2

Mandela’s kinderen

NAIROBI – Voordat ik wist van het bestaan van Nelson Mandela dacht ik dat onze voormalige leider, de Keniase president Daniel Toroitich arap Moi, 's werelds enige staatsman was. Ik was vijf jaar oud en er bestond voor mij geen wereld buiten Nairagie Enkare, mijn geboorteplaats op het platteland van Maasailand. Moi was een mythische figuur voor mij, want hij woonde niet in Nairagie Enkare, maar toch was hij er altijd via de radio, een technologie die te ingewikkeld was om te begrijpen voor een kind als ik.

Iedere nieuwsuitzending van het door de regering gecontroleerde radiostation begon met wat “Zijne Excellentie, de Heilige President Daniel Toroitich arap Moi” had gezegd of gedaan. Hij had een school bezocht. Hij had een boom geplant. Hij had een vrouwengroep geholpen. Hij was naar de kerk gegaan. Hij had gezegd dat de landbouw de ruggengraat van ons land was. Hij had gezegd dat we geluk hadden dat we in Kenia woonden. De hele dag door was de ether gevuld met liederen die de boodschap van de Vader des Vaderlands herhaalden, en de Kenianen eraan herinnerden om in zijn voetsporen te treden.

Misschien omdat wat via de radio kwam zo voorspelbaar was, gingen de mensen op zoek naar alternatief nieuws van de BBC Swahili Service. De meeste avonden kwamen om zes uur 's avonds de mannen bijeen om te luisteren in de huizen van de weinigen die, zoals mijn vader, een radio hadden. Het nieuws duurde slechts dertig minuten, dus iedereen moest volkomen stil zijn. Maar op 11 februari 1990 zeiden de mannen telkens: “Hij is vrij! Hij is vrij! Nelson Mandela is vrij!”

Ik ben er zeker van dat mijn vader en zijn vrienden al eerder via de staatszender hadden gehoord dat Mandela was vrijgelaten, maar zij wachtten op bevestiging door de BBC. Voordat de nieuwsuitzending was afgelopen vertrokken ze naar een bar om feest te vieren. Toen mijn vader die avond thuiskwam, zong hij de lof van Mandela. Ik heb mijn vader nooit gevraagd wie Mandela was.