2

Een duurzame economie voor de Arabische wereld

WASHINGTON, DC – De afgelopen decennia zijn miljoenen mensen in de Arabische wereld uit de extreme armoede verlost. Maar de vooruitgang dreigt nu te worden vertraagd of zelfs teruggedraaid te worden, als gevolg van een vicieuze cirkel van economische mislukkingen en gewelddadige wanorde. Om een dergelijke uitkomst te voorkomen moeten de Arabische landen snel stappen zetten om een duurzamere economie op te bouwen, ondersteund door een grotere creativiteit en vitaliteit van de privé-sector, verbeterde publieke diensten, en de creatie van regionale en mondiale publieke goederen.

De eerste stap naar de verwezenlijking hiervan is het onderkennen van de schaal en aard van de mogelijke barrières voor succes. De Arabische landen kampen vandaag de dag met trage bbp-groei en krapper wordende begrotingen. De ongelijke kansen op het gebied van de toegang tot onderwijs, training en gezondheidszorg – waarin die krappere begrotingen deels worden weerspiegeld – verscherpen de toch al groeiende ongelijkheid.

Zoals we in de regio hebben gezien, kunnen zulke omstandigheden de politieke polarisatie en gewelddadige conflicten bevorderen, met ontheemding, verlies van levens, verwoesting van infrastructuur en uit de hand lopende economische kosten als gevolg. Hoewel economische ontwikkeling geen waarborg is voor vrede, dragen ontwikkelingsfiasco's vaak bij aan extremisme en geweld, vooral wanneer de volkswoede samengaat met een gebrek aan institutionele legitimiteit. Het bestaan van conflicten in buurlanden, die destabiliserende overloop-effecten kunnen hebben, verhogen het gevaar van onrust.

Technologische innovatie kan deel uitmaken van de oplossing voor de Arabische economieën; maar de ermee gepaard gaande ontwrichting van markten en bestaansmiddelen roept zo haar eigen uitdagingen op. Net zo moeilijk te beheersen zijn risico's als klimaatverandering en pandemieën, die grenzen oversteken en dus niet door individuele landen in hun eentje kunnen worden aangepakt.

Het overwinnen van deze uitdagingen zal niet makkelijk zijn. De sleutel tot succes is slimme samenwerking: tussen de publieke en de private sectoren; tussen de overheid en de civil society; tussen landen; en tussen landen en internationale organisaties.

Een van die internationale organisaties is de World Bank Group, die samenwerkt met landen om te helpen de armen en meest kwetsbaren te beschermen, de veerkracht tegen vluchtelingen- en migratieschokken te verbeteren, en de inclusieve en betrouwbare dienstverlening te garanderen. Wij doen ook ons best om de privésector te versterken, zodat die banen en kansen kan scheppen voor jonge mensen in de Arabische wereld. En we promoten andere samenwerkingsvormen, vooral regionale samenwerking op het gebied van gedeelde publieke goederen en in sectoren als onderwijs, water, energie en klimaatverandering.

Een belangrijk doel van samenwerking moet ook het bijeenbrengen van financiële middelen zijn. De officiële ontwikkelingshulp (ODA), die vorig jaar $142 mrd bedroeg, zal nooit genoeg zijn om de buitengewone financieringsbehoeften van de regio te dekken, zelfs niet als zij wordt gecombineerd met overheidsgelden. Om dit in de juiste context te plaatsen: de ODA voor 2015 bedroeg slechts een derde van Duitslands jaarlijkse gezondheidszorgrekening.

De handelstak van de Verenigde Naties, UNCTAD, schat dat de wereld, om de Sustainable Development Goals (SDGs, Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen) te verwezenlijken, jaarlijks een kloof van $2,5 bln zal moeten zien te overbruggen. Om dit voor elkaar te krijgen, moeten we innovatieve mechanismen gebruiken om mondiale fondsen te mobiliseren, met name uit de privésector.

Gelukkig beschikt de privésector over biljoenen dollars die kunnen worden aangewend voor het opbouwen van een duurzamere economie en, in het bijzonder, het verwezenlijken van de SDGs. Maar hiervoor zijn impulsen nodig, die de World Bank Group heeft geprobeerd te geven, met gebruikmaking van concessional financing, investeringsgaranties en matching investments. We hebben ook ons best gedaan om landen ertoe aan te zetten het beleids- en toezichtklimaat te verbeteren voor ontwikkeling en groei, waardoor ze aantrekkelijker bestemmingen worden voor fondsen uit de privésector.

Maar er moet méér worden gedaan om de privésector aan te moedigen in duurzame ontwikkeling te investeren. Om te beginnen hebben bedrijven een doel nodig. Zoals blijkt uit een recent rapport van Deloitte moeten bedrijven in staat zijn een duidelijk doel te formuleren, dat verbonden is met een breder sociaal, ecologisch of zelfs economisch doel. Dat doel kan fungeren als een kompas voor het bedrijf, zijn organisatiecultuur en waarden beïnvloeden, en het individuele en collectieve gedrag van de belanghebbenden richting geven.

Uiteraard zal het louter hebben van een doel de privésector er niet toe aanzetten meer in duurzaamheid te investeren. De Business and Sustainable Development Commission (BSDC) heeft gemeld dat investeringen in SDGs enorme rendementen opleveren, waaronder nieuwe kansen, enorme efficiency-winsten, impulsen voor innovatie en een verbeterde reputatie.

Als bedrijven deze voordelen eenmaal onder ogen zien en besluiten een doelgerichte aanpak na te streven, hebben ze hulp nodig bij het monitoren van en rapporteren over de resultaten daarvan. In het bijzonder hebben zij behoefte aan een transparant raamwerk dat hen in staat stelt informatie over de vooruitgang op het gebied van hun economische, sociale en ecologische langetermijndoelstellingen makkelijker te delen. Er worden pogingen in het werk gesteld om zo'n raamwerk te creëren, maar er moet meer worden gedaan om de juiste prikkels voor bedrijven te genereren om mee te gaan doen.

De gelederen van de bedrijven die de transitie naar een duurzame economie steunen groeien. Maar om deze transitie te voltooien, vooral in de Arabische landen, zullen veel meer bedrijven en andere entiteiten uit de privésector een tandje bij moeten zetten. Uiteraard moeten hun beloften worden weerspiegeld in en versterkt door beloften van regeringen, multilaterale instellingen en de civil society.

De weg vooruit is bezaaid met problemen, maar de Arabische wereld is er in het verleden ook in geslaagd soortgelijke uitdagingen het hoofd te bieden. De regio heeft, nu meer dan ooit, de mensen, de middelen en de kansen om tot bloei te komen.

Vertaling: Menno Grootveld