47

Illiberale stagnatie

NEW YORK – Vandaag, een kwart eeuw na het einde van de Koude Oorlog, staan het Westen en Rusland opnieuw tegenover elkaar. Maar ditmaal draait het geschil – op z'n minst voor één van beide partijen – heel duidelijk om geopolitieke macht en niet om ideologie. Het Westen heeft op diverse manieren democratische bewegingen in de post-Sovjet-regio gesteund, en nauwelijks zijn enthousiasme verborgen voor de verschillende “kleuren”-revoluties waarbij langzittende dictators zijn vervangen door ontvankelijker leiders – hoewel die niet allemaal de toegewijde democraten zijn gebleken die zij pretendeerden te zijn.

Te veel landen van het voormalige Sovjet-blok zijn onder de hoede gebleven van autoritaire leiders, waaronder een paar, zoals de Russische president Vladimir Poetin, die hebben geleerd hoe ze een overtuigender verkiezingsfaçade overeind moeten houden dan hun communistische voorgangers. Zij verkopen hun systeem van “illiberale democratie” op basis van pragmatisme, en niet op grond van een of andere universele geschiedkundige theorie. Deze leiders beweren dat zij eenvoudigweg beter in staat zijn om dingen voor elkaar te krijgen.

Dat is zeker waar als het gaat om het opporren van nationalistische sentimenten en het smoren van afwijkende meningen. Maar zij zijn minder doeltreffend geweest in het bevorderen van de groei op de langere termijn. Ooit een van de twee supermachten van de wereld, heeft Rusland nu een bbp dat ongeveer 40% van dat van Duitsland en net iets meer dan 50% van dat van Frankrijk bedraagt. Qua levensverwachting bij geboorte staat het land op de 153e plaats van de wereldranglijst, nét achter Honduras en Kazachstan.

In termen van het inkomen per hoofd van de bevolking staat Rusland nu op de 73e plaats (qua koopkrachtpariteit) – ruimschoots onder de voormalige satellietstaten van de Sovjet-Unie in Midden- en Oost-Europa. Het land is gedeïndustrialiseerd: de overgrote meerderheid van zijn exporten komen nu uit natuurlijke hulpbronnen. Het heeft zich niet tot een “normale” markteconomie ontwikkeld, maar eerder tot een merkwaardige mengvorm van staatskapitalisme en nepotisme.

Ja, Rusland legt op sommige terreinen nog steeds veel gewicht in de schaal, bijvoorbeeld als het gaat om kernwapens. En het land heeft nog steeds vetorecht in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Zoals uit het recente hacken van de computers van de Democratische Partij in de Verenigde Staten blijkt, beschikt het bovendien over mogelijkheden om langs elektronische weg westerse verkiezingsuitslagen te beïnvloeden.

Er is alle reden om aan te nemen dat dergelijke inbreuken op de soevereiniteit van andere landen zullen doorgaan. Gezien de nauwe banden van de Amerikaanse president Donald Trump met onsmakelijke Russische figuren (die zelf nauw verbonden zijn met Poetin), maken de Amerikanen zich grote zorgen over de mogelijke Russische invloed in de VS – een zaak die wellicht zal worden opgehelderd door de onderzoeken die momenteel plaatsvinden.

Velen hadden hoogdravender verwachtingen van Rusland, en in bredere zin van de voormalige Sovjet-Unie, toen het IJzeren Gordijn viel. Na zeven decennia communisme zou de overgang naar een democratische markteconomie niet makkelijk zijn. Maar gezien de duidelijke voordelen van het democratisch marktkapitalisme ten opzichte van het systeem dat zojuist uiteengevallen was, werd aangenomen dat de economie zou gaan bloeien en dat de burgers grotere zeggenschap zouden gaan eisen.

Wat is er verkeerd gegaan? Wie draagt daar – zo dat al het geval is – schuld aan? Had de post-communistische transitie van Rusland beter kunnen worden gemanaged?

We zullen zulke vragen nooit definitief kunnen beantwoorden: de geschiedenis laat zich niet herhalen. Maar ik denk dat waar we mee te maken hebben deels de erfenis is van de mislukte Washington Consensus, die de transitie van Rusland heeft vormgegeven. De invloeden van dit raamwerk werden weerspiegeld in de enorme nadruk die de hervormers op de privatisering legden, in welke vorm dan ook, waarbij snelheid belangrijker was dan al het andere, inclusief het creëren van de benodigde institutionele infrastructuur om een markteconomie te laten werken.

Vijftien jaar geleden, toen ik Globalization and its Discontentsschreef (in Nederland verschenen als Perverse Globalisering), betoogde ik dat deze “schoktherapie”-benadering van de economische hervormingen een fatale fout is geweest. Maar de pleitbezorgers van de doctrine riepen op tot geduld: je zou pas na langere tijd een oordeel kunnen vellen.

Vandaag de dag, ruim een kwart eeuw na het begin van de transitie, zijn deze eerdere resultaten bevestigd. Degenen die betoogden dat particuliere eigendomsrechten, als zij eenmaal ingevoerd zouden zijn, zouden leiden tot bredere eisen inzake het primaat van het recht en de rechtstaat, blijken ernaast te hebben gezeten. Rusland en vele andere transitie-landen blijven verder achterop bij de geavanceerde economieën dan ooit. Het bbp in sommige transitie-landen is nu lager dan aan het begin van de overgang naar een markteconomie.

Velen in Rusland denken dat het Amerikaanse ministerie van Financiën het beleid van de Washington Consensus heeft bevorderd om het land te verzwakken. De diepgaande corruptie van het team van de Harvard Universiteit, dat werd uitverkoren om Rusland bij die overgang te “helpen”, zoals beschreven in een gedetailleerd verslag dat in 2006 in Institutional Investor is verschenen, heeft deze vermoedens versterkt.

Ik denk dat de verklaring minder sinister was: slechte ideeën kunnen zelfs met de beste bedoelingen tot ernstige gevolgen leiden. En de mogelijkheden voor eigengereide hebzucht die door Rusland werden geboden, waren voor sommigen eenvoudigweg te groot om te weerstaan. Voor de democratisering van Rusland waren inspanningen nodig geweest die gericht hadden moeten zijn op het garanderen van gedeelde welvaart, en geen beleid dat heeft geleid tot de totstandkoming van een oligarchie.

De fouten van het Westen mogen de vastberadenheid nu niet ondermijnen om te werken aan de creatie van democratische staten die de mensenrechten en het internationaal recht respecteren. De VS doen hun best om te voorkomen dat het extremisme van de regering-Trump wordt genormaliseerd – of het nu om een inreisverbod voor moslims gaat, om milieubeleid dat tegen alle wetenschappelijke inzichten indruist, of om dreigementen om internationale handelsafspraken te negeren. Maar ook schendingen door andere landen van het internationaal recht, zoals de Russische daden in Oekraïne, mogen niet worden “genormaliseerd”.

Vertaling: Menno Grootveld