20

Heeft het IMF de sleutel voor een oplossing van de Griekse crisis in handen?

ZÜRICH – Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) heeft een oude techniek – die in de jaren tachtig vrij algemeen werd gebruikt tijdens de Latijns-Amerikaanse schuldencrisis – nieuw leven ingeblazen. Deze techniek zou Griekenland in staat stellen volgende maand een betalingsverzuim te voorkomen op bedragen die aan zijn Europese crediteuren verschuldigd zijn. Het uitstel geeft het IMF en zijn Europese partners eveneens tijd om hun technische meningsverschillen bij te leggen over de groeiverwachtingen en begrotingspositie van het kwakkelende land. Maar het elegante compromis van het Fonds laat Griekenland nog steeds schuilgaan onder de schaduw van een enorme schuldenlast. Het terugdringen daarvan vergt dat Europa een manier vindt om nationale politieke overwegingen terzijde te schuiven en te handelen op basis van economische logica en noodzakelijkheid.

Europa en het IMF zijn niet in staat geweest twee opvattingen over de dragelijkheid van de Griekse schuldenlast met elkaar te verzoenen. De meningsverschillen tussen beide kampen zijn bovendien overgeslagen naar het publieke domein. Vooral op grond van een cashflow-analyse betogen de Europese autoriteiten dat een lage rente en een lange looptijd de staatsschuld dragelijk hebben gemaakt. Maar het Fonds merkt op dat, op een niveau van bijna 200% van het bbp, de Griekse schuldenlast de kapitaalinstroom en nieuwe investeringen afschrikt. Volgens het IMF is een betekenisvolle schuldvermindering van cruciaal belang voor het genereren van het vertrouwen en de geloofwaardigheid die nodig zijn om Griekenland uit een langdurige periode van verarming te laten breken.

Dit is niet het enige terrein waarop sprake is van onenigheid tussen de twee voornaamste crediteuren van Griekenland. Zij verschillen ook van mening over het realisme van een paar cruciale economische inzichten, zoals die met betrekking tot het belangrijke verband tussen de groei en het overheidsbudget, waarbij Europa een veel optimistischer perspectief hanteert.

Voor degenen onder ons die de Griekse economische tragedie al vele jaren volgen blijft een groot deel van de Europese opvattingen de economische logica tarten – om een eenvoudige reden: Europese politici maken zich zorgen over de binnenlandse politieke gevolgen van het aan Griekenland gunnen van schuldverlichting, met name voorafgaand aan de Duitse federale verkiezingen van september. Het bieden van schuldverlichting, zo wordt gevreesd, kan de geloofwaardigheid van de regeringspartijen ondermijnen en extremistische bewegingen een steun in de rug geven.

Eerlijk gezegd is schuldverlichting lastig, omdat er ingewikkelde kwesties rondom eerlijkheid en prikkels een rol in spelen. Maar soms komt er een tijd dat een weigering om schuldverlichting toe te staan nóg schadelijker is. Europese functionarissen weten net zo goed als het IMF dat Griekenland al lang in dit stadium verkeert, waardoor het land binnen de eurozone, die zich niet goed raad weet met de situatie, onder permanente “voogdij” is komen te staan. Desondanks lijken zij niet in staat om handelend op te treden.

Nu Europa en het IMF er niet in slagen het eens te worden, is Griekenland beroofd van de extra financiering die het land nodig heeft om zijn binnenlandse tekorten op te ruimen en zijn nogal grote externe aflossingsverplichtingen in juli na te komen. Bovendien laat de groei opnieuw te wensen over, ondanks de verbetering van de Europese economische prestaties in hun geheel. Om deze impasse te doorbreken heeft het IMF een compromis gesloten door de praktijk nieuw leven in te blazen om een financieringsprogramma “in principe goed te keuren.”

Een goedkeuring in beginsel duidt op ondersteuning door het Fonds van de economische beleidsvoornemens van een land. Hierdoor kan andere financiering worden vrijgemaakt (in dit geval van Europa). Maar het IMF onthoudt zich van het feitelijk verstrekken van eigen kredieten, hangende een bevredigender afspraak over algehele financieringsgaranties (in dit geval, effectieve schuldverlichting voor Griekenland).

Het is een kortetermijn-compromis dat rekening houdt met Europa's politieke kalender en beperkingen, Griekenland helpt een betalingsverzuim in de zomer te voorkomen, en de middelen van het IMF veiligstelt. Het arrangement legt een groter deel van de financieringslast op de schouders van Europa, waar dit ook thuishoort. En het duidt zelfs op eenheid, ondanks de belangrijke meningsverschillen die blijven bestaan.

Maar dit is niets meer dan wéér een nieuwe tijdelijke oplossing – of, wat minder welwillend gesteld, de voortzetting van wat de “extend and pretend”- (verstrek en houd de schijn op-)benadering is gaan heten. Hoewel het onmiddellijke financieringsprobleem inderdaad wordt aangepakt, wordt er niet genoeg gedaan om Griekenland op een realistisch pad van groei en financiële levensvatbaarheid op de middellange termijn te zetten. Er is ook een risico dat het IMF aan nóg zwaardere politieke druk zal worden blootgesteld, waardoor legitieme vragen over de uniformiteit van de behandeling van de lidstaten zullen worden geaccentueerd.

Nu het een compromis heeft gesloten, moet het IMF voet bij stuk houden en weigeren zijn arrangement voor Griekenland operationeel te maken totdat er een bevredigende oplossing is gevonden voor de schuldenverlichting en voor de technische aannames. En in plaats van de overwinning uit te roepen, zoals ze geneigd waren te doen in een midden juni uitgegeven verklaring van de ministers van Financiën van de eurozone, zouden Europese functionarissen dit compromis als de volgende stap moeten zien in het verzachten van hun steeds onhoudbaarder opstelling inzake de Griekse schuldenlast.

Intussen zouden beide partijen er goed aan doen een zorgvuldige analyse te ondernemen van eerdere ervaringen met programma's die in beginsel werden goedgekeurd, zonder dat ze onmiddellijk operationeel werden. Als ze goed worden gedefinieerd, ook door te voorzien in een korte periode voordat ze volledig operationeel worden, kunnen dergelijke programma's dienen als een katalysator voor het wegnemen van de beperkingen voor de groei en de financiële levensvatbaarheid. Ze moeten deel uitmaken van een constructief proces. Ze werken niet als op zichzelf staande oplossingen.

Ondanks een paar hobbels op de weg heeft de opeenvolging van dergelijke programma's in de jaren tachtig geholpen ontwrichtend betalingsverzuim te voorkomen. Dit is geculmineerd in betekenisvolle schuldkwijtscheldingen, waardoor diverse Latijns-Amerikaanse economieën zijn geholpen hun hoge groei en financiële levensvatbaarheid te herstellen. Een paar jaar later werd het proces op succesvolle wijze herhaald in de schuldverlichtingsprogramma's voor lage-inkomenslanden onder het HIPC (Heavily Indebted Poor Countries)-initiatief.

Het knarsetandend bereikte kortetermijncompromis tussen het IMF en Europa komt na maanden van soms scherpe discussies. Terwille van Griekenland en van de geloofwaardigheid van hun eigen toekomstige interacties moeten beide instellingen dit zien als een opstapje naar de (veel te lang uitgestelde) definitieve oplossing voor Griekenlands economische en financiële malaise. De Griekse burgers hebben lang genoeg gewacht en geleden.

Vertaling: Menno Grootveld