1

Lessen uit een tijdperk van vooruitgang

WASHINGTON, DC – Stel dat je een toegewijd internationalist bent tijdens een tumultueuze periode in de wereldpolitiek, en dat je worstelt met de uitkomst van zenuwslopend spannende Amerikaanse presidentsverkiezingen. De winnaar is een Republikein die deels campagne heeft gevoerd met een oproep voor een terugtrekkende beweging op buitenlands-politiek terrein, en de verliezer een Democraat die stond voor voortzetting van het beleid van de vorige regering.

Stel je nu eens voor dat de nieuwe regering met andere landen gaat samenwerken om de komende vijftien jaar 25 miljoen levens te helpen redden. Tot dit laatste deel voelde het zojuist geschetste scenario waarschijnlijk maar al te contemporain aan voor veel lezers, van wie een groot deel zich nog steeds aan het aanpassen is aan de realiteit van het presidentschap van Donald Trump. Maar dit is ook hoe veel mensen zich in 2001 voelden, toen George W. Bush Al Gore versloeg, na een buitengewone beslissing van het Hooggerechtshof die een einde maakte aan de hertelling van de stemmen in Florida.

Er zijn zeker grenzen aan de vergelijkingen tussen toen en nu; maar het is de moeite waard om op te merken dat een groot deel van de wereld ook in de beginjaren van deze eeuw in chaos vast leek te zitten. Veel regio's gingen gebukt onder een economische crisis, en politieke leiders stuitten op protesten, waar en wanneer ze ook maar bijeenkwamen. Het regeringsbeleid van de Verenigde Staten jegens het Midden-Oosten ging lijnrecht in tegen dat van de Verenigde Naties, en het gewelddadige extremisme was overal in opkomst.

Het was tegen deze achtergrond dat de levens van grofweg 25 miljoen mensen – meestal kinderen van nog geen vijf jaar oud, en mensen geïnfecteerd met HIV/AIDS – werden gered, dankzij de versnelde vooruitgang van de mondiale ontwikkeling vanaf ongeveer 2001, het begin van de regering-Bush, tot 2015, het einde van de tweede termijn van Barack Obama.

Mijn collega Krista Rasmussen van het Brookings Instituut en ik hebben onlangs een onderzoek gepubliceerd waarin het veranderende tempo wordt geschat van de vooruitgang in het tijdperk van de Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen, die de wereldleiders in 2000 hadden vastgesteld om vóór 2015 de ernstigste problemen rond de mondiale armoede te kunnen aanpakken. We zijn erachter gekomen dat ruwweg twee derde van de levens die in deze periode werden gered zich in Afrika bevonden, een vijfde in China en India, en de overige verspreid over de rest van de ontwikkelingslanden.

De vooruitgang versnelde ook op andere terreinen. Sinds 2000 hebben op z'n minst 59 miljoen méér kinderen de basisschool voltooid dan zou zijn gebeurd als de trends van de jaren negentig zich hadden voortgezet; en ruim 470 extra mensen werden uit de extreme armoede verlost dan het geval zou zijn geweest als het tempo van de verbetering tussen 1990 en 2002 was aangehouden.

Helaas hebben we ook vastgesteld dat de vooruitgang op andere terreinen minder indrukwekkend was. Hoewel de wereld grote winst boekte als het ging om de aanpak van de honger en het uitbreiden van de toegang tot drinkwater, deed zij het op dit gebied niet aanzienlijk beter dan wat had mogen worden verwacht op grond van de trends uit de jaren negentig. En met betrekking tot sanitaire voorzieningen – het hebben van toegang tot een toilet – was het reeds trage tempo van de vooruitgang er niet sneller op geworden.

Deze resultaten duiden op drie belangrijke lessen voor het navigeren in de onzekere geopolitieke wateren van vandaag de dag. In de eerste plaats hoeft het verleden geen proloog te zijn: doorbraken zijn altijd mogelijk, zelfs als ze niet verwacht worden. Begin deze eeuw waren de vooruitzichten voor een betere internationale samenwerking somber. In december 1999 voorkwamen massale betogingen die nu bekend staan als de “Battle of Seattle” de voltooiing van een ministersconferentie van de World Trade Organization. En in juli 2001 werd een betoger doodgeschoten tijdens rellen bij de top van de G8 in het Italiaanse Genua. Maar betere engelen kregen de overhand, en de wereld kwam samen om actie te ondernemen op het terrein van mondiale gezondheidsproblemen rond leven en dood.

In de tweede plaats worden doorbraken doorgaans gedreven door pragmatische technische pogingen om de status quo te ontwrichten. De snelle vooruitgang op het gebied van de mondiale gezondheidszorg was bijvoorbeeld het gevolg van wetenschappelijke ontdekkingen en grote investeringen in innovatieve nieuwe instellingen. Daartoe behoren onder meer het Global Fund to Fight AIDS, Tuberculosis, and Malaria; de Global Alliance for Vaccines and Immunizations (die nu bekend staat als Gavi, de Vaccinatie Alliantie); het Emergency Plan for AIDS Relief van de Amerikaanse president; en de vele publiek-private samenwerkingen die onder meer door de Bill and Melinda Gates Foundation worden gefinancierd.

In de derde plaats kunnen politieke leiders een sleutelrol spelen bij het aandringen op nieuwe benaderingen en oplossingen voor mondiale problemen. Wie had begin 2001 kunnen raden dat Bush – die de VS later naar een verwoestende oorlog in Irak zou leiden – de held zou worden in de mondiale strijd tegen AIDS en malaria? De regering-Bush stak uiteindelijk veel meer geld in de budgetten voor buitenlandse hulp dan Bill Clinton tijdens zijn twee ambtstermijnen had gedaan.

Deze drie lessen moeten worden toegepast als het gaat om de nieuwe grenslijn van mondiale problemen. In 2015 zijn alle landen een nieuwe reeks ambitieuze Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen overeengekomen, die in 2030 moeten zijn verwezenlijkt. Deze SDG's hebben ten doel de extreme armoede en honger te elimineren, de ongelijkheid binnen en tussen landen te verminderen, en een duurzame toekomst voor onze planeet te verzekeren. Veel mensen vinden deze doelstellingen te ambitieus, gezien de enorme problemen waar de wereld vandaag de dag mee kampt. Maar het bereiken van deze doelstellingen is essentieel voor het verbeteren van de levensstandaarden overal ter wereld.

Hoe wanordelijk de wereld zich in 2017 ook mag voelen, het potentieel voor hernieuwde vooruitgang op ieder gegeven moment is groter dan de meeste mensen mogelijk achten. Voor het verwezenlijken van dit potentieel zijn bepaalde kerningrediënten nodig, zoals institutionele en ontwrichtende innovaties in de wetenschap en het bedrijfsleven. En het vereist dat politici van alle politieke kleuren hun rol spelen. Als de juiste elementen samenkomen, is het potentieel voor menselijke prestaties enorm. Dat is de reden dat het redelijk is om te hopen dat de volgende ronde van overwinningen in de mondiale ontwikkeling nog indrukwekkender zal blijken te zijn dan de laatste.

Vertaling: Menno Grootveld