3

Internet of splinternet?

CAMBRIDGE – Van wie is het internet? Het antwoord luidt: van niemand en van iedereen. Het internet is een netwerk van netwerken. Ieder van de afzonderlijke netwerken komt toe aan andere bedrijven en organisaties, en is afhankelijk van fysieke servers in verschillende landen met uiteenlopende wetten en regels. Maar zonder een paar gemeenschappelijke regels en normen kunnen deze netwerken niet effectief op elkaar worden aangesloten. Fragmentatie – wat het einde van het internet zou betekenen – is een reële dreiging.

Volgens sommige schattingen bedraagt de economische bijdrage van het internet aan het mondiale bbp in 2016 maar liefst $4,2 bln. Een gefragmenteerd “splinternet” zou de wereld duur komen te staan, maar het is een van de mogelijke toekomsten die vorige maand werden geschetst in het rapport van de Global Commission on Internet Governance, onder voorzitterschap van de voormalige Zweedse premier Carl Bildt. Het internet verbindt nu bijna de helft van de wereldbevolking, en nog eens een miljard mensen – evenals zo'n 20 miljard apparaten – zullen naar verwachting de komende vijf jaar worden aangesloten.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

Maar verdere groei staat niet vast. In het worst-case-scenario van de Commissie brengen de kosten die voortvloeien uit de kwalijke acties van criminelen en de politieke controles van overheden mensen ertoe hun vertrouwen in het internet te verliezen en hun gebruik ervan te beperken.

De kosten van de internetmisdaad worden voor 2016 op maar liefst $445 mrd geschat, en zouden snel kunnen stijgen. Naarmate meer apparaten, uiteenlopend van auto's tot pacemakers, online komen, kunnen kwaadwillende hackers het “Internet of Things” (IOT) veranderen in een systeem om “van alles een wapen te maken.” Enorme privacy-schendingen door bedrijven en overheden, en cyberaanvallen op civiele infrastructuur als elektriciteitsnetwerken (zoals onlangs gebeurde in Oekraïne), kunnen onzekerheid teweegbrengen, waardoor het potentieel van het internet wordt ondermijnd.

Een tweede scenario is wat de Commissie “halfbakken groei” noemt. Sommige gebruikers halen onevenredig grote winsten binnen, terwijl anderen er niet in slagen van het internet te profiteren. Drie of vier miljard mensen zijn nog steeds offline, en voor de velen die wél zijn aangesloten wordt de economische waarde van het internet gehinderd door handelsbelemmeringen, censuur, wetten die de lokale opslag van data vergen, en andere regels die het vrije verkeer van goederen, diensten en ideeën beperken.

De ontwikkeling in de richting van staatscontrole op het internet neemt toe, en een zekere mate van fragmentatie bestaat nu al. China heeft het grootste aantal internetgebruikers, maar zijn “Great Firewall” heeft obstakels opgeworpen voor de verbinding met delen van de buitenwereld.

Veel overheden censureren diensten waarvan zij menen dat die hun politieke controle bedreigen. Als deze trend aanhoudt, kan dat ruim 1% van het jaarlijkse bbp kosten, en negatieve invloed uitoefenen op de privacy, vrijheid van meningsuiting en toegang tot kennis. Hoewel de wereld op dit pad zou kunnen doormodderen, zou een groot deel van het potentieel verloren gaan en zouden velen met niets in handen achterblijven.

In het derde scenario van de Commissie biedt een gezond internet ongekende mogelijkheden voor innovatie en economische groei. De internetrevolutie van de afgelopen twee decennia heeft ongeveer 8% bijgedragen aan het mondiale bbp en drie miljard gebruikers online gebracht, waardoor digitale, fysieke, economische en onderwijskundige kloven zijn overbrugd. Het rapport van de Commissie stelt dat het IOT kan resulteren in maar liefst $11 bln aan extra bbp in 2025.

De Commissie concludeerde dat het voor het in stand houden van ongehinderde innovatie nodig zal zijn dat de internetstandaarden in alle openheid worden ontwikkeld en ter beschikking worden gesteld; dat alle gebruikers een betere digitale “hygiène” ontwikkelen om hackers te ontmoedigen; dat veiligheid en veerkracht de kern vormen van het systeemontwerp (en niet pas op het laatst om de hoek komen kijken, zoals nu het geval is); dat overheden niet eisen dat derde partijen concessies doen aan de encryptie; dat landen overeenkomen de basisinfrastructuur van het internet intact te laten; en dat overheden aansprakelijkheid verplicht stellen en bedrijven dwingen een transparant overzicht te geven van technologische problemen om een markt-gebaseerde verzekeringssector in het leven te roepen die de veiligheid van het IOT kan waarborgen.

Tot voor kort kende het debat over de meest geëigende aanpak van het internet-bestuur drie kampen. Het eerste, dat een aanpak van meerdere stakeholders bepleitte, was op organische wijze voortgekomen uit de gemeenschap die het internet heeft ontwikkeld, hetgeen technische deskundigheid garandeerde, maar geen internationale legitimiteit, omdat dit kamp zwaar werd gedomineerd door Amerikaanse technocraten. Een tweede kamp was voorstander van sterkere controle door de International Telecommunications Union, een gespecialiseerd agentschap van de Verenigde Naties, hetgeen de legitimiteit verzekerde, maar ten koste ging van de efficiency. En autoritaire landen als Rusland en China stonden internationale verdragen voor die moesten garanderen dat er geen inmenging zou plaatsvinden op het gebied van de controle die staten uitoefenen over hun deel van het internet.

De Commissie betoogt dat zich recenter een vierde model heeft ontwikkeld, waarin een bredere gemeenschap van meerdere stakeholders zorgt voor een bewustere planning voor de deelname van iedere belanghebbende (de technische gemeenschap, particuliere organisaties, bedrijven, regeringen) aan internationale conferenties.

Een belangrijke stap in deze richting was het besluit van het Amerikaanse ministerie van Handel van vorige maand om het toezicht op de zogenoemde IANA-functies – het “adresboek” van het internet – over te dragen aan de Internet Corporation for Assigned Names and Numbers. ICANN, met een Government Advisory Committee van 162 leden en 35 waarnemers, is geen typische intergouvernementele organisatie; de regeringen hebben geen zeggenschap over de organisatie. Tegelijkertijd is de ICANN in overeenstemming met de aanpak van meerdere stakeholders, zoals die is geformuleerd en gelegitimeerd door het Internet Governance Forum, opgericht door de Algemene Vergadering van de VN.

Sommige Amerikaanse senatoren klaagden dat toen het ministerie van Handel van president Barack Obama het toezicht op de IANA-functies aan de ICANN overdroeg, het “het internet weggaf.” Maar de VS kunnen het internet niet “weggeven,” omdat de Verenigde Staten er geen eigenaar van zijn. Hoewel het oorspronkelijke internet louter in de VS computers op elkaar aansloot, verbindt het hedendaagse internet wereldwijd miljarden mensen met elkaar. Bovendien is het adresboek van de IANA (waarvan vele kopieën bestaan) het internet niet.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

De Amerikaanse handelwijze van afgelopen maand was een stap naar een stabieler en opener internet met meerdere stakeholders, in de zin die de Global Commission toejuicht. Laten we hopen dat er meer stappen in deze richting zullen volgen.

Vertaling: Menno Grootveld