5

Hoe antwoorden we op Ebola?

NEW YORK – De gruwelijke Ebola-epidemie in minstens vier West-Afrikaanse landen (Guinee-Bissau, Liberia, Sierra Leone en Nigeria) vraagt niet alleen om noodmaatregelen om de uitbraak te stoppen; hij schreeuwt ook om het heroverwegen van sommige basisaannames over de mondiale volksgezondheid. We leven in een tijdperk van opduikende en opnieuw de kop opstekende besmettelijke ziekten die zich snel kunnen verspreiden door mondiale netwerken. Daarom hebben we een mondiaal ziektebeheersingssysteem nodig dat in overeenstemming is met die realiteit. Gelukkig ligt zo een systeem binnen handbereik als we er op de juiste manier in investeren.

Ebola is meest recente van vele epidemieën in de afgelopen jaren, waaronder ook AIDS, SARS, H1N1, H7N9 en anderen vallen. AIDS is de dodelijkste van deze moordenaars en heeft sinds 1981 bijna 36 miljoen levens gekost.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

Natuurlijk zijn er nog grotere en meer plotselinge epidemieën mogelijk, zoals de influenza-epidemie van 1918 tijdens de Eerste Wereldoorlog, die 50-100 miljoen levens eiste (veel meer dan de oorlog zelf). En alhoewel de SARS-uitbraak in 2003 bedwongen kon worden, met minder dan 1000 doden, stond de ziekte op het punt om verschillende Oost-Aziatische economieën diep te verstoren, inclusief die van China.

Er zijn vier cruciale feiten over Ebola en de andere epidemieën die we moeten begrijpen. Ten eerste zijn de meeste opkomende besmettelijke ziekten zoönoses, wat betekent dat ze beginnen in dierenpopulaties, met soms een genetische mutatie die de sprong naar mensen mogelijk maakt. Ebola is misschien overgebracht door vleermuizen, HIV/AIDS ontstond bij chimpansees, SARS kwam waarschijnlijk van civetkatten die op dierenmarkten in zuid-China verkocht werden en griepvarianten zoals H1N1 en H7N9 ontstonden uit genetische recombinaties onder wilde en boerderij dieren. Nieuwe zoönotische ziektes zijn onvermijdelijk wanneer de mens nieuwe ecosystemen binnendringt (zoals voormalige afgelegen bosgebieden), de voedselindustrie creëert meer voorwaarden voor genetische recombinatie en de klimaatverandering verstoort natuurlijke habitatten en interacties tussen soorten.

Ten tweede; als een nieuwe besmettelijke ziekte verschijnt zal zijn verspreiding door luchtvaart, schepen, megasteden en de handel in dierlijke producten waarschijnlijk extreem snel gaan. Deze epidemische ziektes zijn tekenen van de globalisatie en onthullen door hun kettingreactie van dood en verderf hoe kwetsbaar de wereld is geworden voor de voortdurende beweging van mensen en goederen.

Ten derde zijn de armen de eersten om er onder te lijden en degenen die het zwaarst getroffen worden. De armen op het platteland leven het dichtste bij de besmette dieren die de ziekte als eerste overbrengen. Ze jagen en eten vaak bushmeat, wat ze kwetsbaar maakt voor besmetting. Arme vaak analfabete mensen zijn over het algemeen niet bewust van hoe besmettelijke ziekten (en vooral onbekende ziekten) over worden gebracht, wat het veel waarschijnlijker maakt dat ze besmet worden en dat ze anderen te besmetten. Bovendien worden hun verzwakte immuunsystemen vanwege gebrekkige voeding en gebrek aan toegang tot basale gezondheidszorg makkelijker getroffen door infecties die beter doorvoede en behandelde mensen kunnen overleven. En ‘gedemedicaliseerde’ omstandigheden, met weinig tot geen zorgprofessionals om qua volksgezondheid een passend antwoord te geven op een epidemie (zoals de isolatie van besmette mensen, het opsporen van contacten, toezicht etc.) maken de uitbraken nog ernstiger.

Tot slot lopen de vereiste medische reacties, waaronder diagnostiek en effectieve medicatie en vaccins, onvermijdelijk achter op de opkomende ziekten. In ieder geval moeten zulke middelen constant vernieuwd worden. Dit vereist innovatieve biotechnologie, immunologie en uiteindelijk bio-modificatie om op grote schaal een antwoord uit de industrie te creëren (zoals in het geval van grote epidemieën miljoenen doses vaccins of medicijnen).

De AIDS-crisis bijvoorbeeld maakte tientallen miljarden dollars vrij voor onderzoek en ontwikkeling (en een zelfde mate van substantieel engagement van de farmaceutische industrie) om levensreddende antiretrovirale medicijnen te produceren op een mondiale schaal. Toch leidt elke doorbraak onvermijdelijk tot de mutatie van het pathogeen, wat eerdere behandelingen minder effectief maakt. Er bestaat geen eindoverwinning, alleen maar een constante wedloop tussen de mensheid en ziekte-veroorzakende intermediairs.

Dus is de wereld klaar voor Ebola, een nieuwe dodelijke griep, een mutatie van HIV die de overdracht van de ziekte zou kunnen versnellen, of de ontwikkeling van nieuwe voor meerdere medicijnen resistente vormen van malaria of andere pathogenen? Het antwoord is nee.

Alhoewel de investeringen in de volksgezondheid na 2000 aanzienlijk groter zijn geworden, wat heeft geleid tot opmerkelijke successen in de strijd tegen AIDS, TBC en Malaria is er recent relatief tot de behoefte een duidelijk tekort geweest in de mondiale uitgaven aan volksgezondheid. Donorlanden die erin falen om te anticiperen en reageren op nieuwe en bestaande uitdagingen hebben de World Health Organization onderworpen aan een slopende beperking van het budget, terwijl de financiering van het Global Fund to Fight AIDS, Tubercolosis en Malaria ver achter is gaan lopen qua de fondsen die ze nodig hebben om de oorlog tegen deze ziekten te winnen.

Hier volgt een korte lijst van wat er urgent moet gebeuren. Om te beginnen moeten de Verenigde Staten, de Europese Unie, de Golfstaten en Oost-Aziatische landen een flexibel fonds oprichten onder leiding van de WHO om de huidige Ebola-uitbraak te bevechten, waarschijnlijk op een startniveau van 50-100 miljoen dollar, afhankelijk van de verdere ontwikkelingen. Dit zou een snelle reactie voor de volksgezondheid kunnen faciliteren die in overeenstemming is met de directe uitdaging.

Ten tweede zouden donorlanden zowel het budget en mandaat van het Global Fund snel moeten uitbreiden zodat het een mondiaal gezondheidsfonds voor lagelonenlanden wordt. Het belangrijkste doel zou zijn om de arme landen te helpen om basale gezondheidszorgsystemen op te zetten in elke sloppenwijk en landelijke gemeenschap, een concept dat bekend staat als Universal Health Coverage (UHC). Dit is het meest urgent in Sub-Sahara Afrika en Zuid-Azië, waar de gezondheidsomstandigheden en extreme armoede het ergste zijn en te voorkomen en te controleren besmettelijke ziekten om zich heen blijven slaan.

In het bijzonder zouden deze regio’s een nieuw kader van gemeenschaps-zorgwerkers moeten trainen, geoefend in het herkennen van ziekteverschijnselen, het houden van toezicht, het doen van diagnoses en het geven van de juiste behandelingen. Voor slechts 5 miljard dollar per jaar zou het mogelijk zijn om te verzekeren dat goed getrainde gezondheidswerkers aanwezig zijn in elke Afrikaanse gemeenschap om te voorzien in levensreddende interventies en om effectief te reageren op gezondheidsnoodgevallen zoals Ebola.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Ten slotte moeten landen met hoge inkomens er mee door gaan om adequaat te investeren in het monitoren van mondiale ziekten, in de capaciteiten van de WHO om actie te ondernemen en in levensreddend biomedisch onderzoek, dat consistent enorme voordelen voor de mensheid heeft geboden afgelopen eeuw. Ondanks krappe nationale begrotingen zou het roekeloos zijn om ons overleven op het fiscale hakblok te leggen.

Vertaling Melle Trap