Skip to main content

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated Cookie policy, Privacy policy and Terms & Conditions

boskin67_sarayut Thaneerat Getty Images_businessmangraphgrowth sarayut thaneerat/Getty Images

Economische groei is het antwoord

STANFORD – December is altijd de maand dat we terugkijken op het voorbije jaar en vooruitkijken naar het komende jaar. In 2019 zijn we getuige geweest van groeiend politiek extremisme (zowel op links als rechts), groeiende polarisatie, grotere instabiliteit van regeringen, en groeiende spanningen tussen centrale en regionale overheden. Al deze trends zullen in 2020 doorzetten. Bijna overal waar je maar kijkt bestaat er groeiende kloof tussen wat mensen van regeringen vragen en wat regeringen kunnen bieden. De redenen lopen uiteen, maar er is een significante onderliggende oorzaak die veel van deze grieven verklaart: trage economische groei.

Alhoewel groeiende ongelijkheid – een probleem dat volgens de data realiteit is alhoewel overschat – tot middelpunt van het politieke debat is geworden is het kernprobleem dat de levenstandaard van zij die achterblijven niet snel genoeg stijgt. In de Verenigde Staten omvat het beleid dat wordt voorgesteld om dit probleem aan te pakken veel hogere marginale inkomstenbelastingtarieven, een hoge vermogensbelasting, en enorme nieuwe programma's voor uitkeringen en subsidies, die grotere tekorten impliceren en een veel grotere overheidscontrole over de economie. Helaas belooft deze beleidsmix de levenstandaard te verlagen in plaats van te verhogen. Om de economische taart groter te maken is mensen en bedrijven toestaan om vrij in de markt te opereren een veel betere optie dan te vertrouwen op overheidsplanners of bureaucraten. De rol van de overheid zou beperkt moeten worden tot het stellen en handhaven van eerlijke spelregels.

In de VS is het per capita inkomen na belasting 50% hoger dan dat van de Scandinavische sociale democratieën die hun verzorgingsstaten financieren uit hoge degressieve verbruiksbelastingen voor de middenklasse. Niet van zins deze realiteit te accepteren beweren commentatoren op links dat de ongelijkheid zelf de oorzaak van een trage groei is. Aantekenend dat rijken neigen een groter gedeelte van hun inkomen op te sparen betogen ze dat een meer neerwaartse herverdeling de consumptie zou aandrijven en daarmee de groei.

Maar dit argument is een ondergeschikte afweging die alleen van toepassing is in de context van een langdurige recessie. In een economie met volledige tewerkstelling zijn spaartegoeden nodig om investeringen te financieren die op hun beurt de productiviteit – de productie per gewerkt uur – opdrijven zowel als de lonen. Bovendien zijn er andere manieren om lage lonen te verhogen die de spaar-investeer machine niet schaden; schoolvoorbeelden hiervan zijn investeringen in onderwijs en beroepsopleidingen.

Van president John F. Kennedy is de beroemde kwinkslag: 'Een stijgend tij tilt alle boten op.' Het moge duidelijk zijn dat deze bewering ietwat overdreven is, maar alhoewel zelfs groei niet constant álle boten kan optillen, tilt die duidelijk de meeste op en laat de minste gestrand of gezonken achter. In de huidige context heeft een sterkere Amerikaanse groei zulke druk op de arbeidsmarkt gelegd dat de lonen voor laagbetaalden sneller stijgen dan die in elk andere inkomensklasse. De werkloosheid is in vijftig jaar niet zo laag geweest en voor Afro- en Latijns-Amerikanen was deze nog nooit eerder zo laag.

Desalniettemin behoeven we een zelfs nog sterkere economische groei om de druk tot radicale economische en politieke hervormingen te verlichten. Er is een doorlopend debat of de vertraging in de productiviteitsgroei de afgelopen vijftien jaar lange termijn structurele krachten weerspiegelt of iets anders. Het pessimistische kamp – waaronder als voornaamste Robert J. Gordon, econoom aan Northwestern University –  stelt dat de positieve effecten van recente technologische vooruitgang op de productiviteit ver achterblijven bij die geassocieerd met eerdere technologieën zoals elektriciteit, waterleidingen, en de automobiel.

Subscribe now
Bundle2020_web

Subscribe now

Subscribe today and get unlimited access to OnPoint, the Big Picture, the PS archive of more than 14,000 commentaries, and our annual magazine, for less than $2 a week.

SUBSCRIBE

Optimisten wijzen ondertussen op nanotechnologie, precisie-biogeneeskunde, en kunstmatige intelligentie als vermoedelijke voorboden van een nieuw tijdperk van technologisch gedreven baten. De volgende 'killer app' zo stellen ze is onmogelijk te voorspellen, maar de geschiedenis suggereert dat er een zal verschijnen, zoals altijd is gebeurd.

Daarnaast is het belangrijkste commerciële nut afgeleid uit een nieuwe technologie niet altijd wat de uitvinder voor ogen had. De originele bedoeling van James Watt was niet om ons het tijdperk van de stoomtrein binnen te loodsen, maar om een methode te ontwikkelen om water kolenmijnen uit te pompen. Guglielmo Marconi wilde concurreren met de telegraaf op het gebied van een-op-een communicatie zonder zich maar voor te stellen dat zijn inspanningen tot de radio-uitzending zouden leiden. De legende wil dat Thomas Edison een rechtszaak aanspande om te voorkomen dat zijn fonograaf gebruikt zou worden om muziek mee af te spelen (het origineel beoogde doel was om blinden te helpen).

Een andere complicatie betreft het meten van de productiviteit, het reële (inflatie-aangepaste) bbp, en de inflatie. Neem de VS waar een constant groeiend gedeelte van de economie – 70% van de private sector – bestaat uit moeilijk te meten diensten in plaats van de productie van goederen. Decennialang hebben goed gedocumenteerde veranderingen in kwaliteit, nieuwe producten, en vervangingsbias de groei onderschat en inflatie overdreven. En verbeteringen bij statistische diensten hebben dit probleem slechts deels opgelost.

De proliferatie van – zogenaamd – gratis diensten (sociale media, videobellen, zoekmachines, email) biedt nieuwe meetproblemen. Het bbp vangt de totale waarde van goederen en diensten tegen marktprijzen. Maar wanneer de marktprijs nul is wordt deze waarde niet meegeteld tenzij je een alternatieve meting gebruikt, zoals de advertentie-inkomsten die de dienst financieren.

Welke compensatie zouden consumenten bereid zijn aan te nemen om het zonder een willekeurige gratis dienst te moeten doen? Om dit soort vragen te beantwoorden doen Erik Brynjolfsson van MIT en Erwin Diewert van de Vancouver School of Economics experimenten waarin participanten wordt gevraagd of ze een dienst zouden opgeven in ruil voor een kleine kans om een bescheiden bedrag te winnen.

In het geval van Facebook concluderen Brynjofson en zijn collega's dat de waarde van de dienst – gebaseerd op een geschatte 'marginale bereidheid om zonder te leven' – drie maal die van de advertentie-inkomsten van het bedrijf is. Vanzelfsprekend zijn deze schattingen voorlopig. Voor een maand afstand doen van een dienst voor iets dat overeenkomt aan een staatslot biedt alleen onder zeer sterke aannames een redelijke benadering van waarde. Ondertussen zullen academici en overheidsinstellingen voor statistiek blijven werken aan methoden om bestaande metingen te verbeteren.

Hoe het ook zij, het is nog steeds onduidelijk of de waarde van nieuwe technologieën ernstiger onderschat wordt dan in de late jaren negentig, toen een commissie door mij geleid raamde dat kwaliteitsverbeteringen en de nieuw-product-bias optelden tot ongeveer driekwart procentpunt (van een totaal van 1,1%) per jaar in overschatte stijging van de kosten van levensonderhoud.

Natuurlijk hopen we dat de optimisten het bij het rechte eind hebben. Maar als de productiviteitswinst mager is en blijft zoals de pessimisten waarschuwen moeten economische beleidsmakers op nationaal en internationaal niveau hiernaar handelen. Het bereiken van een snellere lange termijn groei moet topprioriteit zijn.

Vertaling Melle Trap

https://prosyn.org/f2psopTnl;