galbraith10_jayk7Getty Images_inflation jayk7/Getty Images

De diepere zorgen van de inflatiehaviken

AUSTIN – In een recent commentaar voor The Washington Post verklaarde de voormalige Amerikaanse minister van Financiën Lawrence H. Summers dat ʻde consumentenprijsindex in het eerste kwartaal van 2021 met 7,5 procent op jaarbasis is gestegen.ʼ Ik kon dit cijfer niet reproduceren van de CPI-U website van het Bureau of Labor Statistics, die een jaar-op-jaar stijging (april 2020-april 2021) van 4,2 procent laat zien, grotendeels gedreven door een scherpe opvering van 49,6 procent van de benzineprijzen na hun pandemische crash. Wanneer de voedsel- en energieprijzen buiten beschouwing worden gelaten, komt het inflatiecijfer over het afgelopen jaar uit op slechts 3 procent.

Nog vreemder is de redenering van Summers om toekomstige inflatierisicoʼs te voorspellen:

ʻDe inflatiedruk neemt toe door de grotere vraag als gevolg van de ruim 2 biljoen dollar aan spaargeld die de Amerikanen tijdens de pandemie hebben opgebouwd, van de grootschalige obligatieaankopen door de Federal Reserve, van de prognoses van de Fed dat de rente tot 2024 vrijwel nul zal zijn, van de ongeveer 3 biljoen dollar aan fiscale stimuleringsmaatregelen van het Congres en van de stijgende aandelenkoersen en vastgoedprijzen.ʼ

Dit is een vreemde logica, die begint met de veronderstelling dat besparingen inflatie veroorzaken. John Maynard Keynes beweerde het omgekeerde: overtollige besparingen worden aan de vraag onttrokken, waardoor werkloosheid ontstaat. En Summers eigen neoklassieke school stelt gewoonlijk dat hoge besparingen een goede zaak zijn, omdat zij de rente laag houden en tot meer bedrijfsinvesteringen leiden. Voor zover ik weet heeft nog nooit eerder een econoom gesuggereerd dat besparingen als zodanig inflatie veroorzaken.

Hoewel het waar is dat wanneer de Fed ongewenste particuliere schulden opkoopt (meestal van banken) de verkopers contant geld krijgen, waardoor ze beschermd zijn tegen verliezen die ze anders zouden hebben geleden, is er geen direct verband tussen deze bescherming en hun leengewoonten. Zoals de econoom Hyman Minsky opmerkte, verstrekken banken leningen wanneer zij kredietwaardige klanten hebben. Zij lenen hun reserves niet uit en hebben ook geen reserves nodig om leningen te kunnen verstrekken.

Vervolgens is er de bewering dat de prognoses van de Fed over een toekomstige lage rente inflatoir zijn. In werkelijkheid is de rentevoorspelling van de Fed afhankelijk van haar inflatievoorspelling, en het huidige standpunt van de Fed is dat zij verwacht dat de prijsdruk van voorbijgaande aard zal zijn, en dat zij zal reageren door de rente te verhogen als dat onjuist blijkt te zijn. Als de Fed het met Summers eens zou zijn over de toekomstige inflatie, zou zij dat in haar inflatieverwachting hebben gezegd; de renteverwachting speelt geen onafhankelijke rol.

Back to Health: Making Up for Lost Time
Back-to-Health_event_Promotion-1_16x9

Back to Health: Making Up for Lost Time

The COVID-19 crisis has laid bare systemic inequities that will have to be addressed if we are ever going to build more sustainable, resilient, and inclusive societies. Join us on June 23, 2021, for our latest live virtual event, Back to Health: Making Up for Lost Time, where leading experts will examine the immediate legacy of the pandemic and explore solutions for bringing all communities and societies back to health.

REGISTER NOW

Summers wijst vervolgens op de fiscale stimuleringsmaatregelen ter waarde van 3 biljoen dollar die al zijn getroffen. Maar ongeveer 2 biljoen dollar hiervan is voorlopig opgeslagen in de particuliere spaartegoeden, dus dit punt is net als het eerste irrelevant. Tenslotte heeft hij het over ʻstijgende aandelenkoersen en vastgoedprijzen.ʼ Toch hebben we eind jaren negentig, toen hij minister van Financiën was tijdens een enorme hausse in de aandelenhandel, dergelijke waarschuwingen niet van hem gehoord. En terecht: die hausse heeft niet geleid tot een stijging van de inflatie.

Wat is hier werkelijk aan de hand? Misschien probeert Summers gewoon het oude concept van de Phillips-curve nieuw leven in te blazen; dit concept stelt dat naarmate de werkloosheid daalt, de lonen – en dus de prijzen – stijgen. Maar als dit patroon al ooit heeft bestaan, is het vijftig jaar geleden verdwenen, en zelfs de traagst denkende economen hebben de Phillips-curve halverwege de jaren negentig grotendeels losgelaten. Sindsdien zijn bijna alle nieuwe banen in de VS gecreëerd in de dienstensector, waar een ʻkrappeʼ arbeidsmarkt weinig effect heeft op de lonen en geen enkel effect op de consumentenprijzen.

Bovendien is de arbeidsmarkt in de VS vandaag de dag nog lang niet krap. De verhouding tussen de werkgelegenheid en de bevolkingsomvang ligt nog steeds ten minste vier procentpunten onder het niveau van een jaar geleden, en lijkt af te vlakken na een scherpe opleving. Dit betekent dat er nog steeds zoʼn vijf miljoen mensen zijn die in 2019 werk hadden, maar nu niet meer werken. De redenen daarvoor zijn onbekend. Misschien wilden de werkgevers hen niet terug, of zijn de aangeboden banen niet erg goed. Misschien komen ze later terug – dit jaar of daarna – wanneer de buffer van al dat sparen op is.

Wat is dan de werkelijke drijfveer achter Summersʼ inflatiezorgen? Als een econoom van zijn kaliber dergelijke speculatieve beweringen doet, kan men zich alleen maar afvragen of hij niet iets anders in zijn hoofd heeft.

Zeker, er zijn enkele reële prijsrisicoʼs. Een groot risico is financiële speculatie – in olie, metalen, hout voor de woningbouw, enzovoort. Het is niet ongewoon dat financiële spelers de prijzen opdrijven door deze goederen al vroeg in een hausse uit de markt te halen. (De Chinezen weten dit en treden hard op tegen het oppotten van koper en andere metalen).

Een ander risico zou ontstaan als de Fed het advies van de inflatiehaviken zou opvolgen. Voor de meeste bedrijven is rente een kostenpost als alle andere, en een stijging van die kosten zou ten dele worden doorberekend in de consumentenprijzen. Het is interessant dat Summers geen van beide punten noemt, die kunnen worden tegengegaan door een strenge regulering van de financiële sector – en natuurlijk door de rente niet te verhogen.

Maar onder de oppervlakte van Summersʼ essay schuilen wellicht diepere zorgen. Eén daarvan betreft die 2 biljoen dollar aan besparingen. Via rechtstreekse uitkeringen en een uitgebreide werkloosheidsverzekering is een behoorlijk deel van dat bedrag naar gezinnen uit de arbeidersklasse gegaan – de eerste grote verandering voor veel van die gezinnen in decennia. Nu ze wat geld hebben zijn ze waarschijnlijk minder geneigd om te lenen – waardoor ze minder afhankelijk zijn van de banken. Werknemers zouden zelfs voorlopig kunnen afzien van looneisen, waardoor het ʻtekort aan arbeidskrachtenʼ zou kunnen ontstaan waarover Summers het heeft (althans tijdelijk). Meer in het algemeen geldt dat wanneer mensen een financiële buffer hebben, zij moeilijker te commanderen zijn.

Een tweede bron van bezorgdheid kan worden gevonden in Summersʼ oproep tot ʻduidelijke verklaringen dat de Verenigde Staten een sterke dollar willen.ʼ Dit is de geheime angst van de mannen die pleiten voor een harde munt, een onzeker stelletje dat vreest dat hun positie aan de mondiale totempaal niet helemaal veilig is. Misschien hebben zij gelijk. De huidige wereld waarin de dollar centraal staat, weerspiegelt de machtsverhoudingen van de periode tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en het einde van de Koude Oorlog in 1989. De macht van de VS is sindsdien afgenomen, waardoor de mogelijkheid bestaat dat het monetaire systeem van de wereld op een dag zou kunnen veranderen.

Dat zal misschien niet op korte termijn gebeuren. Maar als en wanneer het moment daar is, zal het het gevolg zijn van decennia van verval, van betere strategieën elders, van de zichzelf toegebrachte wonden van het Reagan-, Clinton- en Bush-tijdperk, van de opoffering van Amerikaʼs industriële basis in de jaren tachtig, van de broosheid van de wereldorde die in de jaren negentig ontstond, en van de militaire overreach van begin deze eeuw. Tegenover dit alles zullen een paar ʻduidelijke verklaringenʼ weinig gewicht in de schaal leggen.

Vertaling: Menno Grootveld

https://prosyn.org/XZk0atEnl