6

Het verbeteren van het bestuur in de Arabische wereld

WASHINGTON, DC – Uit een recent opinie-onderzoek van de Carnegie Endowment for International Peace onder honderd Arabische intellectuelen kwam een verbluffende consensus naar voren over wat er ten grondslag ligt aan de vele problemen van de regio: een gebrek aan goed bestuur. De geïnterviewden achtten de binnenlandse problemen die hieruit voortvloeiden – autoritarisme, corruptie, verouderde onderwijssystemen en werkloosheid – belangrijker dan regionale zorgen, zoals de dreiging van de zelf-uitgeroepen Islamitische Staat (IS) of de bemoeienissen van regionale zwaargewichten en buitenlandse machten.

Dit is niet nieuw. De opstanden van de Arabische Lente hebben de onvolmaaktheid van de achterhaalde sociale contracten van de regio aan de oppervlakte gebracht in het licht van de huidige politieke en economische uitdagingen. Toch lijken de Arabische regeringen de boodschap nog steeds niet te hebben begrepen.

Vijf jaar na het uitbarsten van de opstanden hebben de Arabische burgers nog steeds weinig te zeggen – en in sommige gevallen zelfs nog minder dan voorheen – over het bestuur van hun landen. Bovendien zitten zij opgescheept met economieën die niet in staat zijn genoeg banen te scheppen voor hun jonge, goed opgeleide bevolkingen. En ze worden geconfronteerd met een alarmerend gebrek aan rechtszekerheid, waardoor ze de garantie ontberen dat ze gelijk zullen worden behandeld, ongeacht geslacht, etnische herkomst of religie.

Maar slecht bestuur betekent niet dat de huidige Arabische wereld gedoemd is te falen. Tunesië is een baken van hoop. Na de revolutie van 2011 heeft het land een proces doorgemaakt van het ontwikkelen van een nieuw sociaal contract dat alle individuele en collectieve rechten van het volk omvat.