2

Hoe we het Midden-Oosten kunnen helpen

BEIROET – In Libanon zijn vandaag de dag alle symptomen van de huidige onrust in het Midden-Oosten waarneembaar. Nieuw aangekomen vluchtelingen uit Syrië en Irak voegen zich bij Palestijnse vluchtelingen die zich daar allang bevinden. Het land heeft al twee jaar geen president meer gehad, terwijl rivaliserende politieke facties, die de toenemende vijandigheid tussen hun Iraanse en Saoedische broodheren weerspiegelen, de bestuurbaarheid van het land ondermijnen. De politieke corruptie grijpt om zich heen. Het vuilnis wordt lang niet altijd opgehaald.

Maar Libanon toont ook tekenen van veerkracht. Investeerders en ondernemers nemen risico's om nieuwe bedrijfjes te beginnen. Maatschappelijke groeperingen komen met nuttige initiatieven en verwezenlijken die ook. Vluchtelingen gaan naar school. Politieke vijanden werken samen om de veiligheidsrisico's te minimaliseren, en religieuze leiders bepleiten coëxistentie en tolerantie.

Aleppo

A World Besieged

From Aleppo and North Korea to the European Commission and the Federal Reserve, the global order’s fracture points continue to deepen. Nina Khrushcheva, Stephen Roach, Nasser Saidi, and others assess the most important risks.

De veerkracht van Libanon heeft veel te danken aan de herinnering aan de pijnlijke burgeroorlog die er tussen 1975 en 1990 werd uitgevochten. Daarentegen hebben de ervaringen van de rest van de regio – onder meer een lange geschiedenis van autocratisch bestuur en veronachtzaming van lang sluimerende grieven – het vuur der conflicten aangewakkerd. Syrië, Irak en Jemen worden nu verscheurd door oorlog. Intussen is in heel Arabië het steeds beroerder wordende lot van de Palestijnen nog altijd een voortdurende grief op straat. In deze maalstroom kunnen nieuwe radicale groeperingen met transnationale agenda's tot bloei komen.

De afgelopen twee jaar zijn de conflicten over de nationale grenzen heen gespoeld en de mondiale veiligheid gaan bedreigen. De Islamitische Staat heeft reeds lang bestaande soennitische grieven uitgebuit om de territoriale integriteit van Irak en Syrië te ondergraven, waardoor een strategisch vacuüm werd gecreëerd waarin Rusland, Iran, de Verenigde Staten. Turkije en Saoedi-Arabië nu om de macht strijden, soms via handlangers, maar steeds vaker via directe militaire interventie.

Ieder land heeft zijn eigen agenda. Iran probeert zijn invloed uit te breiden ter ondersteuning van de van oudsher dominante shiitische bevolking van de regio, terwijl Saoedi-Arabië zich daar tegen verzet door rebellerende facties te bewapenen die strijden tegen de door Iran gesteunde president van Syrië, Bashar al-Assad, en door hard op te treden tegen wat het land ziet als de Iraanse aanwezigheid in zijn eigen achtertuin, in Jemen. Wat Turkije aangaat: dat land maakt zich sterk tegen de creatie van een Koerdische staat, die mogelijk is geworden toen Irak en Syrië territoriaal uiteen begonnen te vallen.

Nu de regio schijnbaar steeds dieper een draaikolk van permanente conflicten in wordt gezogen, is het makkelijk te geloven dat alleen dictators en religieuze dwepers nog enige stabiliteit zullen kunnen opleggen. Maar als je dat denkt, vergeet je eerdere progressieve opstanden, zoals die in Beiroet in 2005, Algiers en Teheran in 2009, en de Arabische Lente die in Tunesië is begonnen en zich in 2011 door de hele regio heeft verspreid.

Om te begrijpen welke kant het Midden-Oosten op gaat, moeten we verder terug kijken om uit te vissen hoe de regio op dit punt terecht is gekomen. Het Arabisch nationalisme en zijn moderniserende aspiraties waren op hun retour na de Arabische nederlaag in de Arabisch-Israëlische oorlog van 1967 en de ineenstorting van de olieprijs in 1986. Nationale leiders hielden via repressie de controle in handen, en gebruikten de partijen van de islamitische oppositie als vogelverschrikkers om geen politieke hervormingen door te hoeven voeren. Nationale economieën, in de tang gehouden door vriendjespolitiek, zorgden voor trage groei, en de regeringen verloren hun legitimiteit.

Het was de onhoudbaarheid van deze strategie die in 2011 tot de val van diverse regimes heeft geleid – in Tunesië, Egypte, Libië, Syrië en elders. Zonder instellingen die een vreedzame politieke transitie in deze landen konden garanderen, kregen gewelddadige groeperingen de overhand en volgde een naakte machtsstrijd.

Gewelddadige revoluties kunnen in vreedzame oplossingen eindigen, maar zo'n uitkomst is minder waarschijnlijk als er sprake is van diepe, onopgeloste sektarische grieven, zoals het geval is in het Midden-Oosten. De hernieuwde prominentie van oude, hardnekkige breuklijnen – weerspiegeld in de grieven van de soennieten in Syrië en Irak, van de shiieten in Bahrein, Saoedi-Arabië en Jemen, en van de Koerden en Palestijnen overal – maakt de huidige situatie bijzonder precair. Deze problemen zijn tientallen jaren lang onder de oppervlakte van de autocratische repressie blijven sluimeren. Nu is de doos van Pandora geopend, en is er een ongelooflijk ingewikkelde geopolitieke puzzel tevoorschijn gekomen.

Het Westen draagt voor een deel schuld aan de huidige toestand. Het is er niet in geslaagd het langdurige Palestijns-Israëlische conflict te beëindigen, en heeft nieuwe problemen gecreëerd door de Iraakse staat te ontmantelen, de moedjahedien in Afghanistan te financieren, en dictators te paaien die de westerse veiligheidsagenda in Irak, Syrië, Egypte en elders steunden.

Door de jongste interventies van de huidige grote machten, de VS en Rusland, worden velen herinnerd aan het Sykes-Picot-verdrag uit 1916 tussen Groot-Brittannië en Frankrijk, waarin nationale grenzen in de regio werden getrokken en het gebied in invloedssferen werd opgedeeld. Hoe dan ook biedt Sykes-Picot een goed model voor wat vermeden moet worden bij de wederopbouw van het Midden-Oosten. De regio heeft geen nieuwe grenzen en nieuwe protectoraten nodig, maar beter functionerende staten, die zijn gebouwd om veerkracht te tonen tegen etnische wrijvingen en minder gevoelig zijn voor externe invloeden.

Uit opiniepeilingen blijkt dat de grote meerderheid van de burgers in het Midden-Oosten geregeerd wil worden door legitieme staten die het primaat van het recht overeind houden, de burgerrechten beschermen, en de coëxistentie tussen de gemeenschappen bevorderen. Dit is een waardig doel waarvoor compromissen en verzoening op mondiaal, regionaal en nationaal niveau nodig zijn.

Om nationale spelers de ruimte te geven om naar oplossingen te zoeken, is het noodzakelijk de spanningen te de-escaleren en compromissen te vinden – eerst mondiaal, tussen de VS en Rusland, en daarna regionaal, tussen Iran, Turkije, Saoedi-Arabië en Israel. Het doel moet zijn een overeenkomst te bereiken die rekening houdt met de belangrijkste kwesties die de regio verdelen, inclusief de status van de Palestijnen en de Koerden, en die voorwaarden schept voor levensvatbare politieke regelingen in Syrië en Irak.

Het aanpakken van problemen die decennialang onopgelost zijn gebleven is zwaar, maar we kunnen het ons niet langer veroorloven niets te doen. En geen van de grote breuklijnen van het Midden-Oosten kan op zichzelf worden opgelost.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Zoals Antonio Gramsci lang geleden betoogde in zijn Prison Notebooks “bestaat de crisis juist in het feit dat het oude sterft en het nieuwe niet geboren kan worden; in dit interregnum verschijnt een grote verscheidenheid aan morbide symptomen.” Dat is de huidige toestand van het Midden-Oosten in een notendop. Voor het bouwen van een nieuwe regionale orde is het nodig dat alle spelers, groot en klein, een compromis aanvaarden, zoals de Libanezen dat hebben gedaan. Een oorlog waarin één partij als verslagene overblijft zal nooit voorbij zijn.

Vertaling: Menno Grootveld