1

Privacy sinds Snowden

LONDEN – Er is een jaar voorbij gegaan sinds de voormalige Amerikaanse inlichtingenanalist Edward J. Snowden de enorme omvang van de internet-surveillance van de Amerikaanse Nationale Veiligheidsdienst (NSA) begon bloot te leggen. Zijn onthullingen hebben geleid tot publieke verontwaardiging en scherp afwijzend commentaar bij Amerikaanse bondgenoten als Duitsland, waardoor een einde is gekomen aan de rooskleurige veronderstellingen over hoe vrij en veilig internet en allerlei telecommunicatienetwerken feitelijk zijn. In zijn eentje heeft Snowden de manier veranderd waarop mensen tegen hun smartphones, tablets en laptops aankijken en een publiek debat uitgelokt over de bescherming van persoonsgegevens. Zijn onthullingen hebben echter geen belangrijke hervormingen teweeggebracht.

De waarheid gebiedt te zeggen dat de Amerikaanse president Barack Obama, daartoe aangezet door een bondgenootschap tussen maatschappelijke organisaties en de technologiesector, wel enige maatregelen heeft genomen. In een toespraak in januari dit jaar en in een begeleidende presidentiële beleidsrichtlijn heeft Obama Amerikaanse spionnen opgedragen te erkennen dat “alle personen met waardigheid en respect dienen te worden behandeld, ongeacht hun nationaliteit of waar ze ook mogen wonen, en dat alle personen legitieme privacy-belangen hebben als het gaat om de omgang met hun persoonsgegevens.”

Een aantal specifieke stappen, die hun gelijke niet kennen in de duistere wereld van de inlichtingendiensten, hebben deze retorische plichtsbetuiging aan de privacy vergezeld. Toen technologiebedrijven de regering voor de rechter daagden om details prijs te geven over inlichtingenverzoeken van de overheid, sloot de regering-Obama een compromis waarbij een schikking werd getroffen die gedetailleerdere verslaglegging toestaat. Op grond van deze overeenkomst kunnen bedrijven cijfers vrijgeven over gegevensverzoeken van inlichtingendiensten in reeksen van 250 of 1000 stuks, afhankelijk van de mate waarin de diverse soorten verzoeken van elkaar verschillen.

Hoewel dit een stap in de goede richting is, is het zeker niet toereikend. Er zijn grote uitzonderingen, zoals het verbod op de verslaglegging over een paar van de meest beruchte NSA-programma's, waaronder het op grote schaal vergaren van gegevens over telefoongesprekken op grond van sectie 215 van de USA PATRIOT Act. Bovendien heeft Obama zich verzet tegen de belangrijkste aanbevelingen van de onafhankelijke onderzoeksgroep die hij heeft benoemd. En de “USA FREEDOM Act,” die bedoeld was om de massale verzameling van gegevens over Amerikaanse telefoongesprekken stop te zetten, is verwaterd door een aantal amendementen dat de overheid in staat stelt metadata te blijven verzamelen over miljoenen individuen, zonder hun instemming. Deze metadata – die weergeven met wie we praten en hoe lang – kunnen net zoveel informatie prijsgeven over onze persoonlijke levens als de inhoud van die gesprekken zelf.