6

Het is tijd dat India zijn vleugels uitslaat

WASHINGTON, DC – Stel dat je een ouder bent met een groot aantal kinderen en beperkte middelen. Je oudste kind is volwassen genoeg om op zichzelf te gaan wonen, maar dat wil hij niet, dus hij blijft en legt beslag op de middelen die zijn broertjes en zusjes hard nodig hebben. Is het juist om je andere kinderen te laten lijden omdat hun grote broer geen zin heeft op eigen benen te gaan staan?

Een soortgelijke dynamiek doet zich voor tussen de Wereldbank en de ontvangers van haar International Development Association-programma. IDA ondersteunt de groei in arme landen door langetermijnleningen met een lage rente en subsidies ter beschikking te stellen aan nationale overheden. Het programma ondersteunt 77 van de armste landen ter wereld, waarvan de helft zich in Afrika bevindt, maar het biedt ook steun aan een land dat dit niet langer verdient: India.

Aan het eind van het begrotingsjaar 2014 is India het IDA-programma officieel ontgroeid, omdat het land niet langer arm genoeg was om in aanmerking te komen. De Wereldbank heeft een drempel ingesteld voor het ontvangen van steun, gebaseerd op het bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking (GNI). In het begrotingsjaar 2016 ligt deze drempel op $1.215. Het GNI per hoofd van de bevolking van India heeft de drempel van de Wereldbank sinds 2010 ieder jaar overtroffen, en bedroeg in 2014 $1.570.

India wordt ook kredietwaardig geacht, waardoor het land toegang heeft tot de internationale kapitaalmarkten. Toch blijft India drie jaar lang $3.2 mrd per jaar ontvangen als overgangssteun uit het IDA-programma, zelfs nu andere arme landen vragen om meer hulp.