21

Is het bezuinigingsbeleid in Europa mislukt?

BRUSSEL – Hoewel veel Europese regeringen bezuinigingen en belastingverhogingen hebben doorgevoerd, blijven hun schuldenlasten stijgen ten opzichte van het bruto binnenlands product (bbp). Als het de bedoeling van het bezuinigingsbeleid was om het schuldenniveau te verlagen, hebben de critici dus gelijk gekregen: het aantrekken van de broekriem is mislukt. Maar het doel van de bezuinigingen was niet louter het stabiliseren van het schuldenpeil.

In feite hebben de bezuinigingen in de meeste gevallen precies zo gewerkt als werd voorgespiegeld. Het begrotingstekort van Duitsland is tijdens de wereldwijde recessie van 2009 tijdelijk toegenomen met ongeveer 2,5 procentpunt van het bbp. Maar de daaropvolgende snelle afbouw van dat tekort heeft geen aanzienlijke negatieve gevolgen gehad voor de groei. Het is dus mogelijk het tekort te verlagen en de verhouding tussen de staatsschuld en het bbp onder controle te houden – vooropgesteld dat de economie niet gebukt gaat onder grote onevenwichtigheden en het financiële systeem naar behoren functioneert. Het is duidelijk dat de landen van de periferie van de eurozone niet aan deze voorwaarden voldoen.

Landen waarvan de regeringen de toegang tot normale marktfinanciering hebben verloren (zoals Griekenland, Ierland en Portugal), of met zeer hoge risicopremies worden geconfronteerd (zoals Italië en Spanje in 2011-2012), hebben eenvoudigweg geen keuze: zij moeten bezuinigen of financiering zien te krijgen van een of ander officieel lichaam ,zoals het Internationale Monetaire Fonds (IMF) of het Europese Stabiliteits Mechanisme (ESM). Maar dit soort officiële financiering van buitenlandse herkomst zal altijd onderworpen zijn aan de voorwaarden van de crediteuren – en die zien geen reden om de aanhoudende bestedingen te blijven financieren die een land eerder in de problemen hebben gebracht.

In de periferielanden van de eurozone zijn bezuinigingen dus geen kwestie van het fijnmazig afstemmen van de vraag, maar van het verzekeren van de solvabiliteit van overheden. Economen wijzen er graag op dat die solvabiliteit weinig van doen heeft met de verhouding tussen de staatsschuld en het actuele bbp, en veel meer met de verhouding tussen die schuld en de verwachte toekomstige belastinginkomsten. De solvabiliteit van een overheid hangt dus veel meer af van de groeivooruitzichten op de langere termijn dan van de huidige verhouding tussen de staatsschuld en het bbp.