31

Helikoptergeld hangt in de lucht

LONDEN – Het begrotingsbeleid komt langzamerhand terug in de mode, na jarenlang, zo niet tientallen jaren lang, als een paria te zijn behandeld. De reden is eenvoudig: het onvolledige herstel na de mondiale crash van 2008.

Europa is in dit opzicht het slechtst af: het bbp is de afgelopen vier jaar nauwelijks gegroeid, en het bbp per hoofd van de bevolking is nog steeds lager dan dat van 2007. Bovendien zijn de groeivooruitzichten somber. In juli deed de Europese Centrale Bank een rapport verschijnen, waarin werd gesuggereerd dat de negatieve productiekloof in de eurozone 6% bedraagt, vier procentpunten hoger dan eerder werd gedacht. “Een mogelijk gevolg hiervan,” concludeerde de ECB, “is dat beleid dat is gericht op het bevorderen van de totale vraag (inclusief het begrotings- en monetair beleid) een nóg belangrijker rol zou moeten spelen in de economische beleidsmix.” Krachtige woorden voor een centrale bank.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Het begrotingsbeleid is effectief buiten werking gesteld sinds 2010, toen de inzinking regeringen opzadelde met ongekend hoge naoorlogse begrotingstekorten, en scherp stijgende schuldenlasten in verhouding tot het bbp. Het bezuinigingsbeleid werd het enige medicijn.

Hierdoor bleef het monetair beleid als het enig beschikbare stimuleringsinstrument over. De Bank of England en de US Federal Reserve (het Amerikaanse federale stelsel van centrale banken) hebben grote hoeveelheden cash in hun economieën gepompt via “kwantitatieve versoepeling” (QE) – enorme aankopen van bedrijfs- en staatsobligaties met een lange looptijd. In 2015 is ook de ECB begonnen met een dergelijk programma, dat ECB-president Mario Draghi beloofde te zullen blijven voortzetten “totdat we een duurzame aanpassing zien in de ontwikkeling van de inflatie.”

QE is geen magische kogel gebleken. Hoewel ze hebben geholpen het afglijden in een nieuwe Grote Depressie te voorkomen, hebben de opeenvolgende geldinjecties een teruglopend resultaat te zien gegeven. De bekendmaking door de ECB van het nieuwe beleid heeft de kloof tussen de rendementen op de obligaties van de Europese kern- en periferielanden kleiner gemaakt. Maar een onderzoek door Thomas Fazi van het Institute for New Economic Thinking benadrukt het gebrek aan invloed van QE op de bankleningen, de toename van slecht presterende kredieten, en de magere productie- en inflatiecijfers zelf. Bovendien heeft QE onwenselijke gevolgen voor de inkomensverdeling, omdat het geld laat stromen naar degenen die dat al hebben, en wier uitgavenbeleid weinig beïnvloed zal worden als ze nóg meer krijgen.

De beleidsmakers hadden alert moeten zijn op de waarschijnlijkheid van deze middelmatige uitkomst. Als centrale banken proberen de inflatie terug te dringen door liquiditeit uit het systeem te halen, wordt hun beleid tegengewerkt door het vermogen van gewone banken om het er weer in terug te pompen door leningen te verstrekken. In de deflationaire omgeving van vandaag de dag is precies het omgekeerde gebeurd. De pogingen van de centrale banken om liquiditeit in het systeem te pompen, teneinde de activiteit te stimuleren, worden tegengewerkt door het vermogen van gewone banken om die liquiditeit er weer uit te halen door hun reserves te vergroten en te weigeren leningen te verstrekken.

Dan blijft het begrotingsbeleid als enige optie over. De logica van de huidige economische omstandigheden impliceert dat overheden hun voordeel moeten doen met de ultralage rente om te investeren in infrastructuurprojecten, die de vraag zouden stimuleren en de structuur van de economie zouden verbeteren. Het probleem is het verwachtingsklimaat. Zoals de Oxford-econoom John Müllbauer zegt, hebben de ministeries van Financiën en de centrale banken “het belang van het terugdringen van de bruto staatsschulden in verhouding tot het bbp in het bewustzijn van de particuliere sector geramd.”

Deze orthodoxie vloeit voor uit het idee dat lenen eenvoudigweg neerkomt op “uitgestelde belastingheffing.” Als de particuliere sector gelooft dat de belastingen zullen moeten stijgen om de staatsleningen te betalen, zullen mensen volgens deze gedachtengang meer gaan sparen om de hogere belastingen te kunnen betalen, zodat ieder stimulerend effect teniet wordt gedaan. De orthodoxie gaat er ten onrechte vanuit dat overheidsuitgaven geen extra inkomsten kunnen genereren; maar zolang zij de boventoon voert, is een door schulden gefinancierd begrotingsbeleid uitgesloten als manier om de economische groei weer aan te zwengelen.

Als gevolg daarvan zijn analisten en beleidsmakers gaan nadenken over ideeën voor een onconventioneel begrotingsbeleid, ter aanvulling van het onconventionele monetaire beleid. Zij bespreken in het bijzonder varianten op het idee van het zogenoemde “helikoptergeld”, in navolging van een beroemd gedachtenexperiment van Milton Friedman uit 1969, waarin “op een dag een helikopter … biljetten van duizend dollar uit de lucht zal laten vallen”. De voormalige voorzitter van de Federal Reserve, Ben Bernanke, heeft zijn steun uitgesproken voor “helikopter droppings” om de kwakkelende economieën weer op gang te krijgen.

Helikoptergeld kent twee vormen, die samen kunnen (en moeten) worden gedropt. De eerste vorm is het rechtstreeks in handen van de consumenten plaatsen van extra koopkracht – bijvoorbeeld door iedere kiezer of iedere burger een smartcard ter waarde van $1000 te geven. De Zwitserse econoom Silvio Gesell, die begin vorige eeuw al eerste een plan van “gewaarmerkt geld” voorstelde, voegde de bepaling toe dat niet uitgegeven geld na een maand moest worden belast ter voorkoming van hamsteren.

Maar helikoptergeld kan ook worden gebruikt ter financiering van de uitgaven aan de infrastructuur. Het voordeel van een dergelijke “monetaire financiering” is dat zulke uitgaven, ook al verhogen ze het begrotingstekort en leiden ze tot een permanente verruiming van de geldvoorraad, de nationale schuld niet doen oplopen, omdat de overheid het geld louter aan haar eigen bankier “schuldig” is. Dit zou de compenserende negatieve verwachting van hogere belastingen moeten wegnemen.

Fake news or real views Learn More

Het maken van schulden die nooit terugbetaald hoeven te worden lijkt te mooi om waar te zijn, nietwaar? Er is inderdaad een voor de hand liggend gevaar dat overheden gemakkelijk verslaafd kunnen raken aan monetaire financiering van particuliere en overheidsuitgaven, wat de reden is dat het idee waarschijnlijk pas openlijk zal worden beproefd als de economische omstandigheden significant verslechteren. Maar de politieke risico's van niets doen als we opnieuw in een recessie verzeild raken (wat redelijk waarschijnlijk is) zijn groter.  Of je het nu fijn vindt of niet, een onconventioneel begrotingsbeleid zou wel eens niet zo lang meer op zich kunnen laten wachten.

Vertaling: Menno Grootveld