14

Het economisch beleid dat Trump moet voeren

LONDEN – Nu Donald Trump is aangetreden als de 45e president van de VS, stapt een groep van 35 prominente internationale leiders uit het bedrijfsleven, onder leiding van bestuursvoorzitter Paul Polman van Unilever en ikzelf, naar voren om de open markt te verdedigen, de strijd tegen de klimaatverandering te ondersteunen en een omvangrijke campagne tegen de mondiale ongelijkheid te eisen. Dit zijn de kernelementen van wat naar onze mening de enige levensvatbare economische strategie is voor de Verenigde Staten en de rest van de wereld.

Recente verkiezingsresultaten, waaronder de verkiezing van Trump, onderstrepen de steeds grotere grieven van veel huishoudens in de ontwikkelde landen. In de twintig jaar vóór de financiële crisis van 2008 zorgde de ongekende mondialisering ervoor dat de inkomens van vrijwel iedereen stegen. De inkomens van de armste dertig procent van de mensheid stegen met 40 tot 70%, en die van de middelste dertig procent met 80%. De bovenste 1% deed het zelfs nóg beter – zó veel beter zelfs dat de elite van het bedrijfsleven nu wordt geconfronteerd met een krachtige tegenreactie.

En toch zijn de inkomens van een cruciale groep – de lagere middenklasse – nauwelijks gestegen. En sinds 2008 heeft deze groep ook het zwaarst geleden onder de bezuinigingen. Het is dus niet verrassend dat de leden van deze groep zich “in de steek gelaten” voelen door de mondialisering – en nu verandering eisen.

De regering-Trump zou in de verleiding kunnen komen de problemen van deze groep geïsoleerd aan te pakken, met naar binnen gericht beleid voor specifieke bedrijfstakken, of door te trachten de buitenlandse concurrentie te beperken. Maar de problemen waar deze huishoudens mee kampen staan niet op zichzelf. Zij vloeien voort uit de sociale en ecologische grenzen die nu zijn bereikt door het heersende model van economische groei – en de variant van de mondialisering die dit model heeft geschraagd. Het negeren van deze werkelijkheid en het ten uitvoer leggen van bekrompen, nationalistische oplossingen zou de zaken er alleen maar erger op maken.

Sociaal gesproken zijn de betrekkelijke ontberingen in de Amerikaanse Rust Belt, waar de steun voor Trump van wezenlijk belang was voor zijn overwinning, een onbedoeld gevolg van een snelgroeiende arbeidsmarkt, die werknemers vrijwel overal ter wereld in een kwetsbare positie heeft gebracht – zelfs in de opkomende economieën, waar de werknemers de afgelopen decennia de “winnaars” van de mondialisering leken. Landen en regio's die wedijveren om bedrijfsinvesteringen nemen het over het algemeen niet zo nauw met de arbeidsomstandigheden.

Op het ecologische front staan de zaken er heel slecht voor. De menselijke activiteiten hebben de planeet al voorbij vier van de negen 'points of no return' gevoerd, waaronder die met betrekking tot de klimaatverandering en het verlies van de integriteit van de biosfeer. De snel stijgende kosten van de ecologische schade beperken de economische groei, waardoor de versoepeling van beschermingsmaatregelen voor het milieu een averechts effect heeft.

De schade aan ecosystemen en biodiversiteit, alleen al veroorzaakt door de huidige praktijken in de voedsel- en landbouwsector, kan in 2050 zijn opgelopen naar 18% van de mondiale economische productie, tegen zo'n 3% in 2008. Op de opkomende markten, vooral in Azië, heeft de snelle economische groei geleid tot levensbedreigende smog, en een voortdurende verkeerschaos in steden die niet in staat zijn hun infrastructuur snel genoeg uit te breiden.

Voor het aanpakken van de ecologische problemen van de wereld en het verbeteren van het lot van degenen die achterop zijn geraakt, zal publieke actie noodzakelijk zijn, van het type waarop ik heb toegezien in mijn functies bij de Wereldbank, de Verenigde Naties en de Britse overheid. Maar ook het bedrijfsleven zal zijn steentje moeten bijdragen.

Tijdens mijn carrière heb ik met eigen ogen gezien dat de groei die wordt teweeggebracht door de concurrentie tussen bedrijven in een mondialiserende wereld veel meer kan doen voor de bestrijding van armoede, honger en ziekten dan louter door de overheid gefinancierde programma's. Maar als die concurrentie op onverantwoordelijke wijze plaatsvindt, kan het omgekeerde gebeuren – wat in veel gevallen helaas ook het geval is geweest.

Bij het grijpen van de kansen die de mondialisering bood hebben bedrijven vaak de werknemers uit de ontwikkelde landen over het hoofd gezien die zij in de steek hebben gelaten, terwijl ze de werknemers in de ontwikkelingslanden aan buitengewone ontberingen onderwierpen. Bovendien hebben individuele bedrijven dikwijls gelobbied tegen milieubeschermingsmaatregelen die onbetwistbaar in ons gemeenschappelijk belang zijn.

Vandaag de dag voel ik me gesterkt als ik zie dat een snelgroeiende groep leiders uit het bedrijfsleven erkent dat de grotere vrijheden en rijkdom die zij aan de mondialisering ontlenen een grotere verantwoordelijkheid voor de arbeidsomstandigheden en het milieu met zich meebrengen. Wij verwachten dat onze strategie om de aanhoudende mondialisering – in een herziene vorm die duurzamer en inclusiever is – te verzekeren meer leiders bij onze zaak zal kunnen betrekken.

Het raamwerk voor onze strategie is er al, in de vorm van de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's), waarover in 2015 overeenstemming werd bereikt door de lidstaten van de VN. Het bereiken van deze doelstellingen zal betekenen dat alle deelnemers aan de mondiale arbeidsmarkt zullen kunnen rekenen op fatsoenlijke salarissen, arbeidsomstandigheden en sociale vangnetten, en dat het milieu zal worden beschermd.

De SDG's beloven ook een gelijkwaardig speelveld voor groei-bevorderende concurrentie te zullen creëren. Binnen de vier grote sectoren die we en détail hebben bekeken, zagen we dat onze strategie zakelijke kansen zal opleveren met hoge rendementen, waardoor een stijging van het jaarlijkse mondiale bbp van minstens $12 bln teweeg kan worden gebracht. Andere veranderingen die we bepleiten – vooral een prijsstelling voor hulpbronnen die de volledige sociale en ecologische kosten weerspiegelt – zullen ervoor zorgen dat de toekomstige economische groei zowel de werknemers als de planeet beschermt.

Het veiligstellen van deze resultaten zal niet eenvoudig zijn, omdat er een nieuw sociaal contract voor nodig zal zijn tussen overheden, bedrijven en de civil society. Om te slagen zullen alle partijen het idee moeten hebben dat ze kunnen samenwerken in een win-win-situatie, in plaats van tegenstanders te zijn in een nulsomspel. Al het bewijsmateriaal duidt erop dat slechts een meer duurzame, open en inclusieve wereldeconomie een ecologisch veilige, economisch welvarende en sociaal rechtvaardige toekomst voor de mensheid kan bewerkstelligen.

Wat de VS aangaat komt onze strategie overeen met de verklaarde prioriteiten van Trump. Niet alleen biedt zij de meest veelbelovende oplossing voor de economische grieven van zijn aanhangers; zij leidt ook tot een flinke impuls voor de uitgaven aan infrastructuur, zoals Trump die al in het vooruitzicht heeft gesteld.

In plaats van een begrotingsimpuls te gebruiken in een vergeefse poging failliete, vervuilende industrieën en oude energiebronnen nieuw leven in te blazen, moet de regering van Trump – net als de rest van de wereld – haar kaarten zetten op een koolstofarme toekomst. Dat zou zeker tot veel bedrijvigheid leiden.

Vertaling: Menno Grootveld