40

Is Ruslands nationale aard autoritair?

NEW HAVEN – Door de Russische agressie tegen Oekraïne en de berusting van het Russische publiek in de rechtstreekse overheidscontrole van de nieuwsmedia vragen veel mensen zich af of de Russen een voorkeur hebben voor autoritarisme. Dat lijkt een voor de hand liggende vraag. Maar uit ervaring heb ik geleerd heel voorzichtig te zijn met het trekken van conclusies over het nationaal karakter uit geïsoleerde gebeurtenissen.

In 1989, toen de Sovjet-Unie nog bestond, werd ik uitgenodigd voor een economische conferentie in Moskou, gezamenlijk gesponsord door de Sovjet-denktank IMEMO (nu het Primakov Instituut voor de Wereldeconomie en Internationale Betrekkingen geheten) en het Amerikaanse Nationale Bureau voor Economisch Onderzoek. Zulke gezamenlijke conferenties maakten deel uit van een historische doorbraak, die het gevolg was van een dooi in de Amerikaans-Russische betrekkingen. De Sovjet-economen leken enthousiast over een overgang naar een markteconomie, en het viel mij op hoe openlijk zij met ons spraken tijdens koffiepauzes of bij het avondeten.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Maar opmerkelijk genoeg gaven de Sovjets op die conferentie uiting aan hun ernstige twijfels dat hun publiek vrije markten ooit zou kunnen toestaan. Individuele markthandelingen zouden op de Russen volgens hen als verkeerd, oneerlijk en onduldbaar overkomen.

Ik ontmoette een van de jongere IMEMO-economen, Maxim Boycko, en was onder de indruk van zijn eerlijkheid en intellect. (Hij werd later vice-premier van Rusland en minister van Staatseigendom onder Boris Jeltsin, verliet de Russische regering voordat Vladimir Poetin aan de macht kwam, en kwam onlangs naar de VS, waar hij lector in de economie is geworden aan de universiteiten van Harvard en Brown.) We hadden een levendig gesprek. Ik vertelde hem dat ook veel Amerikanen kapitalistische praktijken oneerlijk vinden. Liepen de meningen in de twee landen werkelijk zozeer uiteen?

Het bleek dat niemand daar ooit onderzoek naar had gedaan. Maar in 1989 was dat nou juist wél mogelijk geworden. We besloten ter plekke een zorgvuldige enquête op te stellen om de opinies over vrije markten te kunnen vergelijken.

Na een worsteling over vertaalsubtiliteiten en mogelijke externe associaties waardoor de antwoorden van de respondenten beïnvloed zouden kunnen worden, kwamen we uit op een reeks vrijwel identieke vragenlijsten, zowel in het Russisch als het Engels. We hielden de enquête (met behulp van de Oekraïense deskundige Vladimir Korobov) in 1990 in New York en Moskou, en publiceerden onze bevindingen in de American Economic Review in 1991 en het IMEMO-tijdschrift MEIMO in 1992.

De verschillen in opvattingen over vrije markten waarop we stuitten waren dikwijls klein, en het was lastig er harde conclusies uit te trekken in termen van autoritarisme en democratie. We vroegen bijvoorbeeld: “Op een feestdag, als er veel vraag is naar bloemen, gaat de prijs meestal omhoog. Is het eerlijk als bloemenverkopers de prijs zo laten stijgen?” Zoals de IMEMO-economen voorspelden, vonden de meeste respondenten (66%) in Moskou dit oneerlijk. Maar er was een verrassing: de enquête in New York leverde vrijwel identieke resultaten op (68% vond het oneerlijk).

Daarom besloten we vorig jaar te proberen erachter te komen of er vandaag de dag nog steeds sprake is van dezelfde overeenkomsten tussen Moskou en New York, of dat – gezien de wederopleving van het autoritarisme in het hedendaagse Rusland – de houding tegenover markten negatiever was geworden. We hielden in 2015 dezelfde enquête in beide steden. We presenteerden de resultaten op de vergadering van de American Economic Association in januari dit jaar.

Ten aanzien van de vraag over de bloemen was er in Moskou weinig veranderd (67% zei dat prijsverhogingen op feestdagen oneerlijk waren). In New York was de publieke opinie daarentegen wat meer pro-markt geworden (55% zei dat prijsverhogingen oneerlijk waren).

Boycko en ik besloten bij ons onderzoek in 2015 ook naar de opvattingen over de democratie zelf te kijken. Gelukkig vonden we een onderzoek dat in 1990 was uitgevoerd door de politicologen James Gibson, Raymond Duch en Kent Tedin (GDT), die in Moskou – net als wij – vragen hadden gesteld die voorbij gingen aan de slogans uit het verleden, teneinde fundamentele waarden te kunnen peilen. Hoewel zij geen vergelijkend onderzoek in New York hadden gedaan, meenden we dat het goed was om dat er in 2015 wél aan toe te voegen.

Verrassend genoeg ondersteunen de meeste uitslagen over democratische waarden de gedachte niet dat de Russen een voorkeur hebben voor een sterke autoritaire regering. GDT vroeg in 1990 bijvoorbeeld of de respondenten het eens waren met de uitspraak “De pers moet wettelijk worden beschermd tegen vervolging door de overheid.” Daar was in 1990 slechts 2% het mee oneens; in 2015 waren aanzienlijk meer Russen het hiermee oneens (20%), wat lijkt te duiden op een afname van de steun voor democratische waarden. Maar de echte verrassing bestond uit de resultaten die dezelfde vraag in 2015 in New York opleverde: 27% van de respondenten was het ermee oneens. De New Yorkers lijken een vrije pers vandaag de dag minder te steunen dan de Moskovieten!

Het grootste verschil tussen Moskou en New York deed zich voor bij de stelling “Het is beter in een samenleving met een strakke orde te leven dan mensen zo veel vrijheid te geven dat ze de samenleving kunnen verwoesten.” In 1990 was 67% van de Moskovieten het daarmee eens, en in 2015 76%, terwijl in New York in 2015 slechts 36% hiermee instemde. Misschien is dit van belang, maar het is wel een uitzondering – het meest extreme verschil tussen Moskou en New York in ons hele onderzoek.

Fake news or real views Learn More

Over het geheel genomen verlenen de uitkomsten, ook al zijn er verschillen, geen krachtige steun aan het idee dat er voor recente gebeurtenissen een simpele verklaring is in termen van de verschillen in opvattingen over vrije markten of het autoritarisme. Het is verkeerd om Rusland af te schrijven als fundamenteel verschillend van het Westen. In 1991 kwamen we tot de slotsom dat de Russische nationale aard geen obstakel was voor de schepping van een markteconomie in Rusland – en we kregen gelijk. We hopen nu weer gelijk te hebben, en dat de nationale aard Rusland er niet van zal weerhouden op een dag een werkelijk democratische samenleving te worden.

Vertaling: Menno Grootveld