16

De modernisering van de islam

UPPSALA – Velen in de moslimgemeenschap hebben lange tijd moeite gehad met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UDHR) van de Verenigde Naties. Deze critici stellen dat de verklaring werd opgesteld door koloniale machten met een lange geschiedenis van flagrante mensenrechtenschendingen en bijdraagt aan de zoveelste poging van een aantal Westerse spelers om hun wil op te leggen aan islamitische landen. Islamitische conservatieven en fundamentalisten gaan nog een stap verder en stellen dat geen enkele menselijke inventie de shariawetgeving, die gelijk staat aan het woord van God, kan evenaren – en al helemaal niet kan overtreffen.

Deze botsing tussen de seculiere mensenrechtenopvattingen van de VN en islamitische religieuze doctrine weerspiegelt het bredere conflict tussen de islam en de moderniteit – een conflict dat bepaalde burgers in islamitische landen, waaronder vrouwen en niet-moslims, bijzonder kwetsbaar maakt. Gelukkig bekijkt een nieuwe islamitische denkschool deze vraag op een nieuwe manier, en benadrukt dat de Koran, net zoals elke andere religieuze tekst, geïnterpreteerd moet worden, en dat deze interpretaties naar verloop van tijd kunnen veranderen.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

In werkelijkheid verdedigt de Koran principes als vrijheid, onpartijdigheid, en rechtschapenheid, wat een fundamenteel respect voor het recht en de menselijke waardigheid aangeeft. Het probleem, zoals onderstreept door de Iraanse theoloog Mohsen Kadivar, is dat veel gedeelten van de shariawetgeving in verband staan met premoderne sociale structuren, en die vrouwen of niet-moslims dezelfde bescherming ontzeggen die islamitische mannen krijgen.

Het helpt ook niet, zoals opgemerkt door Abulaziz Sachedina van George Mason’s University, dat het mannen zijn geweest die de heilige teksten van de Koran hebben geïnterpreteerd. Dit, in plaats van de ware inhoud van deze teksten, is de oorspronkelijke oorzaak van wettelijke discriminatie tegen vrouwen in islamitische landen.

De theoloog ayatollah Mohammed Taqi Fazel Meybodi wijst erop dat het islamitische recht op het gebied van straffen – inclusief gruwelijke praktijken als steniging en amputatie – voortkomt uit het Oude Testament. Het was dus niet de islam die deze straffen uitvond, ze waren in die tijd gewoonweg de heersende praktijk.

Al naargelang maatschappijen voortgang maken en zich ontwikkelen moeten de regels en standaarden die ze overzien dit ook. Zoals de Iraanse theoloog Mohammed Mojtahed Shabestari van de Universiteit van Teheran benadrukt waren veel van de ideeën geassocieerd met het recht en mensenrechten zoals we die vandaag de dag invullen nog totaal ‘ongedacht’ in de premoderne tijd. Maar moslims kunnen dit soort ideeën niet simpelweg blijven afwijzen op de grond dat de mens deze nog niet ontwikkeld had in de tijd dat de Koran geschreven werd.

Met het verwerpen van gedateerde noties van klassenjustitie, en de erkenning van de vrijheid en waardigheid van alle individuen, gelooft Shabestari dat het mogelijk zal worden om de boodschap van de Koran te vervullen dat er in religie geen dwang zou moeten zijn. De religieuze beslissingen van individuen zouden gedreven moeten worden door hun geloofsgevoel, in plaats van hun verlangen hun burgerrechten te behouden.

Volgens de filosoof Abdolkarim Soroush zou deze scheiding tussen religie en burgerrechten evident moeten zijn. Maar interpretaties van het islamitisch recht zijn van oudsher zozeer geconcentreerd geweest op vragen over de verschillende plichten van de mens dat ze dit niet hebben ingezien. Voor Soroush echter is iemand zijn mensenrechten onthouden slechts gebaseerd op ‘iemands overtuiging of gebrek aan geloofsovertuiging’ ontegenzeggelijk een ‘misdaad.’

De school van islamitisch denken die door deze geleerden (zowel Soennitisch als Sjiitisch) bevorderd wordt, biedt de islam een traject naar de toekomst. De volgelingen ervan weten dat de cruciale concepten, overtuigingen, normen, en waarden van de islam in harmonie gebracht kunnen worden met moderne sociale structuren en opvattingen van het recht en de mensenrechten. Door manieren hiervoor te adviseren herbevestigen ze de duurzaamheid van de centrale traditie van de islam. Om de woorden van de Duitse filosoof Jürgen Habermas aan te halen, creëren ze ‘reddende vertalingen’, waarbij een taal, conceptenapparaat, en sociaal systeem wordt bijgewerkt om de vooruitgang in de menselijke rede te weerspiegelen.

Zulke reddende vertalingen zijn in de islam al aanzienlijke tijd in opkomst. Was het niet de wijlen Iraanse schrijver en filosoof ayatollah Hussein-Ali Montazeri die na tot zijn opvolger te zijn aangewezen in onmin raakte met de opperste leider ayatollah Ruhollah Khomeini over beleid waarvan hij geloofde dat het de fundamentele rechten en vrijheid van het volk aantastte? In zijn verdediging van de vrijheid van meningsuiting refereerde Montazeri aan een koranvers dat stelt dat God de mens leerde zichzelf uit te drukken. ‘Hoe kan God aan de ene kant mensen de kunst van de rede leren en deze aan de andere kant beperken?’, zo vroeg hij zich af. De heldere conclusie was volgens hem dat ‘niemand veroordeeld zou mogen worden voor godslastering, smaad, of belediging wanneer ze slechts hun mening geven.’

Fake news or real views Learn More

Montazeri koos er net zoals de innovatieve islamitische denkers van nu voor om open te blijven staan voor alternatieve interpretaties van de Koran, in plaats van in de val van de geaccepteerde traditie te lopen. De reddende vertalingen geboden door deze individuen demonstreren dat moderne mondiale normen zoals de UDHR niet alleen compatibel zijn met de Koran; ze zijn er diep in verzonken. De herinterpretatie – of zelfs afwijzing – van antieke regels uit gedateerde sociale structuren betekent geen ondergraving van het woord van God. In tegendeel, het bewijst de ware diepte van de heilige teksten van de islam.

Vertaling Melle Trap