Men with tape on their faces take part in a march called by Kenyan journalists SIMON MAINA/AFP/Getty Images

Een verlies voor de Keniaanse democratie

NAIROBI – Op 27 maart namen acht columnisten ontslag bij de krant Nation van de National Media Group met als opgaaf van reden een gebrek aan redactionele onafhankelijkheid. Voor de grootste dagblad van Kenia was deze exodus van toptalent de meest recente smet op een al aangetaste reputatie. De krant heeft de afgelopen maanden een aantal beschamende episodes doorgemaakt, waaronder ontslagen op hoog niveau, massaontslagen bij het moederbedrijf, en beschuldigingen van staatsbemoeienis in het redactionele proces.

Maar deze ontslagen waren meer dan de zoveelsteloochening van een ooit geroemd instituut. Ze herinnerden eraan dat de media in de prille Keniaanse democratie een machtige speler blijven. Wanneer regeringen journalisten inperken – in Kenia of waar dan ook – doen ze dat op eigen risico.

Zoals veel Afrikaanse landen kent Kenia een lange traditie van wat ‘activistische journalistiek’ genoemd kan worden – de verspreiding van nieuws en ideeën om politieke of sociale actie te inspireren. Deze praktijk heeft zijn wortels in het antikolonialisme; toen de Nation in 1960 werd opgericht vergezelde deze andere pan-Afrikaanse uitgaven zoals de New African en Drum in hun teweerstelling tegen de koloniale overheerser. Door Kenianen een platform te bieden om hun onvrede te uiten hielp de Nation – aangevoerd door zijn journalisten – activisten de ideeën, slogans, en zinsneden te articuleren die hun bewegingen animeerden. Voor veel columnisten was alleen al het schrijven voor deze publicaties een daad van verzet.

In het Westen heeft activistische journalistiek een slechte naam en suggereert vooringenomenheid. Maar in Afrika heeft dit type journalistiek de media van oudsher oprecht gehouden door de eigenaars te dwingen zich meer op het publieke goed dan op winst te richten. In Kenia wordt dit model echter geërodeerd door de stroom van publieke fondsen richting adverteren in private mediakanalen en door een groeiende repressie.

De media-industrie in Kenia is winstgevender dan in de meeste andere Afrikaanse landen, wat sommigen doet denken dat de Keniaanse pers vrij is. Maar het tegenovergestelde wordt steeds meer bewaarheid. Veel mediabedrijven zijn afhankelijk van advertentie-inkomsten uit de overheid en volgens het Committee to Protect Journalists worden deze bestedingen door de autoriteiten als machtsmiddel gebruikt om onwelgevallige berichtgeving te censureren. Dit is nog maar een element van de ‘kaping van de media door de staat’ waar de acht columnisten van Nation bij hun ontslag gewag van maakten.

Het is een gegeven dat censuur van bovenaf niets nieuws is in Kenia. Na een couppoging in 1982 werden veel kleinere kranten door de staat gesloten, en tussen 1988 en 1990 werden minstens 20 kranten definitief gedwongen te stoppen met verschijnen.

What do you think?

Help us improve On Point by taking this short survey.

Take survey

Maar zelfs gedurende perioden van repressie door de overheid hebben slimme journalisten toch altijd nog een publiek voor hun afwijkende meningen weten te vinden. Tijdens de democratiseringsbeweging in Kenia in de jaren negentig was een van de meest invloedrijke hiervan Wahome Mutahi, een satiricus die de staatscontrole uitdaagde door de autoritaire president Daniel Toroitich arap Moi te parodiëren. Mutahi bracht uiteindelijk vijftien maanden in de beruchte Nyayo House martelkamers door als straf voor zijn geschriften.

De Keniaanse media maakten in het post-Moi tijdperk een wederopleving door. Tegen 2012 had het land 301 radiostations en 83 tv-zenders, waar het in de jaren negentig slechts drie tv-stations kende. Maar de groei van het aantal mediakanalen en de liberalisering van ‘s lands politiek heeft zich niet in meer persvrijheid vertaald. In plaats daarvan werden journalisten na een korte onderbreking tussen de succesvolle verkiezingen in 2002 en het geweld na de verkiezingen in 2007 opnieuw tot doelwit.

De repressie varieerde van zeer ernstig – inclusief detentie, marteling, en verdwijningen – tot subtiel. Toen de politieke tekenaar Godfrey Mwampembwa, bekend als Gado, in 2016 bijvoorbeeld werd gedwongen om zijn positie bij de Nation op te geven ontsloegen zijn bazen de meest populaire medewerker van de krant niet expliciet. In plaats daarvan weigerden ze simpelweg zijn contract te verlengen toen het afliep. Hetzelfde gebeurde David Ndii, een econoom en aan de oppositie verbonden columnist voor de Sunday Nation.

Maar deze heenzendingen verbleken in vergelijking met een door de regering opgelegde blackout begin februari. Om te voorkomen dat journalisten zouden rapporteren over een politieke bijeenkomst door toenmalig oppositieleider Raila Odinga haalde de Keniaanse regering drie commerciële tv-stations dagenlang uit de ether, en negeerde orders van de rechter om de blokkade te beëindigen. Journalisten bij een van de zenders, Nation Television,sloten zich op in hun kantoren terwijl ze in coördinatie met advocaten probeerden arrestatie te voorkomen. Toen het stof op het strijdtoneel uiteindelijk neer was gedaald hadden de directeuren van alle drie de stations ontslag genomen.

Zonder dappere pionierende journalisten zou de prodemocratische beweging in Kenia wellicht nooit geslaagd zijn. Activistische columnisten hebben het publiek geholpen politieke beslissingen te begrijpen door het beleid toegankelijker voor ze te maken. In het geval van Mutahi was het gebruik van zijn eigen familie in parodieën een middel dat was bedoeld om te demonstreren dat kleinzielig despotisme binnenshuis niet wezenlijk verschilt van de politieke tirannie die wordt georkestreerd door een autocratische president.

De Kenianen hebben momenteel behoefte aan overeenkomstige manieren van reflectie. En toch geloven degenen die deze spiegel van oudsher omhoog gehouden hebben net op het moment dat de democratische instituties van het land hier het meeste profijt uit zouden kunnen trekken dat ze geen ander alternatief hebben dan deze naast zich neer te leggen.

Voor Kenia draagt de zeer publieke aftakeling van de Nation zeer hoge kosten met zich mee. Maar deze heeft ook gedemonstreerd dat persvrijheid veel meer betekent dan journalisten laten zeggen wat ze willen, wanneer ze willen, en hoe ze willen. Het betekent ook dat mediaeigenaars aansprakelijk gehouden worden. Een zeer competitief electoraal systeem dat wordt ingekaderd door een gecompromitteerde media zal de onvrede eerder vergroten dan beperken, en de Keniaanse democratie zal hier net zo lang onder blijven lijden als de suppoosten van de publieke verlichting van het land deze de rug zullen blijven toekeren.

Vertaling Melle Trap

http://prosyn.org/n346fMk/nl;

Handpicked to read next