13

Moet Europa de euro maar afzweren?

ROME – Je hoort steeds vaker voorspellingen dat de euro dezelfde weg zal gaan als de Gouden Standaard in de jaren dertig. En steeds vaker maken de redeneringen achter dergelijke voorspellingen een overtuigende indruk. Maar betekent dit dat de doempredikers gelijk zullen krijgen?

Na de beurskrach van 1929 werd Europa getroffen door een enorme deflatoire crisis. De productie stortte in en de werkloosheid rees de pan uit. Omdat ze het niet eens konden worden over gecoördineerde actie om de economie nieuw leven in te blazen, kozen regeringen ervoor unilateraal te werk te gaan. De een na de ander deden ze afstand van de Gouden Standaard en devalueerden ze hun munten. Door op deze manier de kredietmogelijkheden te versoepelen konden deze landen ieder op hun beurt van de Grote Depressie herstellen.

Vandaag de dag is Europa opnieuw getroffen door een enorme deflatoire crisis. Deze keer is de euro de factor die gezamenlijk optreden dwarsboomt. Overheden hebben geen nationale munt meer die ze kunnen devalueren, en kunnen de kredietverlening niet versoepelen, omdat ze het monetair beleid aan de Europese Centrale Bank hebben gedelegeerd. Als de werkloosheid opnieuw naar catastrofale hoogten stijgt, kunnen ze niets anders doen, zo wordt gezegd, dan eenzijdig uit de euro treden.

Ik heb hét boek over Europa en de Gouden Standaard geschreven. Letterlijk. In Golden Fetters: The Gold Standard and the Great Depression, verschenen in 1992, betoogde ik dat de deflatoire machine die de Gouden Standaard in feite belichaamde, de voornaamste oorzaak was van de depressie van de jaren dertig, en dat het afschaffen ervan de deur naar het herstel opende.