4

David Camerons pan met spaghetti

WASHINGTON, DC – De “Europa”-toespraak van de Britse premier David Cameron, uitgesproken op 23 januari, was krachtig, gepolijst, behelsde een duidelijke visie en bood goede argumenten. In het bijzonder sloeg hij drie keer de spijker op z'n kop. Maar het vertalen van deze argumenten in de institutionele werkelijkheid zal een vrijwel onmogelijke uitdaging blijken.

In de eerste plaats heeft Cameron gelijk als hij de urgente noodzaak benadrukt van hernieuwde steun onder de bevolking voor de Europese Unie. Het percentage Europeanen dat de EU als 'iets goeds' beschouwt, daalt gestaag.

Democratieën varen wel bij echte debatten. Maar te veel besluiten over de toekomst van Europa en de eurozone worden genomen in zeer technocratische omstandigheden, waarbij de meeste burgers niet echt begrijpen wat er gaande is, laat staan het gevoel hebben dat het de beleidsmakers iets kan schelen. Je kunt erover redetwisten of een referendum de beste manier is om hen om hun mening te vragen, maar je móet er wel naar vragen.

Of zoals Cameron het verwoordde: “Er is een kloof tussen de Europese Unie en haar burgers, die die afgelopen jaren dramatisch is gegroeid en een gebrek aan democratisch verantwoordelijkheidsbesef en consensus vertegenwoordigt die vooral in Groot-Brittannië heel sterk wordt gevoeld.” Rechtstreeks ingaan op deze politieke uitdaging is veel beter dan pogingen het debat te ontwijken.