwel onmogelijk zijn in de behoeften van de vluchtelingen te voorzien. Daarom moet de regio een mechanisme ontwikkelen voor het evenrediger verspreiden van de vluchtelingen over de diverse landen, in de geest van het quota-systeem van de EU. Gestandaardiseerde en gestroomlijnde procedures voor de behandeling van asielaanvragen moeten ook worden geïmplementeerd.

Zelfs als dit allemaal wordt verwezenlijkt, zal een werkelijk duurzame oplossing van de vluchtelingencrisis niet mogelijk zijn zonder vrede in Syrië, en zonder herstel van de orde in de zwak bestuurde staten van het Midden-Oosten. Daarom is het zo belangrijk dat de regeringen in de regio een grotere en assertievere rol gaan spelen in het aanpakken van het geweld en de instabiliteit die ten grondslag liggen aan de crisis.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

We kunnen het ons niet veroorloven te wachten tot buitenlandse machten onze meest dringende problemen oplossen. Onze regeringen moeten zwaar investeren in de stabiliteit van onze buurlanden, ook door het Syrische vredesproces tot een succesvol einde te brengen, en in het welzijn van al onze burgers.

Vertaling: Menno Grootveld