98

De lessen van anti-mondialisering

NEW YORK – De vermoedelijke overwinning van Emmanuel Macron in de Franse presidentsverkiezingen heeft de wereld een zucht van opluchting doen slaken. In dit geval gaat Europa tenminste niet op de protectionistische toer die president Donald Trump de Verenigde Staten opdringt.

Maar de voorstanders van mondialisering mogen de champagne nog niet laten knallen; protectionisten en voorvechters van een ‘niet-liberale democratie’ komen ook in andere landen sterk op. En het feit dat een onverholen hypocriet en doortrapte leugenaar zoveel stemmen kan krijgen als Trump in de VS deed, en dat de extreemrechtse Marine Le Pen de beslissende stemronde tegen Macron op 7 mei heeft bereikt zou ons diep moeten verontrusten.

Sommigen gaan ervan uit dat het slechte management en de overduidelijke incompetentie van Trump genoeg moeten zijn om het enthousiasme voor populistische wonderdoeners elders de kop in te drukken. Overeenkomstig zullen de stemmers in de Rust Belt die Trump steunden over vier jaar vrijwel zeker slechter af zijn, en zal de rationele stemmer dit vast en zeker begrijpen.

Maar het zou een vergissing zijn te concluderen dat de onvrede over de wereldeconomie – tenminste over hoe deze grote groepen mensen uit de (vroegere) middenklasse behandelt – bedwongen is. Wanneer de ontwikkelde liberale democratieën vasthouden aan hun beleid van status quo zullen ontslagen werknemers vervreemd blijven worden. Velen zullen voelen dat Trump, Le Pen en hun soortgenoten tenminste erkennen hun pijn te voelen. Het idee dat stemmers zich uit zichzelf tegen protectionisme en populisme zullen keren is wellicht niet meer dan kosmopolitisch wensdenken.

De voorstanders van de liberale markteconomie moeten inzien dat veel hervormingen en technologische ontwikkelingen sommige – wellicht grote – groepen slechter af kunnen laten. In principe vergroten deze veranderingen de economische efficiency, wat de winnaars in staat stelt om de verliezers te compenseren. Maar wanneer de verliezers slechter af blijven, waarom zouden ze dan mondialisering en marktgericht beleid omarmen? Het is toch in hun eigenbelang om zich tot politici te wenden die deze veranderingen opponeren?

Dus de les moet hier helder zijn: in het afzijn van progressief beleid, inclusief sterke programma’s voor sociale zekerheid, omscholing, en andere vormen van hulp voor individuen en gemeenschappen die door de mondialisering achtergebleven zijn, zouden Trumpiaanse politici een permanent onderdeel van het politieke landschap kunnen worden.

De kosten opgelegd door zulke politici zijn voor iedereen hoog, zelfs wanneer ze hun protectionistische en nativistische ambities niet geheel verwezenlijken, omdat ze zich voeden met angst, hypocrisie aanwakkeren, en gedijen bij een gevaarlijk gepolariseerde wij-tegen-zij benadering van bestuur. Trump heeft zijn aanvallen op twitter tot nu toe verdeeld tussen Mexico, China, Duitsland, Canada, en vele anderen – en deze lijst zal tijdens zijn ambtsperiode zeker langer worden. Le Pen heeft zich op moslims gericht, maar haar recente commentaren die de Franse verantwoordelijkheid voor het oppakken van joden tijdens de Tweede Wereldoorlog ontkennen onthullen haar sluimerende antisemitisme.

Diepe en wellicht onherstelbare nationale schisma’s kunnen het gevolg zijn. In de VS heeft Trump het respect voor het presidentschap al doen tanen en hij zal hoogstwaarschijnlijk een verdeelder land achterlaten.

We mogen niet vergeten dat voor de dageraad van de Verlichting, met zijn omhelzen van wetenschap en vrijheid, de inkomens en levenstandaard eeuwenlang statisch waren. Maar Trump, Le Pen en andere populisten representeren de antithese van de waarden van de Verlichting. Zonder te blikken of blozen citeert Trump ‘alternatieve feiten,’ ontkent wetenschappelijke methoden, en stelt grootschalige bezuinigingen voor op overheidsonderzoek, waaronder naar klimaatverandering, waarvan hij denkt dat het een verzinsel is.

Het protectionisme aangehangen door Trump, Le Pen en anderen stelt de wereldeconomie voor een overeenkomstig gevaar. Er zijn driekwart eeuw inspanningen gedaan om een op regels gebaseerde economische wereldorde te creëren, waarin goederen, diensten, mensen, en ideeën zich vrij over grenzen konden bewegen. Onder luid applaus van zijn medepopulisten heeft Trump een bom onder deze structuur gelegd.

Gegeven de volharding van Trump en zijn paladijnen dat grenzen er wel toe doen zullen bedrijven zich tweemaal bedenken voordat ze mondiale aanvoerlijnen opzetten. De hieruit voortkomende onzekerheid zal investeringen ontmoedigen, vooral over grenzen heen, wat het momentum voor een mondiaal op regels gebaseerd systeem zal verkleinen. Wanneer er minder in het systeem geïnvesteerd wordt, zullen voorstanders van zo een systeem minder stimuli kennen om het te bevorderen.

Dit zal voor de hele wereld problematisch worden. Of je het nu leuk vindt of niet, de mensheid zal wereldwijd verbonden blijven, en te maken hebben met gemeenschappelijke problemen zoals klimaatverandering en terroristische dreiging. Het vermogen en de stimuli om deze problemen samen op te lossen moeten sterker worden, niet zwakker.

De les van dit alles is iets dat Scandinavische landen al lange tijd weten. De kleine landen in deze regio begrepen dat openheid de sleutel was tot een snelle economische groei en welvaart. Maar om open en democratisch te blijven moesten hun burgers overtuigd worden dat significante delen van de maatschappij niet buitengesloten zouden worden.

De verzorgingsstaat werd dus essentieel voor het succes van de Scandinavische landen. Ze begrepen dat de enige duurzame welvaart een gedeelde welvaart is. Dit is een les die de VS en de rest van Europa nu moeten leren.

Vertaling: Melle Trap