104

Het nieuwe monopolistische tijdperk

NEW YORK – Bijna tweehonderd jaar lang hebben er twee leerscholen bestaan ten aanzien van de vraag wat de inkomensverdeling bepaalt – en hoe de economie functioneert. De eerste, die van Adam Smith en de negentiende-eeuwse liberale economen, richt zich op concurrerende markten. De tweede, die inziet hoe het soort liberalisme van Smith leidt tot een snelle concentratie van rijkdom en inkomen, neemt als uitgangspunt de monopolistische tendensen van ongeremde markten. Het is belangrijke beide leerscholen te begrijpen, want onze ideeën over overheidsbeleid en de bestaande ongelijkheid worden gevormd door de vraag welke van deze twee scholen naar jouw overtuiging een betere beschrijving geeft van de werkelijkheid.

Volgens negentiende-eeuwse liberalen en hun latere volgelingen zijn, omdat markten nu eenmaal competitief zijn, de rendementen van individuen gerelateerd aan hun sociale bijdragen – hun “marginale product,” in de taal der economen. Kapitalisten worden eerder beloond voor hun spaargedrag dan voor hun consumeren – voor hun onthouding, in de woorden van Nassau Senior, een van mijn voorgangers als Drummond-hoogleraar Politieke Economie aan de Universiteit van Oxford. Inkomensverschillen hangen dan samen met hun bezit van menselijk en financieel kapitaal. Wetenschappers die zich met ongelijkheid bezighielden richtten zich dus op de bepalende factoren in de verdeling van dat soort bezit, door er onder meer op te letten hoe dat van generatie op generatie werd doorgegeven.

De tweede leerschool neemt als uitgangspunt “macht,” zoals het vermogen om monopolistische controle uit te oefenen of – op de arbeidsmarkt – gezag over werknemers te laten gelden. Wetenschappers op dit terrein hebben zich gericht op de vraag wat macht doet ontstaan, hoe die in stand wordt gehouden en wordt versterkt, en op andere kenmerken die kunnen voorkomen dat markten concurrerend worden. Allerlei onderzoek over uitbuiting die voortkomt uit de asymmetrische toegang tot informatie is een belangrijk voorbeeld.

In het Westen heeft in de tijdperk na de Tweede Wereldoorlog de liberale leerschool gedomineerd. Maar naarmate de ongelijkheid is toegenomen, evenals de zorgen daarover, is de competitieve gedachtengang, die individuele rendementen ziet in termen van het marginaal product, steeds minder goed in staat geweest uit te leggen hoe de economie werkt. Daarom is vandaag de dag de tweede leerschool in opkomst.