30

De grote Griekse bankroof

ATHENE – Sinds 2008 hebben de reddingsoperaties voor de banken een aanzienlijke overdracht van particuliere verliezen aan de Europese en Amerikaanse belastingbetalers met zich meegebracht. De jongste reddingsoperatie voor de Griekse banken toont aan hoe de politiek – in dit geval de Europese – is gericht op het maximaliseren van de publieke verliezen ten behoeve van twijfelachtig particulier voordeel.

In 2012 leende de insolvabele Griekse staat €41 mrd (22% van het slinkende nationale inkomen van Griekenland) van de Europese belastingbetalers om de insolvabele handelsbanken van het land te herkapitaliseren. Voor een economie die kampt met niet-houdbare schulden, en de daarmee samenhangende spiraal van schulden en deflatie, waren de nieuwe lening en de strenge bezuinigingen die eraan werden gekoppeld als een blok aan het been. Maar de Grieken werd beloofd dat deze reddingsoperatie de banken van het land voor eens en voor altijd uit de problemen zou helpen.

In 2013, toen dit geld door de Europese Financiële Stabiliteits Faciliteit (EFSF), het noodfonds van de eurozone, was overgedragen aan haar Griekse dochterinstelling, de Helleense Financiële Stabiliteits Faciliteit, pompte deze HFSF bijna €40 mrd in de vier 'systeembanken', in ruil voor niet-stemhebbende aandelen.

Een paar maanden later, in het najaar van 2013, werd een nieuwe herkapitalisering op stapel gezet, in combinatie met een nieuwe aandelenuitgifte. Om de nieuwe aandelen aantrekkelijk te maken voor particuliere beleggers stemde de “trojka” van officiële crediteuren (het Internationale Monetaire Fonds, de Europese Centrale Bank, en de Europese Commissie) ermee in deze beleggers een opmerkelijke korting van 80% aan te bieden op de prijs die de HFSF een paar maanden eerder had moeten betalen. De HFSF mocht ook niet aan de nieuwe herkapitaliseringsronde meedoen, waardoor het aandelenpakket van de belastingbetalers in ernstige mate werd verwaterd.