Pupils attending a class at the Cecelia Dunbar Public school in the city of Freeman Reserved ISSOUF SANOGO/AFP/Getty Images

Leren van de onderwijspartnerschappen in Liberia

MONROVIA – In de hele wereld gaan zo'n 263 miljoen kinderen niet naar school, en van degenen die wél naar school gaan, krijgen er 330 miljoen minder goed onderwijs. Als gevolg daarvan kunnen naar schatting 617 miljoen kinderen in de schoolgaande leeftijd niet goed lezen.

Dit is een mondiaal probleem, maar het is bijzonder nijpend in het ten zuiden van de Sahara gelegen deel van Afrika, waar 88% van de jonge leerlingen – zo'n 202 miljoen jongens en meisjes – geen toereikend leesniveau bereiken. Toch is dit ook de regio waar juist oplossingen worden beproefd.

Afrikaanse overheden en internationale donoren hebben lange tijd lippendienst bewezen aan het verbeteren van de onderwijsresultaten, vooral op het gebied van fundamentele vaardigheden als lezen, schrijven en rekenen. Op een financieringsconferentie voor het Global Partnership for Education in februari beloofden de ontwikkelingslanden hun uitgaven aan onderwijs met $110 mrd te zullen verhogen, en rijke donoren beloofden nog eens $2,3 mrd extra om de schoolsystemen in arme landen te verbeteren.

Maar hoe belangrijk deze toezeggingen ook zijn, de Afrikaanse onderwijscrisis zal niet louter door donaties en beloften overwonnen kunnen worden. Er is een nieuwe aanpak nodig om kwakkelende scholen te versterken, leraren op te leiden, en ervoor te zorgen dat ieder kind zich de noodzakelijke vaardigheden eigen kan maken om te slagen. Een pilotprogramma dat in mijn land, Liberia, wordt beproefd, heeft aanzienlijke potentie getoond.

Omdat lage-inkomenslanden zelden genoeg geld hebben om de noodzakelijke onderwijshervormingen te implementeren, is het poolen van publieke en private middelen een aantrekkelijk alternatief. Sinds 2016 heeft Liberia’s ministerie van onderwijs selecte openbare scholen met diverse onafhankelijke instanties laten samenwerken, in een poging de onderwijskwaliteit ondanks een krap begrotingsklimaat te verhogen. De eerste resultaten zijn indrukwekkend.

Op de gratis openbare scholen die momenteel in beheer zijn bij deskundige instanties die aan het programma deelnemen, zijn de onderwijsresultaten in het eerste jaar bijvoorbeeld met 60% verbeterd. Op de 25 scholen die door mijn werkgever, Bridge Partnership Schools for Liberia (Bridge PSL), worden beheerd, scoort de gemiddelde leerling binnen slechts negen maanden al twee maal zo goed als voorheen. Ouders en leerlingen hebben deze scholen omarmd, terwijl velen dit de beste scholen noemen die ze ooit hebben meegemaakt. Als gevolg daarvan heeft de vorige regering het programma uitgebreid, en heeft de huidige beloofd de steun te zullen voortzetten.

What do you think?

Help us improve On Point by taking this short survey.

Take survey

Een van de krachtigste componenten van een Bridge Partnership School is de pedagogie. Voor iedere les in ieder onderwerp op ieder niveau hebben de docenten toegang tot gedetailleerde lesprogramma's, ontwikkeld door academici. Deze programma's helpen leraren lessen voor te bereiden en te geven, om de onderwijsresultaten zo goed mogelijk te laten zijn. Door deze steun garandeert Bridge een zekere mate van standaardisering op deze scholen, en helpt het bedrijf docenten meer aandacht te schenken aan individuele studenten.

Op het eerste gezicht lijkt het schoolsysteem van Liberia misschien niet zo geschikt voor een dergelijk innovatief experiment. Vandaag de dag gaat zo'n 58% van de Liberiaanse kinderen niet naar school, de geletterdheid behoort tot de laagste ter wereld, en docenten zijn schaars. Bovendien besteedt de huidige regering jaarlijks slechts $50 per kind op de basisschool. In 2013 bedroeg het gemiddelde in de OESO $9.200.

Maar programma's als deze zijn om twee redenen aantrekkelijk: ze verdiepen de toegang van een land tot onderwijsexpertise, en – belangrijker nog – ze openen nieuwe financieringsstromen.

Ontwikkelde landen hebben de waarde van sterke publiek-private partnerschappen in het onderwijs al onderkend. Het onderwijsbeleid voor 2018 van Groot-Brittannië stimuleert de uitbreiding van dergelijke programma's, omdat is gebleken dat ze “de toegang tot onderwijs voor arme en gemarginaliseerde kinderen verbeteren.”

Niet iedereen zal het daarmee eens zijn; gedeeltelijke partnerschappen tussen de particuliere sector en NGO's in het onderwijs roepen aanzienlijke controverses op, en er is weinig twijfel dat het Bridge-model in Liberia een work-in-progress blijft. (Een nieuwe analyse over de impact ervan staat voor volgend jaar op stapel.)

Maar hoewel de kosten hoog waren, dalen ze snel. En de voortdurende training van docenten die deel uitmaken van Bridge PSL draagt ertoe bij de kwaliteit van het onderwijs te verhogen. De testresultaten in Liberia tonen aan dat de kinderen meer dan ooit leren. Met de steun van prominente mondiale beleggers bereiken onze scholen resultaten die voorheen ondenkbaar waren.

Vanuit mijn gezichtspunt heeft het publiek-private partnerschapsmodel het onderwijs in Liberia gerevolutioneerd, en ik heb er vertrouwen in dat het ook in andere delen van Afrika kan werken. In landen waar de onderwijsresultaten achterblijven, hebben overheden behoefte aan collaboratieve oplossingen. En zoals mislukkingen in het verleden hebben aangetoond, bolwerken de onderwijssystemen in grote delen van het mondiale Zuiden het niet op eigen kracht.

Om in 2030 “onderwijs voor iedereen” te bereiken, een doel dat in de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN is geformuleerd, moeten onderwijsinstellingen en overheden stoutmoedige oplossingen als Bridge Partnership Schools omarmen. Nu miljoenen kinderen het recht op onderwijs wordt ontzegd, kan de wereld zich de status quo niet langer veroorloven.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/k7XRYOu/nl;

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated cookie policy and privacy policy.