2

Hoe we het Midden-Oosten kunnen helpen

BEIROET – In Libanon zijn vandaag de dag alle symptomen van de huidige onrust in het Midden-Oosten waarneembaar. Nieuw aangekomen vluchtelingen uit Syrië en Irak voegen zich bij Palestijnse vluchtelingen die zich daar allang bevinden. Het land heeft al twee jaar geen president meer gehad, terwijl rivaliserende politieke facties, die de toenemende vijandigheid tussen hun Iraanse en Saoedische broodheren weerspiegelen, de bestuurbaarheid van het land ondermijnen. De politieke corruptie grijpt om zich heen. Het vuilnis wordt lang niet altijd opgehaald.

Maar Libanon toont ook tekenen van veerkracht. Investeerders en ondernemers nemen risico's om nieuwe bedrijfjes te beginnen. Maatschappelijke groeperingen komen met nuttige initiatieven en verwezenlijken die ook. Vluchtelingen gaan naar school. Politieke vijanden werken samen om de veiligheidsrisico's te minimaliseren, en religieuze leiders bepleiten coëxistentie en tolerantie.

De veerkracht van Libanon heeft veel te danken aan de herinnering aan de pijnlijke burgeroorlog die er tussen 1975 en 1990 werd uitgevochten. Daarentegen hebben de ervaringen van de rest van de regio – onder meer een lange geschiedenis van autocratisch bestuur en veronachtzaming van lang sluimerende grieven – het vuur der conflicten aangewakkerd. Syrië, Irak en Jemen worden nu verscheurd door oorlog. Intussen is in heel Arabië het steeds beroerder wordende lot van de Palestijnen nog altijd een voortdurende grief op straat. In deze maalstroom kunnen nieuwe radicale groeperingen met transnationale agenda's tot bloei komen.

De afgelopen twee jaar zijn de conflicten over de nationale grenzen heen gespoeld en de mondiale veiligheid gaan bedreigen. De Islamitische Staat heeft reeds lang bestaande soennitische grieven uitgebuit om de territoriale integriteit van Irak en Syrië te ondergraven, waardoor een strategisch vacuüm werd gecreëerd waarin Rusland, Iran, de Verenigde Staten. Turkije en Saoedi-Arabië nu om de macht strijden, soms via handlangers, maar steeds vaker via directe militaire interventie.